Centrale regie of niet: IS slaat steeds vaker toe

Nu IS in Irak en Syrië steeds meer grondgebied verliest, voert het de aanslagen wereldwijd op. Vaak is onduidelijk of het om centraal geplande acties gaat, of om groepen die de IS-ideologie opvolgen.

Begrafenis van slachtoffers van de aanslag in Bagdad, afgelopen weekeinde. Foto Ahmad al-Rubaye/AFP

De oogst van de laatste drie weken is even indrukwekkend als deprimerend: vier grote aanslagen in vier verschillende landen door strijders van Islamitische Staat of sympathisanten van het terreurnetwerk. Uiteenlopend van Orlando (49 doden in een homobar) tot Istanbul (44 doden op het vliegveld) en van Dhaka (20 doden in een café met buitenlandse gasten) tot Bagdad (250 doden in een winkelcentrum).

Afgezien van de aanslag in Bagdad rijst bij alle andere aanslagen de vraag in hoeverre IS rechtstreeks betrokken was bij de planning en uitvoering ervan. Is de beweging werkelijk in staat waar ook ter wereld aanslagen te beramen en dood en verderf te zaaien? Met andere woorden: voerde IS vanuit Syrië of Irak de regie bij die recente aanslagen of gaat het om mensen die op eigen initiatief handelden en zich slechts door IS lieten inspireren? Hadden immers IS-leiders niet opgeroepen tot het plegen van aanslagen tijdens de ramadan die net is afgelopen? Beloning voor de daders zou in het hiernamaals volgen, zeiden ze.

De aanslag in Orlando lijkt het werk van een lone wolf, die niet daadwerkelijk was gerekruteerd door IS. Toch stelde IS zich al enkele uren later verantwoordelijk voor die aanslag.

In Bangladesh viel op dat tijdens het twaalf uur durende beleg van het café in Dhaka IS niet alleen de verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich nam, maar daarover ook al nauwkeurige informatie en zelfs videobeelden verspreidde via zijn persbureau Amaq. De Bengaalse autoriteiten echter zeiden er zeker van te zijn dat alle zeven daders uit Bangladesh zelf kwamen. Volgens hen waren er geen aanwijzingen dat ze banden met IS hadden. Ze onderzoeken nu of er misschien toch contacten bestonden.

Bij de aanslag in Istanbul is er minder twijfel over de rol van de IS-leiding. Volgens de politie waren de daders een Rus uit Tsjetsjenië, een Oezbeek en een Kirgiziër. Ten minste één van hen zou enige tijd in Raqqa, de officieuze hoofdstad van IS, hebben doorgebracht. Niet helder is hoe gedetailleerd hun instructies waren.

Al die aanslagen zouden een voorproefje kunnen zijn van wat de wereld nog te wachten staat. IS staat onder zware druk door de luchtbombardementen van de VS en hun bondgenoten. Ook op de grond heeft het de laatste maanden al veel terrein verloren. Niet voor niets liet een IS-woordvoerder in mei weten dat de groep hoe dan ook zou doorgaan als een guerrillabeweging. Daarbij leek hij er op te zinspelen dat IS zijn gebieden in Syrië en Irak zou kunnen verliezen.

Soms kan IS bij zijn acties in het buitenland terugvallen op lokale strijders. De laatste paar jaar heeft de beweging een reeks wilayat (provincies) uitgeroepen: in Afghanistan, Algerije, Egypte, Libië, Nigeria, Pakistan, Saoedi-Arabië, Jemen en de Kaukasus. Het is onduidelijk of Bangladesh inmiddels ook die status geniet.

Die provincies worden door het Pentagon als een ernstig veiligheidsrisico gezien. „Om IS te bestrijden terwijl het zich uitbreidt zullen de Verenigde Staten militaire bases nodig hebben in veel afgelegen delen van de wereld”, concludeerde Daniel Byman van de Amerikaanse denktank Brookings in februari van dit jaar in een studie. Maar twee andere auteurs, Daveed Gartenstein-Ross en Nathaniel Barr, wijzen er op dat de IS-expansie verre van soepel verloopt.

Veel greep lijkt de leiding van de groep in Raqqa doorgaans niet te hebben op de lokale IS-strijders, die meestal eerder in andere gedaante bestonden en gewend waren autonoom te opereren. De lotgevallen van die wilayat wisselen zeer, zoals blijkt uit het overzicht hiernaast.