Irak kan geen kant op

Verscheurd land De binnenlandse strijd in Irak heeft al tienduizenden slachtoffers geëist. „Saddam is weg, maar we hebben nu duizend Saddams.”

Demonstranten verbrandden een Britse vlag op het Tahrir plein in Bagdad op 9 september 2011 uit protest tegen de dood van de 26-jarige Baha Mousa die op datzelfde plein werd gedood in 2003. Foto Khalid Mohammed/AP

Dertien jaar na de invasie is Irak een verscheurd, verwoest en getraumatiseerd land. Van een snelle overgang van dictatuur naar democratie, zoals de Amerikaanse en Britse regering voorspelden, is niets terechtgekomen. In plaats daarvan is in Irak een meedogenloze machtsstrijd uitgebroken, die tot op de dag van vandaag voortduurt, en die heeft geleid tot opmars van de meest gevreesde terreurbeweging ter wereld: Islamitische Staat (IS).

Veel Irakezen zijn verbitterd over wat er van hun land geworden is. De BBC zocht de man op die in april 2003 besloot om het bronzen beeld van Saddam Hussein in Bagdad omver te halen: Khadim al-Jabbouri. Het werd live door de internationale nieuwszenders uitgezonden. Al-Jabbouri was eigenaar van een garage voor motorfietsen en repareerde de Harleys van Saddam. Maar nadat Saddam veertien van zijn familieleden had laten executeren, weigerde hij nog langer voor het regime te werken. Dat kwam hem op twee jaar celstraf te staan.

Dus invasie voelde als een persoonlijke bevrijding. Maar dat was van korte duur. „Saddam is weg, maar we hebben nu duizend Saddams”, zei hij tegen de BBC. „Het was niet zoals nu onder Saddam. Er was een systeem. We hielden niet van hem, maar hij was beter dan deze mensen. Saddam executeerde nooit mensen zonder reden. Er waren geen corruptie of plunderingen. Je kon veilig zijn.”

Was het beter als Saddam aan de macht was gebleven? Zijn regime was wreed, zette gifgas in tegen de Koerden (Halabja, 3.000 tot 5.000 doden), begon twee desastreuze oorlogen (tegen Iran en Koeweit), wat leidde tot internationale sancties die vooral burgers troffen. Maar we weten niet wat er was gebeurd als hij was aangebleven. We weten wel wat de bezetting heeft opgeleverd: een disfunctionele democratie, mede dankzij het sektarische politieke systeem dat de Amerikanen en Britten invoerden. De door Saddam onderdrukte shi’itische meerderheid kwam aan de macht. De sunnitische minderheid werd gemarginaliseerd en kwam in opstand. Alleen de situatie van de Koerden is min of meer onveranderd.

Was het beter als Saddam aan de macht was gebleven?

De kosten in mensenlevens zijn hoog. Tijdens de invasie en de bezetting sneuvelden 179 Britse en 4.487 Amerikaanse militairen. Het Iraakse dodental is veel hoger: schattingen variëren van 90.000 tot 600.000.

De financiële kosten zijn al net zo moeilijk te becijferen. De economen Joseph Stiglitz en Linda Bilmes deden een poging in hun boek The Three Trillion Dollar War: the true costs of the Iraq conflict(2008). Ze telden de directe kosten voor oorlogvoering, de kosten voor de samenleving zoals zorg voor gewonden en veteranen, de economische kosten, en allerlei indirecte kosten bij elkaar op.

En het Verenigd Koninkrijk en Irak zelf lieten ze dan nog buiten beschouwing.

Eenheid

De ultieme prijs voor de invasie kan weleens het uiteenvallen van Irak zijn. Het land is vanaf zijn stichting door de Britten in 1932 nooit een echte eenheid geweest. Het werd na de onafhankelijkheid in 1958 bij elkaar gehouden door autoritaire leiders. De vraag is of Irak ooit nog een eenheid wordt. Daarvoor lijkt het wantrouwen tussen de drie grootste bevolkingsgroepen te groot.

De Koerden (20 procent) hopen op een eigen staat. De sunnieten (20 procent) roepen steeds harder om een verregaande vorm van federalisme. Alleen de shi’ieten (60 procent) vechten nog voor de eenheid van Irak - al zullen ze uiteindelijk wellicht genoegen nemen met Bagdad en het zuiden, waar hun heilige steden Najaf en Kerbala en de grootste olievelden liggen.

Deze tragische loop van de geschiedenis lijkt de Britse ontdekkingsreiziger en archeologe Gertrude Bell, die als Oriëntaal Secretaris in Bagdad aan de wieg stond van het moderne Irak, al te hebben voorzien. Ze schreef in 1920:

„En dit land, welke kant zal het opgaan met al die onruststokers om het te verleiden? Ik bid dat de mensen thuis zich realiseren dat de enige kans hier is om vanaf het begin de politieke ambities te erkennen en niet te proberen om de Arabieren in onze mal te passen.”