Verpleeghuizen onder druk met ‘naming and shaming’

Ouderenzorg Staatssecretaris Van Rijn grijpt hard in bij onveilige verpleeghuizen. Hun namen worden openbaar gemaakt.

Onrust moet staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) hebben voorzien. Hulpbehoevende ouderen in paniek, personeel onder druk, kinderen die het verpleeghuis bellen: zijn mijn vader en moeder bij u nog veilig? Maar dat weerhoudt de staatssecretaris niet van een, voor de gezondheidszorg en een bewindspersoon, ongebruikelijke stap: naming and shaming.

Op verzoek van enkele partijen in de Tweede Kamer dwingt de staatssecretaris de Inspectie voor de Gezondheidszorg de oordelen bekend te maken van 150 verpleeginstellingen die in het afgelopen anderhalf jaar onder intensief toezicht stonden. De Inspectie meldde maandag dat er zorgen zijn over de veiligheid van bewoners in een deel van de verpleeghuizen van deze instellingen – zoals gebruikelijk geanonimiseerd. Maar anonimiteit gaat Van Rijn niet meer ver genoeg.

De Inspectie maakte dinsdagavond laat de namen van de 150 instellingen bekend die al anderhalf jaar in de gaten worden gehouden. Bij 38 instellingen zijn de zaken nog altijd niet op orde – het toezicht wordt er verlengd. Bij elf instellingen grijpt het ministerie meteen in, omdat de zorg er op in ieder geval een aantal vestigingen slecht is. Van Rijn, maandag in een brief aan de Kamer: „Ingrijpende maatregelen, zoals vervangen van teamleiding […] of sluiting, worden niet geschuwd.”

Overheidsbeleid

Een ferme stap van een staatssecretaris die de verpleeghuiszorg wil verbeteren. Toch draagt ook overheidsbeleid al jarenlang bij aan onrust en angst in de sector. De laatste jaren hebben kabinetten doelbewust de drempel verhoogd om in een verpleeghuis te komen. Reden: het was goedkoper en ouderen willen ook langer thuis blijven wonen. Die maatschappelijke beweging is al sinds de jaren tachtig gaande.

Klik op onderstaande knoppen om door de verschillende grafieken te navigeren:

Gevolg is dat de ouderen die wél in het verpleeghuis belanden, niet meer de gezellige, biljartende bejaarden zijn van voorheen. Verpleeghuizen krijgen nu vooral ouderen binnen die zéér hulpbehoevend zijn. In de huizen spelen problemen zoals agressie, verslaving, schizofrenie, zware dementie en complexe stervensbegeleiding.

Er is daardoor groeiende behoefte aan beter gekwalificeerd personeel. Dat is er al jaren onvoldoende. Dat tekort is ook al jaren bekend. Maar de regering wijzigde niet haar koers.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg waarschuwt al meer dan tien jaar voor ongekwalificeerd personeel, blijkt uit openbare sectorrapporten en verslagen van inspectiebezoeken. In 2004 schreef de inspectie: „Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties.” Vier jaar later, in een inspectierapport uit 2008, dezelfde waarschuwing. En in 2014: in meer dan de helft van de verpleeg- en verzorgingshuizen is het personeel „niet opgewassen tegen de zorgvragen van bewoners”.

Rotte appels

Daar komt bij dat door hervormingen die Van Rijn doorvoerde in de zorgsector, banen verloren gingen in verpleeghuizen. Volgens Actiz, belangenorganisatie voor zorgondernemers, gaat het om enkele tienduizenden banen in verpleeghuizen. Actiz wijst erop dat de „personele bezetting” geen gelijke tred heeft gehouden met de toegenomen „zorgzwaarte” van ouderen.

Deze kabinetsperiode, in 2014, was er al eens grote onrust over verpleeghuizen. Nadat het AD schreef dat in een Haags verpleeghuis „de urine langs de enkels” van bewoners liep, ontstond maatschappelijke onrust. Van Rijn presenteerde daarop begin vorig jaar een verbeterplan voor verpleeghuiszorg: Waardigheid en trots.

Verscherpt inspectietoezicht was onderdeel van het plan, net als een investering, vanaf dit jaar, oplopend tot 200 miljoen euro in de sector. Deze verzachtte eerder doorgevoerde bezuinigingen.

Dat het grootste deel van de 150 verpleeghuizen die onder verscherpt toezicht stonden verbeteringen doorvoerde, vindt Van Rijn bemoedigend. De problemen van de achterblijvers zijn volgens hem „geen centenkwestie”, zegt zijn woordvoerder, maar „een bestuurlijk probleem”. Hij wil nu de schijnwerpers richten op de rotte appels. „Die achterblijvers moeten verbeteren of sluiten.”