Sterke ervaringen

Toevallig kwam ik een oud-buurman tegen die jaren met ons in hetzelfde gebouw in de Amsterdamse binnenstad heeft gewoond. Hij fietste nog regelmatig door zijn oude buurt en het was hem opgevallen hoeveel drukker het verkeer er was geworden. Hij zag nogal wat ‘bijna-ongelukken’ gebeuren. Ik knikte en dacht: „Burgemeester, nu hoor je het ook eens van een ander.”

Nee, ik woon nog steeds graag in het oude centrum, er valt veel te zien en te beleven, maar iets meer discipline in het verkeer zou welkom zijn. De afgelopen week kwam mijn vrouw twee keer geschrokken thuis. Twee keer – dat is veel voor iemand die niet gauw schrikt, zelfs niet van de pollcijfers van haar politieke partij.

De eerste keer was ze op een zebrapad over de Rozengracht aangereden door een fietser, die met grote snelheid door het rode stoplicht reed. Een auto stopte wel, maar de fietser flitste erlangs en botste op mijn vrouw. Zij viel half, waarbij ze haar hand licht kneusde. De fietser, een jonge vrouw, viel ook en belandde tegen een afvalbak op het trottoir die kapseisde. De vrouw was ontdaan en putte zich uit in verontschuldigingen: ze had haast gehad omdat ze een andere fietser, die iets verloren had, wilde inhalen.

Omstanders verweten haar dat dit nog geen reden was om door rood te rijden. Dat was waar, maar aan de andere kant: vrijwel álle fietsers en scooters proberen, als het even kan, op die plaats door rood te rijden, of er nu wel of geen voetgangers bij de zebra staan te wachten. Je ziet dit de laatste jaren op veel meer plekken in de stad gebeuren.

Een paar dagen later stond mijn vrouw op de stoep langs de Rozengracht de uitstalling van een groenteboer te bekijken. Toen ze zich omdraaide om weg te lopen, werd ze verrast door een fietser óp de stoep die op volle snelheid tussen haar en een andere voetganger doorreed. Ze riepen wat naar de fietser, een man, die zich omdraaide en zijn duim uitdagend opstak. „Als ik een stapje achteruit had gedaan, zou hij me vol hebben geraakt”, vertelde mijn vrouw.

Ik luisterde aandachtig naar haar verhalen, met verontwaardiging ook, maar tegelijk – ik kan het niet ontkennen – met enige jaloezie, want ik kon er op dat moment geen eigen sterke ervaring aan toevoegen. Jammer, want dat kankert zoveel lekkerder.

Gelukkig kwam daar al een dag later verandering in. Op de Prinsengracht wilde ik het zebrapad naar de Westerkerk oversteken – het licht stond op groen – toen een fietser mij van rechts naderde. Hij reed kalm, maar gedecideerd door, een beetje schuin over zijn zadel hangend, een achteloze, ietwat arrogante uitdrukking op het gezicht. Hij keek alsof hij erop rekende dat de hele wereld voor hem een stapje opzij deed. Ik moest achteruit stappen naar het trottoir om een aanrijding te voorkomen.

Toen pas drong tot mij door wie het was.

Thierry Baudet.

Een populist die iemand van het gewone voetvolk bijna van de sokken rijdt! Het moet niet gekker worden, zou een door hem bewonderde populistenleider zeggen. Wat moeten Jan Roos en GeenStijl hier wel niet van denken? Welke zekerheden resten ons volk nog als zelfs onze rolmodellen het laten afweten?

Het kan natuurlijk ook dat hij in gedachten was en over zo’n twijfelachtig opiniestuk piekerde dat hij regelmatig naar NRC Handelsblad stuurt.