Zoveel redders, en toch ging het mis

Kustwacht

De spoedeisende hulp op zee schiet te kort. Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een donderdag verschenen rapport.

Het is dat de afloop zo tragisch was. Anders zou de reconstructie van de misverstanden tijdens de reddingsoperatie van een duikster, op zaterdag 11 juli vorig jaar, lachwekkend kunnen worden genoemd. De meldkamer van de Nederlandse Kustwacht, zo blijkt uit een gisteren verschenen rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, had geen enkele greep op de situatie. Elf kilometer uit de kust bij Noordwijk werd alarm geslagen omdat een duikster bewusteloos aan boord was gebracht van een schip, en dringend medische zorg nodig had. Toegegeven, de kustwacht werd ook op het verkeerde been gezet door misleidende en foutieve informatie van anderen.

Hoe dan ook, kort na de melding werden twee helikopters van het door Defensie ingehuurde Noordzee Helikopters Vlaanderen (NHV), én twee boten van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) tegelijk op pad gestuurd om hulp te bieden. Een van de helikopters had een medisch geschoolde bemanning. Maar uiteindelijk was het de helikopter die dat niet had die één uur en elf minuten na de melding met het slachtoffer aan boord landde bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, een ziekenhuis dat weinig kon uitrichten. De vrouw overleed later in een ziekenhuis in Antwerpen, dat wél beschikte over een op duikslachtoffers gerichte behandelmethode, waarvoor het inmiddels te laat was. Conclusie van de Onderzoeksraad: de zorg „voldeed niet aan de uitgangspunten van de overheid dat zorg effectief, veilig en tijdig moet zijn”.

Het was niet meer nodig

Schipper Ton Haasnoot van de KNRM uit IJmuiden kan zich die elfde juli nog goed herinneren. „We waren op weg naar de plaats van het ongeval, maar we zijn weer teruggekeerd”, vertelt hij op zijn schip bij het reddingstation IJmuiden, een van de 45 stations in Nederland. „We zijn met twee boten uitgevaren. Wij zelf vertrokken iets later, omdat we moesten wachten op ambulancepersoneel dat met ons mee zou gaan. Onderweg kregen we te horen dat het niet meer nodig was.”

De Onderzoeksraad besloot het onderzoek te verrichten na eerdere signalen dat er een „aanzienlijke discrepantie” bestaat tussen medische spoedeisende zorg op zee, en die op het land. „De problemen doen zich ook voor bij voorvallen waarbij sprake is van niet-spoedeisende hulp en andere hulpverleningsacties op zee. Eerdere onderzoeken waarbij soortgelijke problemen zijn geconstateerd, hebben niet geleid tot de noodzakelijke verbeteringen”, aldus het rapport.

Uitgangspunt voor de onderzoekers is dat de medische zorg op zee even goed geregeld zou moeten zijn als op land. „Dat is een mooi streven”, zegt reddingsschipper Ton Haasnoot. „Maar je hebt met andere omstandigheden te maken.” Slecht weer bijvoorbeeld. Hoge golven. Hij legt uit dat zijn bemanning weliswaar een uitgebreide EHBO-cursus heeft doorlopen. „Als wij aan boord stappen van een schip in nood, wordt er vaak gezegd: ‘Ha, daar is de dokter’.” Maar in veel gevallen is medisch geschoold personeel echt vereist. En niet overal zijn er afspraken over de inzet van ambulancepersoneel. „En als dat beschikbaar is, moet je ook maar afwachten of het allemaal lukt. Bij slecht weer kan medisch geschoold personeel last hebben van zeeziekte. En ook het overstappen van de reddingsboot naar het schip is soms gevaarlijk.”

Wel is de KNRM „blij” dat het rapport er ligt, want de aanbevelingen kunnen leiden tot betere medische zorg, zegt directeur Jos Stierhout. „De betrokken instanties hebben de neiging om vanuit de eigen hokjes te denken. We moeten de focus meer op het geheel houden. Daartoe moeten we beter met elkaar in contact staan.” Ook de rol van medisch adviseurs van de KNRM, huisartsen die worden geraadpleegd zoals in het geval van de duikster, moet tegen het licht worden gehouden. „Die arts moet in zijn advies duidelijk en vasthoudend zijn.” Het kan niet zo zijn, zeggen ze bij de KNRM, dat als een arts op de wal adviseert naar het ene ziekenhuis te vliegen, de bemanning van een reddingsheli zelf besluit koers te zetten naar een ander. Schipper Haasnoot: „Je moet vastberadenheid tonen.”

De Kustwacht reageert alleen schriftelijk, en wil de Onderzoeksraad „danken” voor een „helder rapport” met „een krachtige boodschap”. De Kustwacht heeft behalve medische zorg op zee nog veertien andere taken en valt onder vier ministeries, waaronder niet het ministerie van Volksgezondheid. De instelling schrijft te werken aan „structurele verbeteringen” en hoopt „materiële en personele middelen” te krijgen voor „nog meer vervolgacties”, aldus een verklaring.