Oudere jazziconen en jongere vernieuwers

North Sea Jazz combineert experiment met nostalgie. Zoek de jazz- of poproute die het beste bij jou past. In deze bijlage zeven pagina’s voorpret voor North Sea Jazz 2016, dat vrijdag begint.

Improvisatie – het meest tot de verbeelding sprekende aspect van jazz. Een pianist die met vuur in de vingers op verkenning gaat. De bassist die in zijn solo zo hard aan de snaren trekt dat zijn vingers ervan bloeden. Een saxofonist die honkend en stotend de laatste lucht uit de longen perst om die ene hoge noot er nog uit te halen. De luisteraar kan de muzikant er bijna bij horen denken.

En dat is niet zo gek. Studies wezen uit hoe jazzimprovisatie uit hetzelfde deel van het brein stamt als taal. Musici communiceren er net zo vrij en achteloos mee als in een gesprek. Er wordt intens contact gemaakt met het instrument, in tempo versneld of vertraagd, de progressie wordt gevolgd, in reactie op de ritmes geïntensiveerd. Wat prachtig is: hoe die spontane ingevingen transparant worden voor publiek.

Vraag jazzmuzikanten wat improvisatie voor hen is en ze antwoorden allemaal anders. Even eenvoudig als dubbelzinnig is pianist Chick Corea (75): als het leven. Adem halen. Verwerken. Zoeken. Onvermoeibaar door. Die drive geldt eigenlijk voor alle oudere jazziconen op de komende North Sea Jazz. Saxofonist Pharoah Sanders (75). Bassist Ron Carter (79 jaar). Tenorist en dwarsfluitist Charles Lloyd (78). Organist Dr. Lonnie Smith (73). Onvermoeibaar treden ze op, blijven ze nieuwe paden verkennen.

Ron Carter, ware heer op de contrabas, bracht vorig jaar op North Sea Jazz met Foursight nog een ode aan Miles Davis. Dit jaar vormt hij een aantrekkelijk duo met de meester van improvisatie: gitarist Pat Metheny. De getulbante Dr. Lonnie Smith, altijd zijn tijd ver vooruit met ‘greasy grooves’, treedt twee keer op: met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw en met zijn eigen band. Mooi hoe hij in 2014 op North Sea Jazz zijn nog nadampende Hammondorgel even liet, en op zijn versterkte wandelstok (slaperoo) begon te bassen.

In de jazzprogrammering van North Sea Jazz zijn de oude helden ondergeschikt aan de nieuwste artiesten die vol overtuiging hun sporen van experiment trekken – ook zonder angst, zonder compromissen. North Sea Jazz draagt die jonge avonturiers op handen: Kamasi Washington, Christian Scott, Esperanza Spalding. Jazzrockbands als Kneebody en het Vlaamse bandje STUFF met zijn futuristische sound.

De nieuwe generatie musici heeft minder binding met de herkomst van jazz. Maar er is altijd respect voor het rijke jazzverleden. De ‘artist in residence’ van dit jaar, die drie shows geeft, is er weer een met innovatiedrift: de Frans-Libanese trompettist Ibrahim Maalouf. Niet alleen een indringende speler, maar ook een eclectische stijlmenger die de sfeer en schoonheid van zijn geboorteland Libanon weet te vangen op zijn trompet. Zijn linkervinger op zijn geheime wapen: het extra, vierde trompetventiel, door zijn vader ooit uitgedacht om Arabische kwartnoten te kunnen produceren. Een bezwerend accent van een tintelend soort magie.