Een plaggenwoning voor hobbits

De Drentse kunstmanifestatie Into Nature biedt een route langs werk van 34 kunstenaars, met keukens, badkamers en zomerhuisjes.

De „hobbitwoning” van Sharon Houkema: ‘Zonder titel’, 2016.

Als je weet waar je loopt, weet je ook wat je ziet. Het werk dat de Nederlandse kunstenaar Sharon Houkema (1975) in het romantische natuurgebied Kampsheide voor de Drentse kunstmanifestatie Into Nature heeft ontwikkeld, ziet eruit als een plaggenwoning voor hobbits: zo’n bolvormig heuvelhuis, waar je door je knieën moet om onder de deurpost door te kruipen. Houkema, sinds haar afzwaaien aan de Rijksacademie in 2009 consequent bezig met onderzoek naar mythische processen met een ecologisch tintje, heeft tussen het pas gemaaide gras, de vennen en heidevelden haar variant op de grafheuvel gebouwd. Want al die heuveltjes die je her en der ziet, zijn restanten van grafheuvels van meer dan vierduizend jaar oud.

In het donkere binnenste van Houkema’s heuvel staan krukjes van plexiglas. Voor je voeten ligt een ‘rots’ waar geluid uit komt: een vrouwelijke stem die prevelt, aanmoedigt, meditatieve ademhalingstips geeft. Een andere stem voegt zich erbij, lieflijk, smekend, flemend, kirrend als een kind. Houkema schreef voor dit werk, Zonder Titel, een treurdicht, uitgesproken, zo klinkt het, door waarzegsters en hellevegen. Het is een subtiel afscheid van de wereld zoals we die kennen en van het tijdperk dat de mens in al zijn spilzucht en vernietigingsdrift heerst op aarde.

Houkema is één van de 34 kunstenaars die meedoen aan het net geopende Into Nature. De kunstmanifestatie is bedoeld om tweejaarlijks een specifiek gebied van de provincie Drenthe als ‘canvas’ voor hedendaagse kunst te gebruiken. Vijf jaar voorbereidingstijd is met deze eerste editie gemoeid. Vijf curatoren doen mee (onder wie buitenkunstexpert Monica Boekholt, Toos Arends en Pim Trooster) en de belangrijkste musea (het Drents Museum en museum de Buitenplaats in Eelde) hebben hun programma op de manifestatie aangepast. De route – absoluut niet in één dag te doen – slingert langs zestien locaties, over een afstand van dik veertig kilometer. Op je tocht meander je van centraal punt Assen naar plekken langs het stroomdal van de Drentsche Aa (een prachtige zolderkamer met onderwaterfilm van de Groningse kunstenaar Arjen Boerstra), achttiende- en negentiende-eeuwse landgoederen in het noorden van de provincie en weer terug naar het industriële landschap rond vliegveld Eelde en de voormalige Rijksluchtvaartschool. Daar is in schilderachtig vervallen ruimtes een grote groepstentoonstelling ingericht. De kunstenaars komen uit binnen- en buitenland. Internationale trekkers als Mark Dion, Taturo Atzu, Wolfgang Laib en herman de vries worden gepresenteerd met onbekende, getalenteerde kunstenaars, zoals Kim Habers, Frank Straatman en het duo Arja Hop/Peter Svenson.

Kim Habers heeft nachten doorgewerkt om haar even monumentale als verstikkende papieren knipseltekeningen in driedimensionale beelden in museum de Buitenplaats Eelde en in de Rijksluchtvaartschool te laten groeien. Krijn de Koning veranderde de beschimmelde keuken van de school (van buiten beschilderd door Bart van der Leck) in een knallend kleurmozaïek. En het werk van Taturo Atzu, die vorig jaar opzien baarde met zijn dakstellage op de Nieuwe Kerk in Amsterdam, zal opnieuw uitgroeien tot attractie. Hotel Stairway to Heaven – gevestigd in het Spartaanse zomerhuisje De Til op landgoed Vennebroek bij Paterswolde – is een hypermoderne logeerkamer (te boeken voor 150 euro per nacht), met een badkamer, alleen te betreden door mensen zonder hoogtevrees. Atzu (die zijn naam bij ieder kunstproject verandert) bouwde een badkamer hoog in een boomkruin, te bereiken via een houten constructie. Vanuit de badkamer – met een boomtak groeiend langs je oor – heb je een schitterend uitzicht op het Friesche Veen.

Zo zijn er meer bijzondere werken op bijzondere plekken op Into Nature. Toch kunnen die werken niet verhullen dat een inhoudelijk idee op deze peperdure manifestatie ontbreekt en dat de wens van de provincie om zichzelf toeristisch op de kaart te zetten gaandeweg de rit leidend is geworden. Kunst is zodoende meer middel dan doel. Het boekje bij de tentoonstelling is illustratief daarvoor. Het bevat meer pagina’s met rondtochten, restaurants, mini-camping en sponsors dan pagina’s gewijd aan de kunstenaars. Naar een uitleg over het concept van Into Nature of de selectiecriteria van de curatoren is het vergeefs zoeken.

Annabelle Birnie, directeur van het Drents Museum in Assen, sprak bij de opening van de manifestatie van ‘de idee van de natuur’ als leidmotief. Met zo’n breed motief valt met alle winden mee te waaien en dat gebeurt dan ook. Into Nature besteedt ook aandacht aan kunstenaars die niets met natuur van doen hebben (Kim Habers, Frank Straatman). Of toont een vrij willekeurige gelegenheidssolo van de vergeten neo-romantische paddenstoelenschilder Theo Goedvriend (Drents Museum).

Veelzeggend is in dit verband het werk van Florentijn Hofman. Hofman, bekend van zijn reusachtig opgeblazen badeenden, bouwde een ‘conibeer’ – een reusachtige beer, bekleed met coniferen. Coniferen bekleden het karkas van de beer. In de loop der weken zullen de takken allemaal sterven. Voor, zoals in het reisgidsje staat, ‘humor, sensatie en maximale impact’. Gelukkig dat er meer is onder de zon dan dat.