Turkije en EU ruziën om de ‘beste’ Syriërs

Vluchtelingendeal Turkse autoriteiten zouden hoogopgeleide Syriërs weren van de legale luchtbrug naar Europa, zeggen diplomaten.

Foto Reuters /Jamal Saidi

De selectie van Syriërs die per luchtbrug vanuit Turkije naar de EU worden gehaald leidt tot wrijving tussen Turkije en de EU-landen.

Sinds het vluchtelingenakkoord van 18 maart zijn inmiddels 798 Syriërs naar de EU gehaald, van wie 52 naar Nederland. Daarbij komt het regelmatig voor dat Turkse autoriteiten op het allerlaatste moment uitreispapieren weigeren.

Daar lijkt een patroon in te zitten: vooral goed opgeleide Syriërs worden in Turkije gehouden. „Het is heel pijnlijk”, zegt een betrokkene in Ankara. Het is voorgekomen dat vluchtelingen pas op het allerlaatste moment worden tegengehouden, als ze al bijna in het vliegtuig zitten.

In maart sloten de Europese Commissie en de Turkse regering een akkoord om de toestroom van illegale vluchtelingen naar de EU in te dammen. Turkije beloofde mensen die illegaal naar de EU zijn gegaan terug te nemen. De EU beloofde voor iedere teruggestuurde Syriër één Syriër legaal uit Turkije te halen.

Die afspraak wordt naar de geest en niet naar de letter uitgevoerd. Het terugsturen van vluchtelingen naar Turkije blijkt juridisch complex en stuit op bezwaren van mensenrechtenorganisaties. Tot nu toe zijn 31 Syriërs teruggegaan. Via de luchtbrug zijn er intussen 798 naar Europa gehaald. Ongeveer tweederde daarvan naar Duitsland en Zweden.

Selectie

De laatste tijd komt het geregeld voor dat eenmaal geselecteerde vluchtelingen met goede kwalificaties voor de arbeidsmarkt alsnog door Turkse autoriteiten van de vertreklijst worden gehaald. Er is ten minste een Nederlands geval bekend en enkele tientallen Duitse voorbeelden.

Turkse autoriteiten lijken vooral kwetsbare vluchtelingen, bijvoorbeeld met chronische ziekten, te willen laten vertrekken. Het tegenhouden van goed opgeleide Syriërs is geen officieel beleid. Turkse autoriteiten waren deze week niet bereikbaar voor commentaar.

„Het lijkt vooral ingegeven door politieke afwegingen”, zegt Metin Çorabatır. Hij is voormalig woordvoerder van de UNHCR in Turkije en nu directeur van zijn eigen onderzoeksbureau voor asiel en migratie (IGAM) in Ankara.

„De publieke opinie is dat Europa vooral de ‘crème de la crème van de vluchtelingen’ neemt om gaten in de arbeidsmarkt te vullen. Iedereen zegt dat de EU ‘opportunistisch’ is. Die toenemende kritiek raakt door de samenwerking indirect ook de eigen regering. Het tegenhouden van mensen is daar een reactie op.”

De UNHCR-procedure is traag en heeft in het verleden tot veel ergernis geleid bij Turkse autoriteiten. Die proberen de rol van de UNHCR te verkleinen en meer op basis van de database van de Turkse immigratiedienst te doen. Çorabatır:

„Turkije wil de controle over het hervestigingsproces.”

Vertegenwoordigers van EU-landen in Ankara klagen binnenskamers over het ingrijpen van Turkse autoriteiten in het selectieproces, maar willen geen rel, om de samenwerking met Turkije niet in gevaar te brengen. „We willen niet dat de lijntjes breken”, zegt een diplomaat van een EU-land. Sinds het vluchtelingenakkoord is de illegale migratie van Turkije naar Griekenland sterk afgenomen en om dat zo te houden is een goede relatie met de Turkse autoriteiten nodig.

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie voor Veiligheid en Justitie ontkent dat Nederland zou proberen vooral hoopopgeleide Syriërs te halen.

„We selecteren juist de meest kwestbaren aan de hand van UNHCR-criteria.”