Vervoersbedrijven: klanten in Randstad binnen een uur tijd van deur tot deur, 20 miljard extra nodig voor infrastructuur

Om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken moet de reistijd worden verkort. Het moet mogelijk worden om binnen een uur van deur tot deur te reizen tussen de vier grote steden. De reistijd tussen twee centraal stations moet maximaal een half uur zijn, tussen economische centra van een stad en het centraal station maximaal een kwartier.

Dat zeggen NS en de vervoersbedrijven van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in een visie over mobiliteit in de toekomst. Het plan wordt donderdagochtend gepresenteerd. Volgens de vervoerders moet de overheid tussen 2020 en 2040, naast bestaande plannen, 20 miljard euro investeren in infrastructuur, onder meer in de aanleg van lightrailverbindingen. De vervoerders hopen dat hun voorstellen worden opgenomen in de partijprogramma’s voor de Kamerverkiezingen van 2017.

Dankzij slim combineren van vervoersvormen en intensieve samenwerking moet het ov een veel grotere rol gaan spelen in de Randstad. Nu gaat nog slechts 10 procent van de verplaatsingen in de Randstad per openbaar vervoer. Volgens de vervoerders levert hun plan jaarlijks 2 tot 4 miljard op aan maatschappelijke baten. De TU Delft en adviesbureau McKinsey hebben dat doorgerekend.

Leefbaarheid in de steden staat volgens de vervoerders op het spel door aanhoudende groei, met te veel druk op milieu en ruimte. Vervoer in de Randstad en tussen de steden daarbuiten (Arnhem-Nijmegen, Leeuwarden-Groningen, Brabantse stedenrij), moet uitgebreid.

De bedrijven pleiten voor aanleg van lightrail, omdat die relatief snel is, met veel stations dichtbij de reiziger. De succesvolle RandstadRail tussen Rotterdam, Den Haag en Zoetermeer geldt als voorbeeld. Ze voorzien afnemend autobezit en een sterkere wens duurzaam te reizen, dus moet daar in worden voorzien met deelauto’s bij stations, uitbreiding van de OV-fiets en elektrische bussen.