Nederland vertegelt

Tuinen Mensen willen meer groen, maar tuinieren doen ze niet van harte. Gevolg is „een verharding van tuinen”.

De voortuintjes in de Amstelmeer, een straat in de Barendrechtse wijk Carnisselande. Foto’s Walter Herfst

Bijna nergens in Europa hebben meer huizenbezitters een tuin dan in Nederland. Ongeveer 70 procent van de Nederlanders beschikt over een tuin „en heeft dus een kans om die heilzame groene omgeving heel nabij te creëren”, zo meldt een deze donderdag verschenen onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar tuinen, getiteld Tussen groen en grijs. Alleen in het Verenigd Koninkrijk zijn meer tuinen.

Ruim de helft van de mensen zegt zelf te tuinieren, maar echt van harte gaat dat niet, stelt het SCP. Onderzoeker Jeanet Kullberg van het SCP signaleert een „spagaat” tussen de maatschappelijk behoefte aan „meer groen” in woonwijken, zichtbaar door bijvoorbeeld buurttuinen, en de trend om particuliere tuinen te bestraten en vol te bouwen met terrassen, meubilair, en stenen producten uit tuincentra en bouwmarkten. Kullberg: „Er is sprake van een verharding van tuinen. Ik denk wel eens: wat bedoelen mensen nou eigenlijk als ze zeggen dat ze meer groen willen? Waarom doen ze dat niet in hun eigen tuin?”

Onderhoudsarm

De trend naar verharding is onwenselijk, al was het maar omdat bij zware regenbuien, waarvan we er de komende decennia meer zullen krijgen, het water niet kan wegzakken in de grond. Tuinen zijn niet ‘klimaatbestendig’. Maar de hang naar verstening is wel goed te begrijpen als je bedenkt dat de tuin voor veel mensen niet allereerst een plaats voor natuur is, maar veeleer „een plek van rust”, waar je kunt verwijlen in relatieve afzondering, de mogelijkheid hebt eens lekker te doen waar je zelf zin in hebt. Daarbij moet een tuin vooral „onderhoudsarm” zijn, en daarop is de meeste kans bij een bestrate tuin. „Althans dat denken veel mensen”, zegt onderzoeker Kullberg.

Sinds enkele decennia is het gebruikelijk nieuwe eengezinswoningen te voorzien van een tuin. Een voortuin, die als „visitekaartje” geldt, en een achtertuin.

De tuin beschouw ik als een stukje onspanning

Ralph Tittel bewoner Carnisselande

Zoals in Carnisselande, een eind vorige eeuw gebouwde Vinexwijk nabij Rotterdam, in Barendrecht. „Van mijn tuin word ik vrolijk”, zegt Ralph Tittel, bewoner van Carnisselande. Vanuit de openslaande deuren in zijn woonkamer wijst hij naar de achtertuin, betegeld met lichte stenen en omzoomd door borders vol planten en bloemen. „We hebben zelfs orchideeën”, zegt Tittel. „We zien de planten en bloemen gedurende het seizoen opeenvolgend bloeien. Daar kiezen we ze op uit. Het is heerlijk dat als simpel mens voor elkaar te krijgen, hoe klein het ook is.”

Verlengstuk

Tittel woont in de straat Amstelmeer, met ruime woningen die zestien jaar geleden werden gebouwd, en waar veel van de eerste bewoners zijn gebleven. Wat doen de bewoners van Amstelmeer met hun tuinen? Wat doe je met een tuin waar je dikwijls niet om hebt gevraagd? Een tuin die je er min of meer gratis bij kreeg toen je, bijvoorbeeld vertrokken uit het centrum van Rotterdam, suburbaan ging wonen?

54d327d5-b88e-449f-a447-2bec6676d33a

Het meest gehoorde antwoord in de Amstelmeer over nut en noodzaak van een tuin is: „Een verlengstuk van de huiskamer”. Bewoners hebben waardering voor hun tuin. Niet zozeer om er meer dan drie kwartier per week in te werken, zoals volgens het onderzoek de gemiddelde Nederlander doet, maar vooral om „buiten” te zijn, in de beslotenheid van een eigen domein, achter een haag of schutting, nippend van een biertje of „stiekem een ijsje etend” achter een boom in het midden van een listig ingerichte tuin, zoals een andere bewoner het omschrijft.

Stukje ontspanning

3f5ac108-a5fe-4031-8eab-b18ee8b2dc96

Ralph Tittel: „Wij vinden het heerlijk om met vrienden aan deze lange tafel buiten te eten. Daarom heb ik ook een barbecue geplaatst onder een dak, zodat je er ook bij minder mooi weer kunt zitten. Ik heb een drukke baan en de tuin beschouw ik als een stukje ontspanning. Entertainment.”

fa8c20f3-09c3-41e5-96c4-cd7b84fadc06

Tuinieren is voor veel tuinbezitters „bepaald geen feest” en „op zijn best een sociale verplichting, een noodzakelijk kwaad”. Mensen waarderen de „vrijheid op eigen erf”, maar hebben aan het maaien van gras of het knippen van rozenstruiken een broertje dood.

De grootste kans op een bestrate tuin loop je in suburbane milieus, waar het bezit van een tuin niet zeldzaam is, bij uitkeringsgerechtigden, en bij vrouwen die meer dan dertig uur werken. „Vrouwen werkten vroeger veel minder, en maakten doorgaans de tuin presentabel en leuk”, zegt SCP-onderzoeker Kullberg. Dat de kennis van de natuur in de tuin lijkt „uit te sterven”, noemt de onderzoeker „alarmerend”.