Begin van een fusiegolf

Eén of geen. Harry van der Loo had zelf zijn opdracht van de gemeente Asten simpel gemaakt in 2006. Asten had op dat moment nog twee musea. Het Nationaal Beiaardmuseum en het Natuurhistorisch Museum De Peel waren buren, maar „ze gunden elkaar het licht in de ogen niet”. De resultaten van beide waren slecht, de gemeente vreesde dat de musea niet konden overleven.

Van der Loo, voormalig directeur van het internationale kunststofbedrijf Synbra, was geboren en getogen in De Peel en trok zich het lot van de musea aan. „Geef me drie maanden om te onderzoeken of er draagvlak is voor één museum”, had hij gezegd. „En anders wordt het géén museum.”

Samen met cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers en voormalig gedeputeerde Joep Baartmans ontwikkelde hij het plan ‘De Peel als culturele biotoop’. Oprichter van het klokkenmuseum André Lehr, die de klokken en carilloncollectie had verzameld, steunde het plan. De gemeente zou jaarlijks structureel twee ton moeten bijdragen. De gemeente dacht er een half jaar over na en kwam toen met de toezegging. „Dat bedrag hebben we degelijk verankerd, zodat niet elke nieuwe wethouder daar zomaar op terug kan komen”, zegt Van der Loo. „Doordat een collectief van tweehonderd mensen aan het museum verbonden is, vrijwilligers en mensen uit de sociale werkvoorziening, is de band met de Astense gemeenschap hecht.”

Wat toen nog Nationaal Beiaard- en Natuurmuseum heette werd Museum Klok & Peel. Voor een verbouwing, begroot op 2,5 miljoen euro, werden de kosten gedrukt door de inzet van vele vrijwilligers.

Tien jaar later is Van der Loo nog voorzitter. Het is bijna een – onbezoldigde – dagtaak. Klok & Peel won in 2014 de Bankgiro Loterij Museumprijs, wat 100.000 euro opleverde. Er komen nu 45.000 bezoekers per jaar, de ambitie ligt op 50.000. In april ging het nieuwste initiatief open: ToerismePoort Klok & Peel, wat het museum nog meer een uitvalsbasis voor toeristen moet maken. Van der Loo: „We hebben een missie om het verhaal van de Peel op de kaart te krijgen. Het kan tot voorbeeld strekken voor andere Brabantse regio’s. Dat schept wellicht mogelijkheden voor provinciale financiering.”

Onze missie is het verhaal van de Peel op de kaart te krijgen

Veel kleine musea staan nog aan het begin van een fusietraject. Een op de drie van de kleine en middelgrote musea verwacht in de komende jaren te fuseren of intensiever samen te werken. Soms is dat met musea in de eigen gemeente, ook over fusies van verschillende streekmusea wordt gesproken.

Een kleine fusiegolf lijkt al begonnen, bij grote en kleine musea. Een blikvanger was het samengaan van het Museum voor Volkenkunde in Leiden, het Tropenmuseum en het Afrikamuseum tot het Museum van Wereldculturen. Mogelijk sluit het Wereldmuseum in Rotterdam zich er nog bij aan.

Overheden dwingen soms fusies af. Rijksmuseum Twenthe en museum Twentse Welle, dat een grote bezuiniging van de gemeente Enschede moest verteren, maakten recentelijk de fusie van hun organisaties bekend. Het Stedelijk Museum in Zwolle moet van de gemeente samen met het Historisch Centrum Overijssel, en zal daarbij 3 ton subsidie moeten inleveren. In Breda gaan in 2017 het Breda’s Museum en het Museum of the Moving Image (Moti) samen.

Ook in dit onderzoek geven musea in hun toelichtingen, vaak anoniem, aan dat ze intensieve gesprekken voeren. Bijvoorbeeld op de Zaanse Schans. Directeur Carel Hofland van Museum Zaanse Tijd: „We streven ernaar zo goed mogelijk aan te sluiten bij de verwachtingen van een breed, niet bij voorbaat in historie geïnteresseerd publiek op de Zaanse Schans. Van verregaande samenwerking kunnen we allemaal profiteren.”

Niet altijd speelt de gemeentepolitiek overigens een stimulerende rol. Een streekmuseum in het oosten van het land, dat subsidie krijgt van vijf gemeenten, is met andere instellingen een verhuizing naar een nieuwe locatie aan het voorbereiden en ziet nu al dat intensieve samenwerking voor veel efficiëntie zorgt. „Maar het politieke traject verloopt traag.”