Column

Britten leren nu dat politiek geen spel is

De Britse kiezers ervaren dat hun stem ertoe doet. Hun keuze voor Brexit heeft harde gevolgen in de werkelijkheid. De pond gekelderd, investeerders die geldstromen en banen naar het vasteland verplaatsen, spanningen tussen Schotland en Engeland, machtsvacuüm en koersloosheid in Westminster. Terwijl Blijf-kiezers hun zorgen bevestigd zien en ook veel Vertrek-kiezers vast voet bij stuk zullen houden, is de boeiendste groep de kiezers die nu spijt hebben. Ze zitten met Bregrets.

In Wales, met referendumuitslag 52,5 procent voor Vertrekken, tegen 47,5 procent voor Blijven, is de sfeer volgens peilingen gekanteld: 53 procent wil nu blijven, 47 procent wil vertrekken.

Spijt is een krachtige politieke emotie. Wie spijt heeft erkent een foute keuze te hebben gemaakt. ‘Hoe kon ik nu zo stom zijn!’ Spijt veronderstelt dus een besef van verantwoordelijkheid. Het besef geen amechtige toeschouwer te zijn, maar zélf te hebben gehandeld. Het besef ook dat politiek geen leeg spelletje is, maar ertoe doet. In je privéleven of als kiezer: juist dankzij de betreurde daad voel je je keuzevrijheid. Zo versterkt spijt de beleving van de democratie.

Een jaar geleden kreeg de Griekse premier Tsipras per referendum de steun van 60 procent van de Griekse kiezers tegen de voorwaarden van een Europese bailout. Meteen dreigde het banksysteem te imploderen en was euro-exit dichtbij. Een week later moest Tsipras alsnog door de pomp. Herman Van Rompuy deze week op een post-Brexit-bijeenkomst: „Het Griekse volk stemde voor verandering maar verloor de slag met de facts of life.” Ze konden niet én de bezuinigingen verwerpen én in de euro blijven. Een pijnlijke keuze was nodig. Tsipras draaide 180 graden en had de moed er zelf steun voor te vragen – eerst aan het parlement, snel erna per verkiezing – het soort moed dat nu in Londen ver te zoeken is. „Mijn geweten is schoon”, zei hij in het parlement, „in de huidige machtsbalans is dit het beste wat we kunnen krijgen.” Geen spijt, wel improvisatievermogen.

Ook het VK stuit nu op een harde werkelijkheid. De Britten moeten hetzij blijvend EU-migranten slikken hetzij afscheid nemen van de Europese binnenmarkt. Natuurlijk, afzien van de binnenmarkt kan prima, maar niet zonder welvaarts- en banenverlies. De Grieken waren vorig jaar binnen enkele uren van hun dilemma doordrongen; de ECB kon elk moment de geldkraan dichtdraaien. De Britten daarentegen denken voorlopig dat er wel te marchanderen valt. Ze vergissen zich.

Beschouwen we het Verenigd Koninkrijk als een trein op weg naar de toekomst, dan was het referendum een door David Cameron neergelegde spoorwissel: op referendumdag hebben 33 miljoen kiezers aan beide zijden van die wissel staan trekken om te bepalen of de lijn naar Blijven of Vertrekken ging. De uitslag was duidelijk, Vertrekken won met 17 tegen 16 miljoen, dus staat de Britse trein voorgesorteerd richting uitgang. Maar wat nu? Voorlopig staat die trein in niemandsland. In de strijd onder Conservatieven om het premierschap committeren alle kandidaten zich uiteraard aan Vertrekken. Toch blijft het debat over een uitweg richting Blijven verrassend levendig. Gezien het immense gewicht van het referendum kan zoiets enkel als de kiezers een volgende spoorwissel voorgezet krijgen: een tweede referendum of vervroegde parlementsverkiezingen met Europese inzet. Ook daarom speelt Westminster op tijd. Zelfs privé hebben Engelsen moeite met uitzwaaien. Ze treuzelen lang op de drempel en sporen elkaar aan met een onthullend meervoud – „start saying your goodbyes”.