Top Gear is een versleten hengstenbal met te dure auto’s

Autoprogramma

De presentatie is het minste probleem van Top Gear, stelt autojournalist Bas van Putten. De mannetjes moeten plaatsmaken voor serieuze autojournalistiek.

Presentatie van de nieuwe cast van Top Gear in februari: Rory Reid , Sabine Schmitz, Matt LeBlanc, Chris Evans, Chris Harris, Eddie Jordan en The Stig. Foto BBC

‘Jaha, 570 pk!’ jubelt Top Gear-testrijder Chris Harris over de nieuwe Honda NSX. „That’s not sportscar power, that’s supercar power!” Daarna doet Chris plankgas zijn in jongenstaal bezongen mannending. Wow! That’s fast, really fast! Yes, you can! Fijne auto dus, die Honda. Alleen de schakelpaddles ogen een beetje ‘cheap’. Wordt het toch nog een test. Maar het is geen test, het is een hengstenbal. Hard, harder, hardst.

Wow is het meest gebruikte woord in Top Gear.

Ik zag zes afleveringen met het nieuwe presentatieteam. Ik vond het een sof. De nieuwe anchormen Matt LeBlanc en Chris Evans kunnen niet in de schaduw staan van Jeremy Clarkson, James May en Richard Hammond – het roemruchte trio dat vertrok nadat de eerste ontslag kreeg wegens wangedrag.

Het zijn mannetjes. LeBlanc is een geklede Tarzan in de etalage van een herenmodezaak, Evans een perverse kruising tussen male pig en Marc-Marie Huijbrechts. Van hem zijn we intussen weer verlost, nu hij wordt beschuldigd van seksueel wangedrag. Wat een speling van het lot, zo kort nadat de komische gorilla Clarkson zijn handen anderszins niet bleek thuis te kunnen houden. De onbeheersbare sensatiezucht van de petrolhead slaat blijkbaar licht over naar andere regionen van het gevoelsleven.

Foute grappen over politici en Mexicanen zijn verleden tijd, en we zien signalen van een verlicht diversiteitsbeleid. Van de co-presentatoren is er één zwart en één vrouw. Rory Reid is een sympathieke, fletse clichétrommel. Van de Duitse Sabine Schmitz - door Clarkson ooit opgepikt als racekoningin van de Nürburgring - blijft alleen de irritante hinnik bij. De Ierse ex-coureur en Formule 1-teambaas Eddie Jordan is gecast in de rol van oude kluns.

Maar zij zijn niet het grootste probleem in een show waarin de brullende V12’s en rokende banden toch alle aandacht naar zich toetrekken. Het probleem is het format. Het is morsdood, en dat was het al toen Clarkson en zijn sidekicks nog in het zadel zaten. Top Gear is een tot de draad versleten freakshow.

Het programma is vrijwel ongewijzigd. Veel pk’s, de items als voorheen. Gast-celebrities draaien vertrouwd hun rondjes op de Top Gear-testbaan, waar de gehelmde coureur The Stig toptijden neerzet met auto’s die geen kijker kan betalen.

Geacteerd onwillig onderwerpt het team zich buiten de studio aan de onmogelijke opdrachten die de reis van A naar B tot een speelse bezoeking moeten maken. Daar is de zoveelste race dwars door Europa. Wie is het snelst in Venetië, de trein met Eddie Jordan of de Top Gear-jongens met de auto of de motor? Halverwege pikken de bestuurders in Parijs drie sterrenkoks op, die onderweg naar Lyon een gerecht moeten bereiden, bij ontstentenis van een fornuis of oven te bakken of stoven op uitlaat of motorblok. Hemel, wat geestig allemaal. Been there, done that.

Foto Amazon

James May, Jeremy Clarkson en Richard Hammond. De oude cast van Top Gear begint het nieuwe autoprogramma The Grand Tour. Foto Amazon

Snel over naar de volgende Audi, BMW, Ferrari, Porsche of Rolls-Royce. „Vandaag gaan er meer auto’s dwars dan ooit tevoren in Top Gear”, piept Evans, die in aflevering twee, joehoe, op een ziekenhuisbed ligt te bekomen van een publiek orgasme met twee dekselse McLarens. „WOOOOOOW. It’s so powerful. It’s so naughty. It’s so louuuuuud! This car is ridiculous. O my god. O my god.”

Het hangt van automannetjes-clichés aan elkaar. Matt LeBlanc over de Porsche 911 R: „Die auto barst gewoon van de energie.” Ja jongen, dat krijg je met 500 pk. Maar kijk eens naar het echte verhaal achter de Porsche. Die wordt als speculatie-object door schatrijke collectioneurs ver boven de nieuwprijs van de markt gekaapt, zodat de echte liefhebbers achter het net vissen. De supercar is handel voor de speculanten. Doe je journalistieke plicht en zoek het uit. Geen tijd, geen zin, de soundtrack is verslavend. „Just listen to that. O, that’s nice.” Wow.

De wereld is toe aan een serieus en scherp journalistiek tv-programma over vervoer dat mensen kopen. Doe het goed, en er kijken miljoenen mensen naar – de echte klanten. Laat die sjeiks in Dubai hun garages maar volstouwen met Ferrari’s en Porsches waar ze geen kilometer meer mee zullen rijden. Stop this, please.