Recensie

Buitenstaander blijven van je eigen leven

In tien jaar tijd gebeurt er van alles en nog wat in een mensenleven, zou je zeggen, maar Suzy, de verteller in het gedegen, stemmige debuut van Matthijs Eijgelshoven (1975), vat het samen als ‘werken als een bezetene’. Ze groeide op op het eiland Gozo, verruilde dat een decennium voor het nabijgelegen Malta om nu weer terug te keren naar Gozo. Suzy is terug om mantelzorg te verlenen aan haar vader, uitbater van een bescheiden bistro, wiens gezondheid terugloopt. De introverte Suzy ontvluchtte het eiland ooit na een ongelukkige jeugd. Eenmaal terug poppen de onverwerkte trauma’s en vragen op als puistjes op een puberhuid. Wat is er voorgevallen, luidt dan natuurlijk de vraag, maar Eijgelshoven heeft genoeg vertrouwen in het geduld van de lezer om dat niet zomaar een eenvoudige, makkelijk te omlijnen gebeurtenis te laten zijn.

Er was die rare moeder, die in haar mooiste jaren een diva moet zijn geweest en zelfs even schitterde in een speelfilm, er was die man die haar met enige dwang onderwees in de beginselen van de schilderkunst, er was die jeugdliefde met wie het toch niet helemaal van de grond kwam. Er was van alles, en misschien nog wel wat zaken die allang vergeten zijn, waardoor Suzy een buitenstaander werd in haar eigen leven.

Suzy praat in deze roman wel met mensen, maar veel verder dan tot het uitwisselen van basale informatie komt het eigenlijk niet. Tevens afwezig: liefde en erotiek. Gaandeweg wordt Eijgelshovens ambitie helder: Suzy is de belichaming van dat eiland waar ze opgroeide; door buitenstaanders begeerd, maar toch vooral ook erg veel genegeerd.

Tijdens haar afwezigheid bekeek Suzy Gozo een keer. Het was ‘een keer door het raampje van een vliegtuig, toen Victor en ik op een heldere dag naar Parijs vlogen. Gozo zag er van boven uit als een kinderfantasie, een eilandje van zand en groene wol dat met wat lijm naast een modelspoorbaan is gebouwd.’ Dat klinkt allemaal erg aantrekkelijk, zo op afstand. Maar toch maar snel door naar Parijs.