De verkoop gaat zó goed, in Amsterdam zijn de huizen op

Huizenmarkt

In het tweede kwartaal van dit jaar zijn bijna 43.000 huizen verkocht. Ook de prijzen stijgen weer, bijna 13 procent gaat boven de vraagprijs weg.

Foto Hollandse Hoogte

Nooit eerder verkochten makelaars van de NVM zo veel huizen als de afgelopen maanden. Het was, zegt de nieuwe voorzitter Ger Jaarsma, „het beste kwartaal ooit”. In het tweede kwartaal van dit jaar verkochten de makelaars van de grootste makelaarsvereniging van Nederland bijna 43.000 huizen, dat is bijna 15 procent meer dan een jaar geleden.

En ook de prijzen stegen weer: gemiddeld werd een huis verkocht voor 234.000 euro, dat is 2,7 procent meer dan een kwartaal eerder. Bijna 13 procent van de woningen werd boven de vraagprijs verkocht, in Amsterdam gold dat voor meer dan de helft van de verkochte woningen.

De gemiddelde huizenprijs is nog wel lager dan voor de crisis (bijna 7 procent), maar de verschillen binnen Nederland zijn groot en worden steeds groter. Zo zijn de huizenprijzen in Amsterdam al 14 procent hoger dan voor de crisis. En waar op sommige plekken (vooral in het noordoosten van Groningen) het aantal verkochte woningen achterblijft en soms zelfs nog steeds daalt, is de woningmarkt in Amsterdam intussen zó oververhit geraakt dat ook daar minder woningen zijn verkocht (7 procent minder dan een jaar eerder). Simpelweg omdat er nauwelijks nog huizen zijn die makelaars kunnen verkopen. Het aantal te koop staande woningen in Amsterdam, Utrecht en Zuid-Kennemerland (onder meer Haarlem) is in een jaar tijd met meer dan 40 procent gedaald.

Toch heeft nog altijd 43 procent van de gezinnen langer dan een jaar een te koop-bord in de tuin staan, zegt Jaarsma. In sommige regio’s staan huizen zelfs nog langer dan drie jaar te koop (in totaal geldt dat voor bijna één op de vijf woningen), en is de restschuldproblematiek nog lang niet opgelost. Gemiddeld daalt de verkooptijd wel – afgelopen kwartaal met 13 procent, vergeleken met vorig jaar.

In Amsterdam en Utrecht daalde het huizenaanbod met ruim 40 procent

krapte

NVM-voorzitter Jaarsma illustreert de grote regionale verschillen door Nederland als geheel te vergelijken met zijn eigen woonplaats Leeuwarden. Waar bijvoorbeeld in Nederland de gemiddelde huizenprijs steeg met 5,6 procent (vergeleken met een jaar eerder), daalde die in Leeuwarden met een half procent.

De starters hebben veel last van de stijgende prijzen en het krimpende aanbod, in combinatie met de steeds strenge hypotheekregels. Zo moeten ze steeds meer eigen geld meenemen – wat ze vaak nog niet hebben. Maar huren in de vrije sector is óók onbetaalbaar, zeker in de Randstad. De NVM pleit voor een versoepeling van de regels, zoals de eis om de volledige hypotheek af te lossen. Jaarsma: „Die eis verhoogt de woonlasten van starters in de duurste periode van hun leven en levert voor de economie uiteindelijk meer nadelen op dan voordelen.”

Zo wordt ruim 40 procent van de woningen gekocht door een starter. Kunnen zij niet meer kopen, dan „stokt de doorstroming op de woningmarkt weer”, zegt Jaarsma.

vraagprijs

Een starter op de woningmarkt moet nu gemiddeld 152.000 euro betalen voor een huis van 60 tot 80 vierkante meter. In de oververhitte regio’s is dat 179.000 euro – een bedrag dat veel starters, zeker de alleenstaanden, niet meer gefinancierd krijgen. Zeker niet als de hypotheekrente weer gaat stijgen en de studieschulden verder oplopen (als gevolg van het nieuwe leenstelsel). Een starter die wil kopen, adviseert Jaarsma, moet op zoek naar een huis buiten de stadscentra. Of natuurlijk in zijn eigen woonplaats Leeuwarden: dáár gaan starterswoningen nog weg voor minder dan een ton.