Vijf jaar Zuid-Soedan, vijf jaar ellende

Veel valt er niet te vieren op de vijfde verjaardag van Zuid-Soedan. ‘s Werelds jongste natie is nu al een mislukte staat. “Wij leiders hebben het land kapot gemaakt.”

32.000 mensen wonen momenteel in dit vluchtelingenkamp in Malakal, Zuid-Soedan. De levensomstandigheden zijn erbarmelijk, zeker nu het regenseizoen is aangebroken. Foto Albert Gonzalez Farran

Zuid-Soedan viert op 9 juli een miserabele vijfde verjaardag. De helft van de bevolking van ’s werelds jongste natie lijdt honger, één op de vijf Zuid-Soedanezen in onheemd, tienduizenden zochten bescherming op bases van de Verenigde Naties, de economie is kapot en het vredesakkoord werkt niet.

Het wordt nog erger. „Zuid-Soedan kan elk moment exploderen”, waarschuwt een minister in de hoofdstad Juba die anoniem wil blijven. Op donderdagavond braken er in de hoofdstad gevechten uit tussen soldaten van president Salva Kiir en vicepresident Riëk Machar.

Zuid-Soedan is nu onmiskenbaar Afrika’s meest deerniswekkende natie. Hoop is er een zeldzaam goed. Onbekwaam leiderschap, megacorruptie en een politieke machtsstrijd die ontaardde in een onverzoenlijke stammenoorlog, hebben vijf jaar na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan een mislukte staat gemaakt.

Burgeroorlog

Foto Albert Gonzalez Farran/ AFP

Foto Albert Gonzalez Farran/ AFP

Twee jaar na de bevrijding van het gearabiseerde (Noord)Soedan brak er eind 2013 een burgeroorlog uit tussen president Kiir en vicepresident Machar. Die strijd legde de olieproductie grotendeels stil. De regering, geheel afhankelijk van die inkomsten, spendeerde al het geld aan wapenaankopen. Westerse donoren zetten hun hulp stil.

„We hebben nu geen cent meer”, zegt de minister. De overheid betaalt haar rekeningen niet, ambtenaren ontvangen nauwelijks salaris en openbare voorzieningen komen tot stilstand. De internationale luchthaven bij Juba zit vaak zonder stroom, zodat passagiers kunnen niet vertrekken. Zelfs voor een verjaardagsfeestje had de regering dit jaar geen geld.

Naast de economische instorting dreigt op het politieke vlak een nog grotere ramp. Volgens het vorig jaar gesloten vredesverdrag moeten de kemphanen Kiir en Riëk Machar voor een interim-periode de macht delen. Maar dit werkt niet. De hoofdpunten van het akkoord, zoals de legering van Riëks soldaten in Juba, worden niet uitgevoerd. Een minister:

„Er heerst een koude oorlog tussen Riëk Machars en Kiirs soldaten in Juba. Beide leiders kunnen elkaar nauwelijks in de ogen kijken.”

Een ruzie over een parkeerplaats tussen soldaten van beide kampen liep onlangs bijna uit tot een veldslag in de hoofdstad. Twee veiligheidsagenten van de zijde van Riëk Machar werden deze maand vermoedelijk door soldaten van de president doodgeschoten op straat in Juba.

En vlak bij de ambtswoning van Riëk Machar, die nu weer vicepresident is, werd onlangs hevig geschoten. „We zitten in Juba in een openluchtgevangenis”, klaagt een aanhanger van Riëk Machar. De inwoners van Juba houden hun hart vast dat dergelijke schermutselingen niet tot een nieuwe burgeroorlog in Juba gaan leiden.

Soldaten

Zuid-Soedan is een gemilitariseerde samenleving waar soldaten de dienst uitmaken. Het nationale leger, voortgekomen uit de voormalige verzetsgroep het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), is uiteengevallen in een bonte verzameling van milities. „De verschillende facties komen bij dezelfde waterplaats drinken, maar verder delen ze niets. Ze kunnen gemakkelijk onderling slaags raken”, zegt een waarnemer. Een priester in Juba noemde ’s lands leiders deze week „apen”. Een andere geestelijke zegt:

„Ze denken als veedieven, ze missen de emotionele intelligentie om aan verzoening te werken.”

President Kiir laat zijn oren hangen naar zijn Dinkastam, Riëk Machar naar zijn Nuerstam. De tegenstanders van de president beschuldigen hem van „dinkanisering”, dat wil zeggen dat zijn stamleden andere tribale groepen verdrijven. Dit leidde vorige week tot hevige strijd in de stad Wau, bij Torit en in de zuidelijke regio Equatoria waarbij tienduizenden burgers op de vlucht sloegen.

In alle delen van het land waar het na het uitbreken van de burgeroorlog in 2013 rustig bleef, wordt nu met Dinka’s om grondgebied gevochten. „Wij leiders hebben het land kapot gemaakt. We zijn allen schuldig”, zegt de Zuid-Soedanese minister schuldbewust.