De verkoop gaat zó goed dat in Amsterdam de huizen op zijn

In het tweede kwartaal van dit jaar zijn bijna 43.000 huizen verkocht. Bijna 13 procent gaat boven de vraagprijs weg.

Nooit werden er zoveel woningen verkocht als afgelopen kwartaal. Foto Peter Hilz / Hollandse Hoogte

Nooit eerder verkochten makelaars van de NVM zo veel huizen als de afgelopen maanden. Het was, zegt de nieuwe voorzitter Ger Jaarsma, „het beste kwartaal ooit”. In het tweede kwartaal van dit jaar verkochten de makelaars van de grootste makelaarsvereniging bijna 43.000 huizen, dat is bijna 15 procent meer dan een jaar geleden.

En ook de prijzen stegen weer: gemiddeld werd een huis verkocht voor 234.000 euro, dat is 2,7 procent meer dan een kwartaal eerder.

De gemiddelde huizenprijs is nog wel lager dan voor de crisis (bijna 7 procent), maar de verschillen binnen Nederland zijn groot en worden steeds groter. Zo zijn de huizenprijzen in Amsterdam al 14 procent hoger dan voor de crisis. En waar op sommige plekken (vooral Noordoost-Groningen) het aantal verkochte woningen achterblijft en soms zelfs nog daalt, is de woningmarkt in Amsterdam zó oververhit dat ook daar minder woningen zijn verkocht (7 procent minder dan een jaar eerder). Simpelweg omdat er nauwelijks nog huizen zijn die makelaars kunnen verkopen. Het aantal te koop staande woningen in Amsterdam, Utrecht en Zuid-Kennemerland (onder meer Haarlem) is in een jaar met ruim 40 procent gedaald.

Toch staat nog altijd bij 43 procent langer dan een jaar een te koop-bord in de tuin, zegt Jaarsma. In sommige regio’s staan huizen zelfs langer dan drie jaar te koop.

NVM-voorzitter Jaarsma illustreert de regionale verschillen door Nederland als geheel te vergelijken met zijn eigen woonplaats Leeuwarden. Waar bijvoorbeeld in Nederland de gemiddelde huizenprijs steeg met 5,6 procent (vergeleken met een jaar eerder), daalde die in Leeuwarden met een half procent.

De starters hebben veel last van de stijgende prijzen en het krimpende aanbod, in combinatie met strengere hypotheekregels. Zo moeten ze steeds meer eigen geld meenemen – wat ze vaak nog niet hebben. Maar huren in de vrije sector is óók onbetaalbaar, zeker in de Randstad. De NVM pleit voor versoepeling van de regels, zoals de eis om de volledige hypotheek af te lossen. Jaarsma: „Die eis verhoogt de woonlasten van starters in de duurste periode van hun leven en levert economisch uiteindelijk meer nadelen op dan voordelen.”

Een starter op de woningmarkt moet nu gemiddeld 152.000 euro betalen voor een huis van 60 tot 80 vierkante meter. In de oververhitte regio’s is dat 179.000 euro – een bedrag dat veel starters, zeker de alleenstaanden, niet meer gefinancierd krijgen. Zeker niet als de hypotheekrente weer gaat stijgen en de studieschulden groter zijn.

Een starter die wil kopen, adviseert Jaarsma, moet op zoek naar een huis buiten de stadscentra. Of natuurlijk in zijn eigen woonplaats Leeuwarden: dáár gaan starterswoningen nog weg voor minder dan een ton.

    • Anne Dohmen