Tennis

Onze diersoort heeft de neiging om meningsverschillen fysiek op te lossen. Door op elkaar in te beuken bijvoorbeeld, of door na een een relatiecrisis alleen nog maar veel te blote rode jurkjes te dragen (ik werd gek van mijn ex wanneer hij dat deed). Soms denk ik weleens dat we daarom tennis hebben uitgevonden.

Niet dat deze balsport geen gevaar kent: de Franse monarch Lodewijk de Tiende liep door een partij een fatale verkoudheid op, zijn medefransoos Karel de Achtste kreeg een dodelijke hersenbloeding door tijdens een match tegen een deurpost aan te rennen. Gelukkig heeft men de fysieke risico’s van de sport sindsdien ingeperkt door tochtstrips in te voeren en de deurposten te laten bewaken door ballenjongens. Om Suareziaanse bijtpartijen te voorkomen, worden de spelers bovendien tegen elkaar beschermd door een netje (zouden ze bij voetbal ook eens moeten doen, het is maar een idee).

En dan bestaat er alleen nog maar het meningsverschil. Speler A: ‘Ik ben de beste in tennis!’ speler B: ‘Echt niet.’ Vervolgens wordt het geschil uitgevochten met wat balletjes, rackets en een handvol lijnrechters. De aanleiding is altijd dezelfde, de manier waarop er in debat wordt gegaan, verveelt nooit. Via aces, volleys en een incidentele netfout (de drogreden in de tennissport) wordt er net zolang gediscussieerd tot er een uitkomst is.

Nu ik deze week vanwege Wimbledon voor mijn televisie woon, leerde ik dankzij tennis nóg iets wezenlijks over conflicten oplossen. Het is iedereen tijdens een twist weleens overkomen dat je er veel meer bij haalt dan alleen het geschil, waardoor de boel totaal ontspoort. Op een gegeven moment ben je bezig met de woede in stand te houden, in plaats van naar een oplossing toe te werken. De Schotse tennisser Andy Murry kon in zijn jonge jaren van frustratie uit elkaar spatten als de match niet naar wens verliep. Hoe paarser hij aanliep, hoe groter de kans dat het zijn laatste set werd. Tot er op een gegeven moment tot hem doordrong dat hij telkens verloor, omdat hij tijdens het spel al bezig was met de gevolgen van de wedstrijd. Sindsdien schakelt hij per match zijn verbeelding uit en zijn concentratie in. En staat hij momenteel tweede op de wereldranglijst.

En dat is een prachtig idee. Hoe kleiner het voorstellingsvermogen, hoe beter de resultaten. Hoe minder we tijdens een ruzie ons bezighouden met bijzaken, hoe sneller er een oplossing in zicht kan komen. Hoe meer je je verbeelding intoomt hoe groter de kans dat je resultaat behaalt.