En weer zijn de Britten boos op Tony Blair

Britten in Irak Het eindrapport van de commissie-Chilcot wijst op de wankele basis die er was om troepen naar Irak te sturen.

Bush en Blair, februari 2001, begin van 'speciale relatie'. Foto's AFP, AP, Reuters

Meedogenloos, maar zonder – op het eerste oog – nieuwe belastende informatie. Veel van wat de commissie-Chilcot, die onderzoek deed naar de Britse rol bij de invasie in Irak in 2003 en woensdag haar conclusies presenteerde, was immers al bekend.

De gebrekkige inlichtingen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens, de wankele juridische basis waarmee het ontbreken van steun in de VN-Veiligheidsraad werd omzeild, het gebrek aan een plan voor wat er met Irak moest gebeuren na de val van de Iraakse leider Saddam Hussein, de kleine kring van deels ongekozen vertrouwelingen met wie Blair op de sofa besluiten nam – zonder dat daar een formeel verslag van werd vastgelegd.

Zelfs over de steun aan de Amerikaanse president George W. Bush was bekend dat Blair in het voorjaar van 2002 herhaalde wat hij vlak na de aanslagen van 9/11 ook had gezegd: „Hoe dan ook, we steunen jullie.”

Het Chilcot- rapport telt 2,6 miljoen woorden en is twaalf delen dik

Dat naar nu blijkt in een memo die Blair aan Bush stuurde, daarop een „maar” volgde, is een nuance die velen zal zijn ontgaan. Omdat de toenmalige Britse premier geen voorwaarden verbond aan die „maar”, waardoor de VS ze konden negeren. En vooral omdat Blairs beslissing de Amerikanen te volgen nog altijd blinde woede oproept in het Verenigd Koninkrijk.

179 Britse militairen kwamen om in Irak, er vielen 150.000 burgerslachtoffers in het conflict, en de instabiliteit in de regio is sindsdien alleen maar vergroot.

Lees ook onze analyse van de situatie in Irak: Dertien jaar na invasie is Irak een verscheurd en verwoest land

Chilcot had, tot welke conclusies hij ook was gekomen, niets kunnen veranderen aan het geloof dat, zoals een van de nabestaanden woensdag zei, „Blair ’s werelds ergste terrorist” is. Diens eigen hardnekkige weigering excuses aan te bieden voor de beslissing tot de invasie – ook woensdag herhaalde Blair dat de oorlog „terecht” was en dat hij nog altijd gelooft dat Irak „beter af is zonder Saddam Hussein” – verergert de woede.

Denkt nog dagelijks aan Irak

Zijn berouw, zijn erkenning dat hij fouten maakte en dat alleen hij daarvoor verantwoordelijk is, het feit dat hij in zijn reactie op het Chilcot-rapport bijna in tranen leek uit te barsten en zei dat hij nog „iedere dag aan Irak denkt”, komen daardoor over als toneelspel.

Blairs critici hadden gehoopt op munitie om hem te kunnen aanklagen wegens oorlogsmisdaden. Chilcot zei dat de vraag of deze invasie legaal was buiten zijn takenpakket viel. Wel concludeerde hij dat „de omstandigheden waarin werd besloten dat er een juridische basis was, verre van toereikend waren”.

Het rapport maakt duidelijk dat de uiteindelijke beslissing door Blair werd genomen. Niet door het kabinet, noch door juristen. De hoogste Britse jurist, Lord Goldsmith, gaf Blair weliswaar juridisch advies, maar dat werd niet met het kabinet gedeeld. Evenmin werd hem gevraagd waarom hij in eerste instantie zei dat er een nieuwe VN-resolutie nodig was voor een invasie, en vervolgens van gedachten veranderde. „Men had weinig zin” in discussies, concludeert Chilcot.

Of daarmee een deur op een kier is opengehouden voor een proces, moet de komende dagen blijken. Het Chilcot-rapport telt 2,6 miljoen woorden, en is twaalf delen dik. Zelfs premier David Cameron, die een dag eerder inzage had gekregen, erkende dat hij „niet alles had gelezen”.

Cameron wees er in het Lagerhuis op dat het achteraf makkelijk praten is over wat anders had gemoeten. „Ik denk dat iedereen die instemde met de invasie zijn of haar verantwoordelijkheid moet nemen.”

Interventie blijft mogelijk

Hij waarschuwde dat het trauma dat ‘Irak’ heeft veroorzaakt, en de stevige conclusies die Chilcot trekt, niet als gevolg mogen hebben dat het VK nooit meer intervenieert. Cameron wees erop dat toen hij de beslissing nam tot ingrijpen in Libië, en het afzetten van de Libische dictator Moammar Gaddafi, hij alles deed wat Blair naliet. Er was internationale steun, het kabinet en het Lagerhuis werden tijdig ingelicht. Inmiddels heeft terreurbeweging Islamitische Staat (IS) voet aan de grond in het land.

Oppositieleider Jeremy Corbyn, een van de weinige Lagerhuisleden die tegen stemde en medeorganisator was van de anti-Irakdemonstratie in Londen – nog altijd de grootste demonstatie in de Britse geschiedenis – was opvallend mild. Hij bood namens de Labourpartij excuses aan: „De beslissing tot oorlog is een smet op onze partij en ons land.”

Corbyn wees erop dat dissidenten als wijlen minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook, die aftrad om ‘Irak’ en de wijlen leider van de Liberaal-Democraten, Charles Kennedy, werden gehekeld. In de nasleep van 9/11 was het moeilijk openlijk te twijfelen aan informatie dat Saddam Hussein „een nauwe, verrijkende en lange” relatie had met Al-Qaeda, de terreurorganisatie die verantwoordelijk was voor de aanslagen op de VS. Groepsdenken maakte kritiek onmogelijk. Chilcot: „Er was een ingebakken geloof dat Irak chemische en biologische wapens bezat, vastberaden was die te houden, en dat wist te verbergen voor VN-inspecteurs.”

Een van de lessen van ‘Irak’ is volgens Chilcot dat er beter nagedacht en gepland moet worden. „Alle gevolgen moeten doorgerekend, doorgesproken, en uitgedaagd worden.” Cynisch concludeerde de fractievoorzitter van de Schotse nationalisten dat die les nog niet was geleerd: „Zoals we met de Brexit hebben gezien.”