Gemeentelijke subsidie is wankel

Bakkerijmuseum ‘De Oude Bakkerij’

Foto’s Rien Zilvold

Er hangt een geur van verse koek in Bakkerijmuseum ‘De Oude Bakkerij’ in Medemblik. Overal klinken kinderstemmen. Een leger van honderd vrijwilligers, onder wie 25 bakkers, geeft demonstraties en workshops. Zij bemannen ook de winkel voorin, waar ambachtelijke lekkernijen worden verkocht.

Het bakkerijmuseum is in 1985 opgericht door het echtpaar Theo Spil en Ans de Boer, beiden afkomstig uit bakkersfamilies. De basis van de collectie zijn de bakkersspullen die Cees de Boer, de vader van Ans, zijn leven lang verzamelde, zoals koekplanken, bakkersgereedschappen, bakmachines, verpakkingen en recepten. De laatste jaren zijn daar schilderijen en andere kunstvoorwerpen aan toegevoegd. Wat begon als een tentoonstelling op zolder, is nu een volwaardig museum in de belangrijkste winkelstraat van Medemblik. Jaarlijks komen er 50.000 bezoekers, onder wie 20.000 kinderen. Het museum is door Rekels.nl, een website voor kinderuitjes, drie keer uitgeroepen tot ‘leukste kindermuseum’.

Ondanks deze successen heeft algemeen directeur Jacco Spil, zoon van de oprichters, grote zorgen. „Het museum is financieel kwetsbaar”, zegt hij. „Om eerlijk te zijn vrees ik voor het voortbestaan van het museum. Wij krijgen jaarlijks 15.000 euro subsidie van de gemeente, terwijl musea met evenveel bezoekers in buurgemeentes, zoals Hoorn en Alkmaar, jaarlijks 8 ton en 2,7 miljoen euro ontvangen.”

De gemeente heeft recentelijk aangekondigd dat de subsidie afgebouwd gaat worden. „Het ontbreekt de gemeente aan een samenhangende visie op onze rol”, zegt Spil. „Men toont al jarenlang geringe interesse in ons, terwijl wij een belangrijke bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van deze gemeente voor toeristen en bewoners.”

Het Bakkerijmuseum slaagt er maar mondjesmaat in om bijdragen te krijgen van fondsen en andere geldgevers. „Wij hebben twee keer een projectbijdrage aangevraagd bij de BankGiroLoterij”, vertelt Spil. „Zij beoordeelden beide projecten als zeer innovatief en met een groot publieksbereik. Toch hebben we beide keren geen geld gekregen. De BankGiroLoterij twijfelde over de continuïteit van ons museum, omdat wij voor 95 procent afhankelijk zijn van eigen inkomsten en niet kunnen rekenen op substantiële overheidssteun. Zo zitten wij gevangen in een vicieuze cirkel.”

Het Bakkerijmuseum is niet het enige museum dat zich in een precaire situatie bevindt. Maar liefst 48,6 procent van de musea vreest een (verdere) achteruitgang in de bijdragen van overheden.

De gemeente weet niet goed wat ze met ons aanmoet

Diverse musea maken melding van een ‘kerntakendiscussie’ binnen hun gemeente of provincie. Provincies en gemeenten die moeten bezuinigen beraden zich op de vraag of het in stand houden van een museum nog wel tot hun kerntaken behoort.

„De gemeente weet niet goed wat ze met ons aanmoet”, schrijft Paul Puntman, die Museum De Scheper in Eibergen bijstaat als adviseur. „Cultuur wordt gezien als een persoonlijke keuze, niet als overheidstaak.” Daardoor keert de dreiging van een korting op de subsidie steeds terug. Zonder subsidie ziet de toekomst voor het museum er somber uit. „Het museum is afhankelijk van de krappe gemeentesubsidie en er komt te weinig publiek om andere inkomsten te genereren.”

De gevolgen van subsidiekortingen hebben vaak directe impact op het personeel en de programmering. „Wij bestaan alleen nog dankzij interen op een erfenis”, schrijft directeur Hans Oomen van Historisch Museum De Bevelanden in Goes. Het museum komt jaarlijks structureel geld tekort door het verminderen van de subsidie. De staf is inmiddels geminimaliseerd. „In drie jaar tijd is de subsidie 30 procent verminderd. Ook zijn de huurkosten vanuit de gemeente de laatste jaren verhoogd. Dat betekent minder wisselexposities, geen aankoopbudget meer en interen op ons eigen vermogen.”

Ook een gemeentelijke herindeling kan roet in het eten gooien. Museum Martena wordt nu nog gesubsidieerd door de gemeente Franekeradeel, maar per 2018 worden drie gemeentes samengevoegd. Directeur Manon Borst: „Er zijn al geluiden te horen dat in de nieuwe gemeente Waadhoek cultuur geen speerpunt zal zijn, zoals dat nu wel het geval is in de gemeente Franekeradeel.”

Het zijn vooral de kleine en middelgrote musea waar deze problemen spelen. 70 van de 144 musea die meededen aan het onderzoek vrezen dat zij de komende jaren minder subsidie zullen krijgen. Onder deze groep vallen 48 kleine musea.

Toch zijn er ook grotere musea die zich door de dalende overheidssubsidie in een kwetsbare positie bevinden. Bij het Frans Hals Museum in Haarlem wordt de subsidie van de gemeente de komende jaren stapsgewijs verlaagd. Het museum krijgt bovendien minder compensatie voor de stijgende lonen en prijzen. Directeur Ann Demeester: „De korting op de subsidie zelf loopt hierdoor op tot 20 procent van de budgetsubsidie zelf.” De afgelopen vijf jaar moest het museum al 450.000 euro bezuinigen, 8 procent van zijn budget. Er werd gesneden in de personeelskosten en in de programmering. Om de dalende inkomsten op te vangen, gaan de toegangsprijzen omhoog en moeten meer inkomsten worden gehaald uit sponsoring, particuliere giften en de museumwinkel.