‘Van eenzaamheid word je gek’

Michael Dudok de Wit ‘The Red Turtle’, zijn film voor de Japanse animatiestudio Ghibli, viel in Cannes in smaak.

The Red Turtle van de Nederlandse regisseur Michael Dudok de Wit: „Ik heb bewust niet mee getekend, dan was ik een rem op het proces geweest.” Studio Ghibli

Waarom die enorme rode schildpad toch steeds het vlot verwoest waarmee een schipbreukeling van zijn tropisch eiland wil ontsnappen? Een eiland met zoet water, bamboe, vruchten en mossels, maar zonder gezelschap?

„De man op wie Robinson Crusoe is gebaseerd, heeft enorm geleden. Eenzaamheid maakt mensen letterlijk gek”, zegt de 52-jarige Nederlandse animator Michael Dudok de Wit op het dakterras van Club Silencio in Cannes. Zijn eerste lange animatiefilm The Red Turtle is zojuist lovend, zelfs juichend, door de filmpers onthaald en won een speciale juryprijs.

Zelf had hij als jochie zeker een schildpadje? Klopt, glimlacht hij. „In een schildpad schuilt een prachtig soort eenzaamheid. Ze schuifelt alleen dat strand op, legt eitjes en verdwijnt weer in zee, god weet waarheen. Geen sociaal dier, maar de zwembeweging oogt heel menselijk. Ik wil er niet al te filosofisch over doen, het is meer een gevoel. De schildpad laat de man niet naar de beschaving terugkeren, maar volgens mij is de natuur ook ons huis. Ik hoop dat je dat als kijker zo ervaart.”

Wie The Red Turtle ziet, begrijpt waarom de fameuze Japanse animatiestudio Ghibli Michael Dudok de Wit benaderde om haar eerste niet-Japanse speelfilm te regisseren. Een zachtaardige, sensitieve man. „Hij zweeft een beetje boven de grond”, zegt een medewerker in een documentaire die de VPRO gisteravond uitzond. Ghibli bewonderde zijn met een Oscar bekroonde korte film Father and Daughter en hij bewonderde Ghibli, met name het werk van de 75-jarige maestro Hayao Miyazaki. Hoewel Dudok de Wit het over heel andere thema’s heeft, zie je in The Red Turtle diens invloed: natuurmystiek, metamorfoses van mens, dier en god, kleine wezentjes – krabbetjes – als een soort Grieks koor, een vliegend visioen en een catastrofale overstroming. Dat is niet bewust, zegt Dudok de Wit. „Maar ik bewonder Japanse manga en anime juist om die natuurmystiek. Als je bent opgegroeid met Kuifje, Robbedoes en Asterix is een strip waar het op elke pagina regent een enorme eye-opener. Wauw!”

Dudok de Wits gesprekspartner bij Ghibli was Isao Takahata (80), onlangs Oscarkandidaat met The Tale of Princess Kaguya. „Takahata kan niet tekenen, Miyazaki doet zijn leven lang niets anders. Als regisseur tekent hij ook mee, als iedereen naar huis gaat, zit hij nog in de studio om alles nog iets sterker te maken. Ik neig daar ook toe, maar heb me ingehouden. In het weekeind zat ik wel in mijn eentje aan achtergronden te werken.”

The Red Turtle vereiste een andere aanpak dan in zijn korte films. Die hebben een minimalistische, soms bijna monochrome houtskool- en aquarelstijl; The Aroma of Tea tekende hij in 2006 zelfs met thee. ‘Californische’, veelkleurige 3D-animatie, met perfecte, gladde lijnen en proporties: het is aan Dudok de Wit niet zo besteed. „Al geloof ik op zich niet dat 2D beter is. Is een piano beter dan een gitaar? 2D heeft de charme van imperfectie. Als je het goed toepast althans, anders is het amateuristisch.”

In de schildpad schuilt een fraaie eenzaamheid. Ze schuifelt het strand op, legt eitjes en vertrekt

Wel moest Dudok de Wit concessies doen. Animeren met potlood, pen en papier bleek duur en onpraktisch: het werd digitale pen op Cintiq-tablets. En met klare lijnen: anders werd het te zwabberig. Ook bevat zijn film 3D; voor de schildpad liet hij een model maken. „Al die curves van dat schild, en ook nog een patroon: alles vervormt als een schildpad in het water ronddraait. Een nachtmerrie om met de hand te tekenen.”

Qua kleurgebruik was de afspraak in elke scène één of twee kleuren te laten domineren. „Alles is groen in het bos, elders heb je blauwe lucht en water met een bleek geel strand.” En de nacht is ook echt zwart. Dudok de Wit, enthousiast: „Blauw is in de film de codekleur voor de nacht geworden. Ik was als kind graag buiten ’s nachts, en wat me opviel was dat in het begin alles blauw is, maar het later echt zwart-witfilm wordt. Dat wilde ik ook.”

Radicaler nog was de keus om The Red Turtle tekstloos te maken, op advies van Ghibli. „Dialoog bleek een enorme worsteling. Ik dacht: met de juiste tekst, stemacteurs en muziek smelt alles vanzelf wel samen. Maar ik bleef twijfelen. Eerst schreven we extreem veel dialoog, daarna steeds minder, tot er een paar zinnen over waren. Toen zei Ghibli: haal alle tekst maar weg, het is wel duidelijk zo.”

Dudok de Wit vroeg Ghibli, dat hem als ‘auteur’ alle ruimte gaf, vaak om advies. „Zij hebben veel meer ervaring met speelfilms en een sensibiliteit die me zeer bevalt. Niemand kan een speelfilm in zijn geheel overzien, ik wist niet altijd wat ik deed. In korte films weet ik dat exact, bij The Red Turtle sloeg ik vaak een doodlopende weg in. Zo wilde ik de drenkeling bijvoorbeeld meer vlotten laten bouwen. Dat hij ’s nachts probeert te ontsnappen, of vanaf de andere kant van het eiland. Maar zij zeiden: veel te veel vlotten zo.”

Een ploeg van twintig tot veertig animators leiden was ook een nieuwe ervaring: Dudok de Wit werkt normaliter in zijn tuinhuis in Londen en soms met twee, drie collega’s in een studio. „Ik heb bewust niet mee getekend, dan was ik een rem op het proces geweest. Ik ben niet zo heel sterk in proporties van spieren, handen en armen in beweging. En als regisseur is er elke vijf minuten een nieuw detail op te lossen.”

Na The Red Turtle nog een speelfilm? Graag, zegt Dudok de Wit. Maar zomaar miljoenen euro’s op tafel leggen voor een kleine auteursfilm, zoals Ghibli en het Franse Wild Bunch deden: dat is vrij uniek. Ghibli’s wegen zijn ondoorgrondelijk: de Japanse studio kan straks zomaar sluiten als aartsvaders Miyazaki en Takahata stoppen. „ Misschien is The Red Turtle een eenmalig experiment, misschien het begin van meer. Ik weet het echt niet, in augustus praten we verder.”