Verpleeghuis is geëvolueerd tot wezenlijk andere instelling

nrcvindt

Wie organisaties of personen met naam en toenaam aan de schandpaal nagelt, moet wel heel goede argumenten hebben. Het zogeheten naming and shaming moet een laatste middel zijn om verbeteringen in gedrag en beleid te forceren. Anders wordt het een volksgericht, ontstaat er nodeloze paniek en is de boodschapper zelf de boosdoener. Dan heeft de boodschapper juist de maatschappelijke schade veroorzaakt waarvoor hij wilde waarschuwen.

Deze gedachten dringen zich op nu staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) dinsdag na pressie vanuit de Tweede Kamer de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) opdracht heeft gegeven de lijst openbaar te maken met de namen van 150 verpleegzorginstellingen die begin 2015 onder verscherpt toezicht zijn gesteld. Daarvan blijven 38 onder intensief toezicht. Bij nog eens 11 instellingen is de situatie onacceptabel, concludeerde Van Rijn maandag. Daar moet direct worden ingegrepen, schreef hij de Kamer.

Het was een illusie dat het ministerie en de Inspectie na deze conclusies konden overgaan tot de orde van de dag. Openheid en duidelijk moeten hier het parool zijn, al is dat pijnlijk voor betrokken instellingen en kan dat consequenties hebben voor hun voortbestaan. Bewoners, hun familie, mantelzorgers en ook de medewerkers moeten weten wat er aan de hand is. Openheid is in het belang van iedereen die een plaats in een verpleeghuis zoekt en zich wil informeren over de gang van zaken ter plekke.

Snel en adequaat ingrijpen dient de veiligheid van bewoners te borgen en een paniekerige stemming te voorkomen.

De zorgtekorten leggen een knelpunt bloot dat verder gaat dan individuele verpleeghuizen en falend bestuur. Verpleeghuiszorg is als gevolg van gewijzigd overheidsbeleid wezenlijk veranderd. De drempels zijn verhoogd, de capaciteit van verpleeghuizen is drastisch gekrompen. Mensen blijven langer in hun vertrouwde omgeving thuis wonen. Wie nu verhuist naar een verpleeghuis heeft intensievere zorg nodig. Maar daarmee heeft de kwaliteit van de zorgmedewerkers niet steeds gelijke tred gehouden.

Dat maakt de gezondheidszorg zo’n lastig werkterrein. In sommige segmenten, zoals thuiszorg, wordt het werk door overheidsmaatregelen ‘simpeler’, elders gaan de normen juist snel omhoog. Het is de vraag of de overheid en de zorgverzekeraars daar met hun budgettering voldoende rekening mee houden. Dat betekent dat het toezicht van de Inspectie verder aan belang wint. Maar ook dat rijksoverheid afstand moet houden. Het zijn de instellingen, hun managers en medewerkers die het moeten doen.