Onbegrip en woede in sector om ‘zwarte lijst’ van verpleeghuizen

Veel instellingen die op een door de staatssecretaris gepubliceerde lijst staan, betwisten dat ze ‘slecht’ zijn. „Dit voelt als groot onrecht.”

De lijst met ‘slechte verpleeghuizen’ die dinsdag op verzoek van staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) werd gepubliceerd, heeft in de sector gezorgd voor onrust en woede. Een aantal zorginstellingen die op de lijst staan, ontkent dat zij onder verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) staan.

Zeker drie zorggroepen, in Rotterdam, Overijssel en Groningen, overwegen juridische stappen tegen de inspectie omdat ze onnodig door het slijk gehaald zouden zijn. De staatssecretaris wilde met naming and shaming van verpleeghuizen – een uitzonderlijke stap – voor ouderen en hun kinderen helder maken welke „rotte appels” er zijn onder verpleeghuizen, maar die beslissing heeft vooral gezorgd voor verwarring.

Dinsdagavond laat maakte de inspectie de namen openbaar van 150 verpleeghuizen die dit jaar onder intensief toezicht stonden. 38 van deze instellingen hadden onvoldoende verbeteringen doorgevoerd en blijven onder „vervolgtoezicht”.

Bij elf andere staan de zaken er zo slecht voor, dat het ministerie direct wil ingrijpen. Van Rijn ging er in brieven aan de Tweede Kamer hard in over de verpleeghuizen die ondermaats presteren: „Slechte verpleeghuizen moeten verbeteren of sluiten.”

Direct na publicatie van de lijst kwam de kritiek. Vrijwel alle instellingen in de hoogste ‘risicocategorie’ zeggen zich niet te herkennen in de conclusies, of beweren dat de kritiek van de inspectie achterhaald is. Bestuurder Helene Wüst van zorginstelling IJsselheem, met locaties in de regio Kampen, is volkomen verrast door het feit dat haar instelling een van de elf is die het slechtst presteren. Zij heeft het afgelopen jaar uit gesprekken en rapportages van de inspectie niet kunnen opmaken dat IJsselheem onder ‘intensief toezicht’ stond, zegt ze.

Woordenstrijd over toezicht

Zeven van de elf instellingen verweren zich met het argument dat ze niet onder ‘verscherpt toezicht’ staan. Daarover ontstond woensdag een woordenstrijd tussen inspectie en verpleeghuizen. De inspectie zegt namelijk dat deze verpleeghuizen onder ‘intensief toezicht’ staan. Evengoed betekent extra toezicht dat er grote zorgen zijn over de kwaliteit en veiligheid van de zorg. Door de bezoeken van de inspectie in het afgelopen jaar, hadden de verpleeghuizen dat kunnen weten.

In verschillende huizen begrijpen bewoners niet dat hun woonplek nu zo negatief in de spotlights staat. Bij verpleeghuis Akropolis van Humanitas in Rotterdam reageren vrijwilligers en bezoekers verbaasd. Vrijwilliger Rob van Gils hoort van bewoners nooit klachten: „Humanitas is juist een van de goede. Iedereen wordt hier gewoon gedoucht elke dag.”

De inspectie zegt dat familie zich niet meteen zorgen hoeft te maken. Bij de slecht beoordeelde instellingen is vooral sprake van potentieel gevaar, zegt de woordvoerder. Woensdag werd duidelijk dat de inspectie tijdens bezoeken aan de bekritiseerde instellingen bijvoorbeeld zag dat bij demente bewoners de keukenlades met scherpe messen niet waren afgesloten. Dat er geneesmiddelen over datum waren of bepaalde ‘dwangbehandelingen’ niet goed gedocumenteerd.

Inspecteur-generaal Ronnie van Diemen schreef aan Van Rijn wel te begrijpen dat sommige instellingen het niet eens zijn met hun beoordeling. Van Diemen: „Dat zal deels terecht zijn, omdat instellingen op basis van het toezicht maatregelen hebben genomen en verbeteracties hebben ingezet.”

M.m.v: Elsje Jorritsma en Annette Toonen