Burgemeesters Rwanda: levenslang om genocide

Twee voormalige burgemeesters uit Rwanda zijn woensdag in Parijs veroordeeld tot levenslange celstraf voor hun rol bij de genocide in 1994 in het Oost-Afrikaanse land. De 65-jarige Tito Barahira en de 58-jarige Octavien Ngenzi werden schuldig bevonden aan de dood van ruim 2.000 etnische Tutsi’s die toevlucht hadden gezocht tot een kerk in de oostelijke stad Kabarondo.

Op 13 april 1994, net na het begin van de volkerenmoord die in drie maanden uiteindelijk 800.000 slachtoffers maakte, heeft Barahira volgens ooggetuigen in het plaatselijke stadion opgeroepen tot het aanvallen van de kerk en het „opjagen en doden van de Tutsi’s”. Hij en Ngenzi zouden zelf aan de slachtpartij hebben deelgenomen, maar speelden volgens de Franse aanklager vooral een centrale rol in de ‘planning’ van de genocide. De mannen zijn „monsters”, zei de aanklager tijdens het twee maanden durende proces.

Ze konden in Frankrijk worden berecht omdat ze zich daar na de genocide gevestigd hadden. Ngenzi werd in 2010 opgepakt in het overzeese departement Mayotte, Barahira in 2013 in Toulouse. Rwandese slachtofferorganisaties vermoeden dat meer daders in Frankrijk zijn neergestreken. Zij verwijten de Franse regering onder toenmalig president Mitterrand medeplichtigheid aan de genocide. In 2014 werd het voormalige hoofd van de Rwandese inlichtingendienst al in Frankrijk berecht. Hij kreeg 25 jaar.