Mooie voorstellen, maar een échte wet wordt het zelden

Tweede Kamer Kamerleden dienen veel initiatiefwetten in. Maar de meeste liggen te verstoffen op de rommelzolder van de parlementaire democratie. Waarom lukt het zelden?

Protest van D66 en GroenLinks in de Kamer in 2011 tegen het besluit om die week niet meer te vergaderen over een initiatiefwet voor de verruiming van het aantal koopzondagen. Peter Hilz

Een langere leerplicht voor jongeren zonder werk of diploma. Zij moeten tot hun 21ste naar school in plaats van tot achttien jaar.

Een plicht voor supermarkten om te melden hoeveel eten ze weggooien, om voedselverspilling tegen te gaan.

Minder parkeergeld-ergernis voor automobilisten: voortaan per minuut parkeergeld betalen, in plaats van per uur.

Ingeloste verkiezingsbeloftes?

Nee, het zijn drie willekeurige initiatiefwetsvoorstellen van Tweede Kamerleden van deze regeerperiode. Keurig aangekondigd in kranten en op tv. Maar wet, dat zijn ze niet geworden.

De initiatiefwet die het wél haalt is de uitzondering op de regel. Sinds deze Tweede Kamer begon in september 2012 zijn 52 wetsvoorstellen ingediend. Zeven daarvan zijn nu echt van kracht, dat is een ‘slagingspercentage’ van 13,5 procent. Al heeft deze Tweede Kamer natuurlijk nog maximaal een half jaar te gaan tot de verkiezingen.

De meeste initiatiefwetten – uit vorige kabinetsperiodes liggen er ook nog zestig te wachten op behandeling – liggen stof te verzamelen op de virtuele rommelzolder van de parlementaire democratie.

Al hebben ze daar heus over nagedacht, vertellen de Tweede Kamerleden die je naar hun plannen en de status daarvan vraagt. Ze hebben politieke, strategische of publicitaire redenen om het wetsvoorstel daar op zolder te laten liggen, kort of lang. Belangrijkste reden: dat er meestal geen meerderheid voor hun plan is.

Doei, laat maar zitten

Een fiks deel van de initiatieven blijft in het beginstadium hangen. De belangrijkste wetgevingsadviseur van het kabinet, de Raad van State, ‘doet’ ook alle initiatiefwetten. Normaal is dat de indiener van het plan eerst schriftelijk op dat advies reageert. Pas als dat is gebeurd, kan de rest van de Tweede Kamer erover in debat. Maar de Raad van State zocht uit dat zo’n kwart van de bij hen ingediende initiatieven, geteld vanaf 2000, nooit publiek is geworden.

Hoe dat kan? De Raad van State is behoorlijk kritisch, weet Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA). Zij schreef samen met een collega van het CDA het initiatief over de langere leerplicht, het stamt uit april 2014.

„Heel vaak zeggen ze: kijk nog eens naar nut en noodzaak van dit plan, of, het zit juridisch niet goed in elkaar. Na dat advies denken Kamerleden, doei, laat maar zitten.”

Op het leerplichtplan van Jadnanansing had de Raad van State ook veel aan te merken, vertelt ze. „We hebben nog een hoorzitting georganiseerd en de nieuwe tekst ligt nu bij juristen voor advies.”

De Raad van State is erg kritisch. Na zijn advies denken Kamerleden soms ‘doei, laat maar zitten’

Jadnanansing vertrekt volgend jaar uit de Tweede Kamer. Maar, verzekert ze, zij en haar CDA-collega willen dit zeker nog proberen af te maken. Lukt dat in een half jaartje? „Ik hoop het.”

De kans dat een wetsvoorstel het ná volgende verkiezingen nog redt, is niet groot. De meeste niet-gepubliceerde – en dus nooit behandelde – adviezen van de Raad van State komen uit verkiezingsjaar 2012.

Bijvoorbeeld de Jongerenspaarwet, die toenmalig Kamerlid Mirjam Sterk (CDA) schreef, met de ChristenUnie. Idee was om het Zilvervlootsparen terug te laten keren: kinderen die sparen, zouden daar een bonus voor krijgen van de overheid.

Alleen Mirjam Sterk vertrok. Ze droeg haar plan over aan partijgenoot Pieter Heerma. Die heeft er niks meer mee gedaan en dat begrijpt Sterk wel. „Ze kwamen in een kleinere fractie terecht, met andere prioriteiten. Ik had het zelf wel doorgezet, maar ik snap best dat het anders loopt als iets niet je eigen plan is.”

Media-aandacht

Het krijgen van media-aandacht speelt zeker ook mee als motief voor het indienen van een wet. Dat geven Kamerleden grif toe. Ze vangen er – als ze hun initiatief doorzetten – een paar rondes publiciteit mee: bij aankondiging en bij behandeling in beide Kamers. Maar soms ook is de actualiteit aanleiding om een wet in te dienen en later evengoed weer reden om er niet al te veel energie meer in te stoppen.

Kijk naar de wet die een referendum over een minarettenverbod regelt. Joram van Klaveren, nu van Voor Nederland, kwam ermee in de tijd dat hij nog bij de PVV zat. Het was september 2011 en een reactie op het advies van de Raad van State heeft hij nog steeds niet geschreven. Zijn vertrek bij de PVV speelde mee, zegt Van Klaveren. Maar ook dit: „We hebben nu andere prioriteiten. Het referendum voor de Nexit bijvoorbeeld.”

Rommelzolder

Op de rommelzolder begint ondertussen hier en daar dubbeling te ontstaan. VVD’er Malik Azmani diende in mei dit jaar een wetsvoorstel in dat de uitzonderingspositie voor kerkgenootschappen schrapt. Doel is om extremistische geloofsgroeperingen die zich als kerkgenootschap organiseren, te kunnen aanpakken.

Daar lag alleen al een initiatief voor, in september 2004 ingediend door Geert Wilders. Die wet is blijven hangen bij fase één, het advies van de Raad van State.