Opinie

Geef verpleeghuis niet de schuld van uw eigen wanbeleid, Van Rijn

Verpleeghuizen op een zwarte lijst zetten is hypocriet, meent verzorgende Wendeline Roest. Een open brief aan staatssecretaris Van Rijn die er zelf een „potje van maakte”.

Illustratie Hajo

Beste meneer Van Rijn, ik hoor het mijn docent verpleegkunde nog zeggen: „Denk je dat je hiermee veel zal verdienen, dan kun je beter gaan. Ben je bereid voor zieke collega’s in te vallen, je lichaam zwaar op de proef te stellen, je sociale leven aan te passen, de mooie momenten van je kinderen te missen? Dan is dit werk voor jou. Je zult hard aan de slag moeten, je bonus is een glimlach.”

Begin deze eeuw bestond mijn verpleeghuisteam uit drie verzorgenden op vijftien bewoners. Er was ook een assistente voor de voeding, een activiteitenbegeleider en een huishoudelijke hulp voor het verschonen van de bedden. Wij, de verzorgenden, wasten en kleedden de bewoners. We deelden medicatie uit en brachten iedereen op tijd naar het toilet. We hadden zelfs tijd om ze op te tutten.

Ik denk terug aan die tijd als de hemel op aarde, want sindsdien is het behelpen. Kabinet na kabinet wilde bezuinigen en hervormen. Verpleeghuizen speelden alvast op de plannen in. De zorgkosten zijn te hoog, was het mantra. Efficiënter werken! Niet meer fte’s dan ‘strikt noodzakelijk’. Contracten werden niet verlengd. Helpenden, assistenten, huishoudelijk medewerkers: ik zag ze stuk voor stuk vertrekken. Wij, verzorgenden, namen hun werk over. Ondertussen moest de kwaliteit omhoog, helpenden werden omgeschoold tot verzorgenden. Vaak werden bezuinigingsplannen gedeeltelijk ingetrokken, maar het kwaad was dan al geschied. Wat Den Haag bedenkt, raakt direct de werkvloer. Ik zeg werkvloer, omdat het altijd de uitvoerenden zijn die getroffen worden, niet de zorgmanagers.

In november 2014 kreeg u er zelf wat van mee. Uw vader liet zich in het AD uit over de zorg voor zijn demente vrouw: „Soms is ze niet verschoond. Dan staat ze even op en loopt de urine langs haar enkels. Ik ga altijd opgewekt naar haar toe, maar kom er vaak met een zwaar gemoed vandaan.” U reageerde als staatssecretaris: het zou geen kwestie van geld zijn, maar van opleiding en organisatie. Aan de bezuinigingen lag het volgens u niet. Van Rijn, u bent weliswaar staatssecretaris van Volksgezondheid, maar u heeft nog nooit een pleister geplakt of een dementerende verschoond.

Uw kabinet benadrukt het belang van familieparticipatie. Dat zou verzorgenden ontlasten. Handig bedacht door hoge heren in deftige pakken achter mooie bureaus, want dan hoeft er geen geld bij. Maar slim is het niet, want de kinderen van onze bewoners zijn zelf oud. Ze regelen de financiën en het is al heel wat als ze eens per week koffie komen drinken. Ze hebben namelijk ook de zorg voor hun eigen kinderen en een drukke baan. Dacht u echt dat deze groep in staat is tot nog meer?

Het werk van de wegbezuinigde voedingsassistenten, helpenden en activiteitenbegeleiders, doe ik nu zelf. En ook dat van mijn lieve collega-verzorgende van wie het contract niet werd verlengd. Ik verzorg nu zeven mensen: laat ze twee keer per week douchen, maak hun bedden op, zorg dat ze opstaan, eten en drinken, organiseer een dagprogramma en praat familieleden bij. Ik registreer alles waarvan u wilt dat het geregistreerd wordt, geen protocol sla ik over. Als een collega ziek is, doe ik dit alles ook bij haar cliënten. Ondertussen draaf ik op bij multidisciplinair overleg en begeleid ik leerlingen. Voor vergaderingen kom ik, buiten werktijd, apart terug.

En wat is uw reactie hierop, meneer Van Rijn? Die vernam ik via de media: u noemt de situatie naar aanleiding van een inspectierapport over verpleeghuizen „onacceptabel”. U bent boos over de fouten die er worden gemaakt en dreigt instellingen met sluiting. Andere politieke partijen vallen u bij en dwongen u een zwarte lijst met ‘zwakke verpleeghuizen’ openbaar te maken. Verbeteren van de kwaliteit is uw ‘speerpunt’, meldt Rijksoverheid.nl. Patiëntenfederatie NPCF inventariseerde de klachten van bewoners: veel flexmedewerkers en stagiaires aan het bed, in plaats van een vertrouwd gezicht met kennis van dementie. Belangenorganisatie LOC stelt dat het systeem te veel centraal staat, maar heeft het ook „overmatige aandacht” voor bingo en appeltaart. Lieve help, ik zou willen dat ik tijd had voor bingo en appeltaart!

Meneer Van Rijn, deze situatie is ontstaan door niemand minder dan u! Door uw kabinet, uw bezuinigingen. En nu bent u boos op ons omdat ú iets niet goed heeft georganiseerd? Ja, we maken uw verwachtingen niet waar. Maar dat komt omdat u er een potje van heeft gemaakt. Vrijdag begint uw zomerreces. Zeven weken tijd voor uw vrouw en kinderen. Denkt u dan ook even aan ons? Velen hebben maar twee weken aaneengesloten vakantie in plaats van drie, zoals onze cao voorschrijft. Dat komt omdat er geen geld is voor flexmedewerkers en vakantiekrachten. Bikkelen dus. Maar goed, wij zullen niet klagen, want ouderen verdienen de best mogelijk zorg. Fijne vakantie, meneer Van Rijn!