Hou de Randstad in beweging, pak de lightrail en de deelauto

Slimmer vervoer in en tussen de steden, flexibeler vervoer in de provincie. Zo willen de stadsvervoerders Nederland mobiel houden.

RandstadRail in de Haagse wijk Bezuidenhout. De lightrail tussen Rotterdam, Den Haag en Zoetermeer heeft 42.000 passagiers per dag. Verwacht was 35.000. Foto Lex van Lieshout / ANP

Volle treinen, volle wegen. Wie door de Randstad en tussen grote steden reist, staat vaak stil. In de trein of in de file. En het wordt de komende jaren alleen maar erger. De steden groeien, en daarmee het aantal mensen dat zich in en tussen de steden verplaatst. Planbureaus verwachten tot 2050 een groei van mobiliteit per auto van 23 procent en per trein van 20 procent. Of, bij hoge groei, van respectievelijk 58 en 42 procent.

„Als we niets doen slibben wedicht”, zegt Jaap Bierman, directeur van het Haagse vervoersbedrijf HTM. Naast hem in het zaaltje boven de stationshal van Den Haag Centraal zitten zijn collega’s: Alexandra van Huffelen van het GVB uit Amsterdam, Pedro Peters van de RET uit Rotterdam, Jan Kouwenhoven van Qbuzz, actief in Utrecht, Groningen en Friesland, en NS-topman Roger van Boxtel.

De vier stadsvervoerders en NS presenteren een ‘nieuw Nederlands mobiliteitsplan’. Géén blauwdruk, benadrukken ze. Bierman: „We zeggen niet hoe het moet, we leveren een bijdrage aan het nationale debat.” Met de timing van hun visie hopen ze dat politieke partijen het meenemen in hun verkiezingsprogramma’s.

De oplossing van de vervoerders: meer onderscheid tussen vervoer in de grote steden, met name in de Randstad, waar de bevolking groeit, en buiten de grote steden, waar de bevolking krimpt.

Zorg in en tussen de steden voor meer en frequenter vervoersaanbod, met treinen en lightrail tot in de stadscentra. Laat verschillende vervoersvormen goed op elkaar aansluiten, zodat de reistijd korter wordt.

Zorg in de minder drukke gebieden voor vraaggestuurd vervoer, met reizigers die via een app op de smartphone (Peters: „Ja, ook ouderen hebben die.”) hun reis plannen. De lange bussen die nu op vaste tijden langs dorpen rijden zijn achterhaald. Bierman vat samen: „De dikke lijnen worden dikker, de dunne lijnen worden vervangen door maatwerk.”

First and last mile

Het vervoer van de toekomst is volgens de stadsvervoerders en NS een mix van individueel en collectief vervoer. Lopen, fietsen, bus, tram, metro, lightrail, trein én auto moeten allemaal worden ingezet voor een flexibele reis van deur tot deur. In het plan gaat het niet om de vraag wie iets gaat doen en hoe, maar wat nodig is, en waar. Peters: „Wij hoeven het niet per se allemaal zelf aan te bieden, we worden mobiliteitsmakelaars.”

Het stukje van huis naar station en van station naar eindbestemming, de ‘first and last mile’, moet beter, zegt Peters. „Dat weerhoudt mensen er van om het openbaar vervoer te nemen, daar zit de potentiële winst aan nieuwe reizigers.”

Een reis van deur tot deur tussen de grote steden in de Randstad moet worden verkort tot maximaal één uur. Dat betekent een reis van maximaal dertig minuten tussen twee centraal stations en maximaal een kwartier reistijd van ‘belangrijke punten’ binnen een stad naar het station. De intercity tussen Den Haag en Utrecht doet er nu 37 minuten over. Misschien moet het wel op een andere manier, licht Van Boxtel toe. „We zijn volop bezig met het vergroten van de intensiteit van de trajecten tussen de grote steden.”

De vervoerders verwachten veel van de deeleconomie. Autobezit zal steeds meer afnemen. Maar autodeel-initiatieven zijn nog steeds klein. Van Huffelen: „Juist daarom moeten we het aantrekkelijker maken. Deelauto’s moeten bij het station staan, je moet kunnen betalen met je ov-chipkaart. Alles draait om slimme combinaties.”

Het enthousiasme voor de lightrail, die zowel op treinspoor als metro- en tramnet kan rijden, ontlenen de vervoerders aan het succes van de RandstadRail. Die verbindt Rotterdam met Den Haag en Zoetermeer en trekt veel meer reizigers dan gepland. Door korte stops en snel optrekken is lightrail sneller dan een trein. Maar het belangrijkste voordeel, zeggen de vervoerders, is dat de stations dichtbij de reiziger zijn. Tussen Rotterdam en Den Haag heeft de RandstadRail zes haltes.

Elektrische bussen

Het mobiliteitsplan houdt de steden leefbaar. Minder auto’s in de steden helpt in de strijd tegen luchtvervuiling, geluidsoverlast en parkeerproblemen. Er komt ruimte beschikbaar voor andere toepassingen: groen, wandel- en fietspaden. Alle bussen zijn in 2030 elektrisch.

Al dat moois kost de overheid 1 miljard euro per jaar. Het plan gaat uit van uitvoering tussen 2020 en 2040 en vergt dus een investering van 20 miljard euro, bovenop geplande uitgaven voor infrastructuur. Het kan meer worden, 20 miljard is het minimum. Er staan maatschappelijke baten van twee tot vier miljard euro per jaar tegenover, volgens de vijf directeuren.

Maar, zeggen ze, hun plan is niet primair een pleidooi voor geld. Voorop staat het leefbaar en bereikbaar houden van Nederland.