Een beetje ‘fladderen’ is voor Dumoulin zo makkelijk nog niet

Tom Dumoulin is naar de Tour gekomen om zich voor te bereiden op Rio. Maar koersen zonder rol of doel werkt nog niet bevorderlijk.

Toen de gele trui woensdag uit zicht verdween, besloot Tom Dumoulin het rustig aan te doen. Hij verloor 24 minuten. Foto Peter Dejong / AP

Tom Dumoulin is naar de Tour de France gekomen om te fladderen, frank en vrij, met als rol geen rol. Hij heeft het woord zelf geïntroduceerd, tussen een Spaanse hoogtestage en de Tourstart in. Het woordenboek zegt over fladderen: ‘heen en weer waaien’, of: ‘met ongelijkmatige bewegingen vliegen’. Precies zoals Dumoulin nu in het peloton fietst.

„Ik ga een beetje meehelpen sprinten, een beetje Warren [Barguil] helpen, een beetje mijn eigen dagen uitkiezen”, zegt hij over zijn voorgenomen fladderingen. „Een beetje van alles dus.”

Zijn ploegmaat Laurens ten Dam hanteert een heel andere definitie. „Fladderen is dat je je benen niet voelt terwijl je fietst. Dat je je vrij voelt, ook in je hoofd. Tom is nog niet aan het fladderen deze Tour. Ik ook niet trouwens. Maar dat komt wel als de benen komen. Hij heeft alle talent van de wereld.”

Tandwiel

Dumoulin deed van alles deze week. Met verve overleefde hij de wind en regen in Normandië, altijd in de buurt van Warren Barguil, zijn kopman deze Tour – laat daar geen misverstand over bestaan. Zondag klom Dumoulin met de besten mee naar Cherbourg. Hij zat telkens stevig in de groep met topfavorieten, verloor geen tijd. In wielertermen heet dat ‘kort staan’. Dumoulin bleef zelfs zo kort staan, dat hij het woensdagochtend in Limoges met journalisten heel even had over een etappeoverwinning en de gele trui, die voor het oprapen zouden kunnen liggen. „Een onwaarschijnlijk scenario”, zei hij, terwijl hij gaten in zijn fietshandschoenen zat te knippen. Ze knelden tussen zijn vingers. „Maar ja, ik ben hier niet voor niets aan het rijden.”

Die ochtend had Dumoulin een filmpje op internet gezien van de laatste zware kilometers naar skidorp Le Lioran. Hij was zich een hoedje geschrokken en had zijn ploeg Giant-Alpecin laten bellen naar onderdelenfabrikant Shimano. Of ze een extra tandwiel langs wilden brengen, zodat hij met een lichter verzet kon starten. Maar het bleek vergeefse moeite. Op de eerste klim voelde de Limburgse gelegenheidsfladderaar dat het niets werd, en bovendien was er een kopgroep weggesprongen. Door een van zijn doelen kon gelijk een streep. Geen gele trui. Dumoulin liet het maar lopen, spaarde zijn benen, een voordeel slechts voorbehouden aan vogelvrije renners, fladderaars. Subdoeltje: „Tijd verliezen, zodat ze me de komende dagen makkelijker zullen laten gaan in een ontsnapping.”

Het klinkt heerlijk, een beetje aanmodderen. Geen stress van het kopmanschap, het altijd moeten presteren. De Tour is ook nooit een groot doel geweest voor Dumoulin. Nadat hij de roze leiderstrui van de Giro Nederland uit had gedragen door te zegevieren in de proloog in Apeldoorn, ging het vizier op de olympische tijdrit. Een hoogtestage in de Sierra Nevada gebruikte hij vooral om gewicht te verliezen voor Rio, en niet om topfit te zijn in Frankrijk. Dat was hij dus ook niet: de dagen voor Le Grand Départ was hij ziek en had hij een koortslip. Niet erg. Drie weken Tour moeten hem zo diep laten gaan dat hij na een herstelperiode in supervorm naar Brazilië vliegt. Alles wat hij tussendoor kan meepikken door te fladderen is mooi meegenomen. „Het ligt me wel hoor, zo’n vrije rol”, zei Dumoulin donderdagochtend.

„Maar ik merk”, begon zijn trainer Marc Reef een paar minuten later, „dat dit niet het beste is voor Tom. Je kunt namelijk op heel veel manieren fladderen. Het is nu elke dag zoeken voor hem, zoeken naar een doel.” Dumoulin mist deze dagen de focus, zegt zijn coach. „Die ligt namelijk op Rio. En dat werkt niet bevorderlijk in zo’n hectische wedstrijd als de Tour. Niet voor hem, niet voor de ploeg. Hij is er nu niet als we de sprint voor John [Degenkolb] voorbereiden. Dat maakt ons team niet sterker.”

Na de mislukte race van woensdag is Reef met Dumoulin gaan zitten. Ze spraken af duidelijkere doelen te stellen, elke dag opnieuw. „Voor de start een duidelijke lijn. Want tot nu was alles een doel. Dat is heel moeilijk.”

Vrijdag trekt de Tour de Pyreneeën in. Het Doel van de Dag kan vanaf dan zomaar zijn om in een ontsnapping te zitten en te gaan voor etappewinst. Dat lukte Dumoulin nog nooit. Zijn ploeggenoot Albert Timmer heeft vertrouwen: „In de bergen is Tom een soort van vrij. Dan fladdert hij altijd.”