NAVO zaait haat, zeggen de Russen in Letland

Afschrikking Met een grotere troepenmacht wil de NAVO Rusland „afschrikken”. Maar volgens de Russische inwoners in de Baltische staat laat Letland zich bang maken om niets. „We hebben juist diplomatie nodig.”

Een vrouw komt kijken bij een NAVO-oefening in Daugavpils, Letland begin juni. Foto Ints Kalnins/Reuters

Op een open plek in het bos bij de Letse stad Aluksne, aan de Russische grens, komt alle opgekropte woede er opeens uit.

„Die respectloze Letten hebben hem in de stad van zijn sokkel getrokken en hier gedumpt!”

Leonid Konovalov staat oog in oog met Lenin. Het uit steen gehouwen hoofd van de Russische roerganger dekt nu een lanceerput af op de voormalige sovjet-raketbasis.

Ruim twintig jaar werkte Konovalov hier, op het tussen de bomen verscholen terrein. Na 1991 kon hij met vervroegd pensioen. Letland scheidde zich af van de Sovjet-Unie, de nucleaire raketten gingen naar Rusland. Nu is de lanceerinstallatie verroest. De kazernes rondom liggen in puin.

„Daar lagen ze”, wijst Konovalov naar de inmiddels door struiken overwoekerde raketsilo. „We moesten altijd op scherp staan, ook al bleef het tijdens al mijn Koude Oorlog-dienstjaren gelukkig bij oefenen. Maar als de NAVO niet uitkijkt, breekt straks de échte oorlog uit.”

Met „afschuw” volgt Konovalov de voorbereidingen van de NAVO-troepenopbouw in zijn land. Op de top, vrijdag en zaterdag in Warschau, neemt het westerse bondgenootschap het besluit om 4.000 NAVO-soldaten te stationeren aan Europa’s oostgrens. Na de Russische inname van de Oekraïense Krim in 2014 vroegen Letland en andere Oost-Europese NAVO-landen extra bescherming tegen mogelijke Russische agressie. Op de vorige NAVO-top in Wales werd dat toegezegd.

Nu, in Warschau, wordt het concreet en wil de NAVO Rusland „afschrikken”.

Minderheid

„Maar hiermee zaait de NAVO enkel haat,” zegt Konovalov. Hij behoort tot de grote Russische minderheid in Letland – ruim een kwart van de 2 miljoen inwoners. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie voelen veel Letse Russen zich behandeld als tweederangs burgers. „Letten zien ons als erfgenamen van het Sovjetmonster,” zegt Konovalov. Hij leest Russische kranten, kijkt naar Russische televisie en hij spreekt nog altijd geen woord Lets.

Maar één ding weet hij zeker: „De Letten laten zich bang maken voor niets.” Rusland heeft volgens hem geen enkele ambitie om Letland binnen te vallen.

„Wie is er gebaat bij die oorlogsretoriek van de NAVO? In plaats van escaleren, hebben we juist diplomatie en dialoog nodig.”

Daarvoor is het te laat, vindt de Letse politicus Sandra Kalniete. „Rusland is geen gesprekspartner meer.” Op het Tornakalns-treinstation in de Letse hoofdstad Riga wijst ze naar een houten wagon die er staat ter nagedachtenis van de duizenden Letten die in 1941 door de Sovjets werden weggevoerd. „Ook mijn ouders, kinderen van gegoede burgerij en volgens de Sovjetideologie dus volksvijanden, zaten in zo’n wagon. Ze belandden in Siberië. Pas later, in een van de strafkampen, hebben ze elkaar ontmoet en mij verwekt.”

In 1957 mocht het gezin per trein naar huis. „Op het eerste Letse perron, net over de grens, zeeg mijn moeder huilend op haar knieën. Veertien was ze toen ze werd gedeporteerd. Ze hebben haar jeugd gestolen.”

Die van dochter Sandra deels ook. „Als kind leerde ik al snel waarover ik moest zwijgen.” Maar eind jaren tachtig sloot ze zich aan bij het Letse Volksfront dat vocht tegen de Sovjetbezetting. Als eerste minister van buitenlandse zaken van het nieuwe Letland loodste ze haar land richting EU-toetreding en werd ze in 2004 eurocommissaris. Nu is ze europarlementariër. „Kun je je voorstellen? Een meisje uit een Siberisch kamp dat nu kan gaan en staan waar ze wil!”

Ze mag alleen niet naar Rusland, waar ze op een zwarte lijst staat. „Vanwege mijn felle kritiek op de Russische annexatie van de Krim.” Hetzelfde kan met Letland gebeuren, zegt Kalniete, vurig pleitbezorger van NAVO’s troepenopbouw in Letland.

Wij zijn extra kwetsbaar, er is geen bergketen of rivier die ons van Rusland scheidt. Je loopt hier zo naar binnen.”

Sterkste man van de wereld

Verderop in de stad zit Raimonds Bergmanis achter zijn bureau tegen een wand die vol hangt met historische legerprenten. Na zijn carrière als olympische gewichtheffer groeide hij uit tot Letse volksheld vanwege mediagenieke optredens in de Sterkste Man van de Wereld-competitie. Winnen deed hij nooit. Maar in zijn nieuwe, politieke, loopbaan heeft hij meer succes.

Sinds een jaar is hij minister van Defensie. „En mijn budget stijgt, daarvoor heb ik de steun van volk en parlement gekregen”, zegt de boomlange Bergmanis trots. „Rusland is onvoorspelbaar. Ze delen plaagstootjes uit door met bommenwerpers rakelings langs onze grens te vliegen. Tegelijk bouwt Rusland in het grensgebied militaire infrastructuur.”

De inzet van extra NAVO-soldaten in zijn land is dan ook acute noodzaak, vindt hij. „Dat is geen oorlogszuchtige taal. Die kritiek komt van Letten die geen Lets spreken en bestookt worden door Russische propaganda.”

Tweehonderd kilometer oostwaarts, in Aluksne bij de Russische grens, loopt de Letse majoor Oleg Dubovs over de binnenplaats van zijn kazerne. In een grasperk aan de rand staat afweergeschut van de Duitse Bundeswehr. Dubovs:

„We mogen oefenen met spullen van onze NAVO-partners,” zegt Dubovs.

De restauratie van de bijna honderd jaar oude kazerne vergt nog wat tijd. Maar zijn kadetten zijn binnenkort ‘NAVO-proof’, zegt Dubovs. „De opleiding is nu volgens de NAVO-standaard.”

In Leonid Konovalovs tijd gold de Sovjetstandaard – ‘R12’, het type raket waarover hij op de geheime basis in het bos moest waken. Eén keer kwam het bijna tot een lancering, tijdens de Cuba-crisis in 1962 toen een atoomoorlog dreigde tussen de Amerikanen en de Russen. „Drie maanden achtereen mochten we de basis niet af, want je wist maar nooit.”

Die dreiging en onzekerheid zijn weer terug, zegt Konovalov. „Dankzij de NAVO. Die daagt Rusland uit, en niet andersom.”