‘Wat Griekenland deed, moeten wij toch ook kunnen?’

Wales In 2011 stond Wales nog 117de op de FIFA-ranglijst. Door slim scouten en professionalisering kwam de ommekeer. Kan de underdog opnieuw verrassen?

Jonathan Williams en James Chester van Wales (tweede en derde van rechts) dollen wat op de training van dinsdag. AP

Het gedroomde avontuur op dit EK begint met een drieënhalf uur durende busreis, die in niets doet vermoeden dat ze de weg naar het geluk zijn ingeslagen. Het is september 2014. De spelers van Wales rijden dwars door de Spaanse Pyreneeën, laveren daar langs steile bergwanden en worden gekweld door stevige wind die de spelers met wagenziekte en hoogtevrees doet wanhopen op weg naar de eindbestemming: dwergstaat Andorra. Louter bereikbaar per lijdensweg.

En dan hebben ze het ergste nog niet eens achter de rug, blijkt als ze een dag later de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Andorra spelen. Niet alleen omdat ze na vijf minuten met 1-0 achterstaan, vooral omdat het tien minuten voor tijd nog steeds 1-1 staat. Het offensief stokt, waardoor het vorstendom uitzicht houdt op zijn eerste punt na 41 nederlagen op rij in de EK-kwalificatie. De enige en laatste keer dat het landje een officieel duel won, was in 2004, thuis tegen Macedonië.

Met de kennis van nu is nauwelijks voor te stellen dat Wales dit duel net zou winnen. Wales staat immers in de halve finale van dit EK, dankzij de 3-1 zege op een gouden generatie Belgen. De ploeg begon als underdog, maar toen het plots op een 2-1 voorsprong kwam, werden de Belgen nog wanhopiger dan de Welshmen destijds in Andorra. Het verschil was dat de Belgen de schrik niet te boven kwamen. Sterker: ze dropen af in shock.

In Cardiff en omstreken waren ze minstens zo beduusd, maar dan van vreugde. Geen Welshman die zich voor het EK had kunnen inbeelden dat zijn land zover zou komen. Het was ook niet verrassend dat er vrijdag een tv-record werd verbroken. Meer dan eenderde van de drie miljoen inwoners van Wales zag het duel op tv: het hoogste aantal kijkers voor een live sportwedstrijd in de geschiedenis van het land. Naar verwachting houdt dit record niet lang stand nu de ploeg het woensdag opneemt tegen Portugal.

Een keer eerder op groot toernooi

‘Cymru am byth’, riepen de mensen op straat; lang leve Wales. Voor hen was deze sensatie jaren geleden ondenkbaar. De enige en laatste keer dat hun land deelnam aan een groot toernooi was in 1958, toen het ook de halve finale haalde. Brazilië won dat duel met 1-0 dankzij het eerste doelpunt van Pelé als international.

Daarna zakte Wales ver terug. Sinds de invoering van de FIFA-wereldranglijst in 1993 stond Wales gemiddeld 67ste, met de 117de plek in 2011 als dieptepunt. Van Azerbajdzjan, Liechtenstein of Luxemburg werd gewonnen. Maar landen als Georgië, Cyprus en Montenegro bleken dikwijls sterker. Soms voor het oog van niet meer dan vierduizend fans.


Met het oog op die kwakkeljaren concludeerde vedette Gareth Bale, spelend voor Real Madrid, dat Wales de verwachtingen van veel mensen heeft overtroffen. „Dat begrijpen we”, zei hij maandag op een persconferentie. „Maar we hebben hier altijd in geloofd. Zie het sprookje van Griekenland [won in 2004 het EK] en Denemarken [idem in 1992] en je vraagt je af waarom jij zoiets niet kan presteren. We zijn als team gegroeid in de kwalificatie en nog meer tijdens het toernooi.”

Voor 2010 wekte de nationale ploeg vooral apathie op, zowel bij de fans als bij de spelers

Voordat voormalig bondscoach Gary Speed in 2010 de ommekeer inleidde, wekte de nationale ploeg vooral apathie op. Bij de fans – „ze winnen toch nooit” – maar ook bij de spelers. De Nederlandse inspanningsfysioloog Raymond Verheijen, die Speed bijstond bij zijn professionaliseringsslag, vertelde over de omstandigheden waarin de spelers moesten presteren. Slecht telefonisch bereik in hotels. Bondsbestuurders die er dronken aan de bar zaten. Spelers die om elf uur ’s avonds het hotel ontvluchtten om thuis te slapen, als ze überhaupt al kwamen. Soms zegde de helft van hen af voor een interland. Geen zin. Te weinig eer.

Speed introduceerde een topsportklimaat, met meer aandacht voor fysiologie, technologie en de psychologie van spelers. Maar hij bracht de spelers ook onder in een van de mooiste hotels van Wales, landgoed Celtic Manor. Uit alles moest blijken dat de lat omhoog ging.

Na Speeds zelf verkozen dood in 2011 zette de huidige bondscoach Chris Coleman het proces voort. Waarbij hij vakkundig laveert tussen ontspanning en hard werken. Zelfs al hadden zijn spelers verloren van Engeland, de dag erna kregen ze friet, hamburgers en een crêpe met chocoladepasta. Na elke zege: één biertje. Vanuit geen enkel ander trainingskamp op dit EK komen zoveel geluiden over spelers die hun vrije tijd doorbrengen met tafeltenniscompetities en quizzen.

Plek waar spelers lol hebben

„Je moet een plek creëren waar de spelers lol hebben”, zei Coleman dinsdag. „Nu ziet iedereen ons, maar bij de kwalificatieduels was het net zo. Iedereen heeft een goede teamspirit als hij wint. Ons gevoel komt voort uit de donkere dagen waarop het niet zo makkelijk ging.”

Hij en Speed droegen niet als enigen bij aan dit succes. Belangrijk was ook de rol van oud-international Brian Flynn, die als coach van ‘Wales onder 21’ Engelse spelers scoutte met Welshe roots. Talenten die het Engelse team mogelijk niet haalden, maar door een grootouder uit Wales wel voor het buurland konden spelen.

Negen van de 23 spelers in de EK-selectie zijn in dat opzicht meer Engels dan Welsh en uitgerekend drie daarvan scoorden tegen België. Een van hen, Sam Vokes, wist tot het telefoontje van Flynn in 2008 niet eens dat hij een Welshe grootvader had. En zie waar hij nu staat, in de halve finale van het EK.

Bondscoach Coleman zei het dinsdag stellig: „Dit EK is een onderdeel van onze leercurve. Het einde ervan is niet het einde van ons avontuur.”