Wat en wie hebben we nou precies geraakt, in Syrië?

Defensie Donderdag evalueert de Kamer de Nederlandse missie in Irak en Syrië. De Kamer vindt dat Defensie er veel te weinig over zegt.

Een Nederlandse F-16 op de basis Al-Azraq in Jordanië. Foto Ritchie Sedeyn

Er is veel te doen om de geheimzinnigheid rond het bombarderen van Islamitische Staat (IS). Hoewel zeker niet de meest geheime missie van Defensie ooit – mariniers en commando’s hebben op de wereldkaart boven hun bed speldjes geprikt op plekken waar de Nederlandse krijgsmacht officieel nooit komt – voelt de Tweede Kamer zich onvoldoende geïnformeerd over de missie in Irak en Syrië. Hiervoor werd wel de standaard parlementaire procedure doorlopen, van een instemming na een zogeheten artikel-100-brief, via reguliere rapportages tot een evaluatie in de Kamer donderdag.

Trainingen van Koerdische en Irakese strijdkrachten gaan door, maar de bombardementen door zes Nederlandse F-16’s van IS-doelen in Irak en, sinds uitbreiding van de missie in januari, Oost-Syrië, zijn gestaakt. Centraal staat voor de Kamer het gebrek aan transparantie van Defensie over de missie.

Defensie heeft in de afgelopen 20 maanden weinig meer over het optreden verteld dan dat er zeker 2.100 missies zijn uitgevoerd en daarbij ruim 1.800 wapens werden ingezet. Wie of wat er geraakt werd, weten we nauwelijks. Twee incidenten – data onbekend – waarbij mogelijk burgerslachtoffers zijn gemaakt worden door het Openbaar Ministerie onderzocht. Soms maakte Defensie bekend wat voor soort doelen werden geraakt – bommenfabriekjes en raketlanceerinstallaties bijvoorbeeld. Een enkele keer werd gemeld dat bij een actie „tientallen strijders werden uitgeschakeld”.

Een groot deel van de Kamer vindt dit onbevredigend en zal donderdag opnieuw aan minister Hennis (Defensie, VVD) vragen om opener te zijn over de behaalde successen en aangerichte schade. „We hebben nauwelijks zicht op het resultaat”, zegt Harry van Bommel (SP). Volgens Sjoerd Sjoerdsma (D66) moet Hennis „meer verantwoording afleggen”. Raymond Knops (CDA) vindt de missie echter niet geheimzinniger dan andere. „Ik ga ervan uit dat onze acties efficiënt en succesvol waren. En in het grote verhaal is onze bijdrage toch beperkt.”

Lees ook: Wat deden ‘onze’ F-16’s tegen IS?, een reportage vanaf luchtmachtbasis Al-Azraq in Jordanië.

De gruwelijke details en heldhaftige verhalen van andere missies kwamen ook niet uit de persberichten van Defensie, maar werden verteld door journalisten die mee konden kijken. Bij deze missie was dat bijna niet mogelijk en satellietbeelden van acties zijn niet gedeeld. Juist daarom wil Han ten Broeke (VVD) Defensie vooral „aanmoedigen meer te vertellen over het succes en falen” van deze strijd. Openheid brengt misschien risico’s met zich mee, zegt hij, maar kan ook het draagvlak voor missies versterken.

Angst voor een aanslag hier

Binnen de luchtmacht is ook behoefte aan meer openheid. Luchtmachtbaas Dennis Luyt zei vorige week in NRC:

„Nu de missie klaar is, zou ik wel iets meer willen vertellen. Het aantal bommen is minder relevant dan hoe wij de Irakezen en peshmerga echt hebben geholpen gebied terug te winnen.”

Lees ook: Toekomst Nederlands-Belgische samenwerking hangt af van JSF, een dubbelinterview met de Nederlandse en Belgische luchtmachtcommandanten.

Het ministerie voelt daar echter weinig voor en blijft, mede op advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, „terughoudend communiceren”. De angst is dat wanneer IS geleden schade specifiek tot Nederland kan herleiden, dit de kans op een aanslag hier vergroot.

Kamerleden brengen daartegen in dat België een vreselijke aanslag onderging zonder op te treden in Syrië en de Amerikanen ondanks zo’n dreiging veel opener zijn over hun bombardementen.

De Kamer is bovendien bijzonder gefrustreerd over iets wat Defensie vóór de uitbreiding van de missie naar Syrië niet vertelde. Namelijk dat inzet in Syrië door het ontbreken van satellietcommunicatie in Nederlandse jachtvliegtuigen nauwelijks mogelijk is. „Daar moesten wij op werkbezoek aan de missie achter komen”, zegt Sjoerdsma. Ook als Defensie meer bekend had gemaakt over waar gebombardeerd werd, was eerder aan het licht gekomen dat de uitbreiding niet meer dan symbolisch was. CDA’er Knops voelde zich „helemaal gepiepeld” toen de commandant van de luchtmacht dit in NRC een „non-issue” noemde:

„Als daar iemand met een beetje politieke antenne had gezeten, was dit gemeld. Het had het hele debat over de uitbreiding veranderd.”

Toch wil geen van de Kamerleden zeggen dat de uitbreiding naar Syrië dan niet was doorgegaan. De discussie over de zin en onzin daarvan, gaan ze niet overdoen.