Is zes jaar te weinig voor Pistorius?

Velen hadden gerekend op een langdurige celstraf. Die ontliep moordenaar Oscar Pistorius. Klassenjustitie of gerechtigheid?

Oscar Pistorius woensdag bij aankomst bij de rechtbank in Pretoria, waar het vonnis in hoger beroep tegen hem werd uitgesproken. Foto Shiraaz Mohamed/AP

De celdeur is weer gesloten achter de rug van Oscar Pistorius. Woensdag veroordeelde rechter Thokozile Masipa hem tot zes jaar wegens demoord op zijn vriendin Reeva Steenkamp in 2013. Zes jaar is aanzienlijk minder dan de minimum wettelijke straf van vijftien jaar voor moordenaars.

Maar dit is Pistorius, de sporticoon op prothesen. Deskundigen denken dat hij binnen een jaar alweer voorwaardelijk kan worden vrijgelaten. Is dit het bewijs van klassenjustitie in Zuid-Afrika? Of toch: gerechtigheid?

Op sociale media regende het vergelijkingen met andere zaken van minder bekende, minder beminde en minder vermogende Zuid-Afrikanen die voor mindere vergrijpen dubbel zo zwaar gestraft waren. „Een schande voor het justitiële systeem”, tierde de woordvoerder van de vrouwenliga van het ANC.

Rechter Thokozile Masipa had die reacties voorzien. Ze nam ruim een uur de tijd om haar beweegredenen voor deze relatief milde straf toe te lichten. Daarin stond een ding voorop: „Het is de taak van de rechtbank een onafhankelijke arbiter te zijn. Niet om de publieke opinie te dienen.” Het grote publiek was er tenslotte van het begin af aan van overtuigd dat Pistorius zijn vriendin met voorbedachten rade had vermoord. Maar het openbaar ministerie kon geen enkel bewijsstuk op tafel leggen die de beschuldiging van een ruzie aantoonde.

Daarentegen waren er talloze getuigen die de paniek beschreven van Pistorius minuten nadat hij de vier schoten op de toiletdeur had gelost, naar eigen zeggen in de overtuiging dat zich daar een inbreker had opgesloten. Zijn gebeden tot hogere machten om haar het leven te redden, toen de ambulance eenmaal was gearriveerd, zijn onbedaarlijke huilbuien boven het bebloede lichaam. Het klonk de rechter allemaal niet in de oren als het gedrag van een typische moordenaar. Wat het publiek volgens Masipa vergat was dat er sprake is van twee Oscar Pistorussen: de paralympisch kampioen. En de man van wie in zijn eerste levensjaar de onderbenen werden afgezet, en die zonder prothesen nog geen anderhalve meter lang was en op zijn beenstompen nauwelijks zijn evenwicht kon bewaren, zoals hij vorige maand nog in de rechtbank had laten zien. Die man was angstig en kwetsbaar en leed nu, na de moord en de overweldigende media-aandacht, aan posttraumatische stress. Oscar Pistorius is een goede kandidaat voor eerherstel , vond Masipa. „Een lange celstraf zal deze zaak geen goed doen”, sprak ze

Daarmee liep de rechter, zwart en vrouw, het risico dezelfde lawine van kritiek over zich heen te krijgen die ze in eerste instantie ontving toen ze eind 2014 Pistorius veroordeelde tot 5 jaar celstraf wegens ‘dood door schuld’. Na 12 maanden werd Pistorius alweer voorwaardelijk vrijgelaten. Een hogere rechtbank, meest witte mannen, oordeelde eind vorig jaar dat Masipa Pistorius tot moord had moeten veroordelen omdat het niet uitmaakte wat hij dacht toen hij vier keer de trekker overhaalde in zijn badkamer. Zelfs al dacht hij dat een inbreker zich in zijn toilet ophield, dan nog had hij willens en wetens besloten om te doden: moord. Met andere woorden: Thokozile Masipa had de wet verkeerd geïnterpreteerd. Vervolgens stuurden ze de zaak terug naar Masipa om de nieuwe strafmaat te bepalen.

Als de zaak Pistorius een ding heeft aangetoond is dat het justitie-systeem grondig is, in elk geval als de camera’s meekijken. Naast de kritiek op twitter en facebook waren er veel juristen die de rechter gelijk gaven in haar oordeel.

De twaalf maanden die Pistorius al in de gevangenis heeft doorgebracht en de daarop volgende maanden onder huisarrest worden niet afgetrokken van de zes jaar celstraf die hij nu opgelegd heeft gekregen. Het openbaar ministerie beraadt zich nog over de vraag of het de beschuldigde en de nabestaanden nu hun rust gunt of dat het toch in hoger beroep een hogere straf wil dwingen.