‘Nummer 1 zouden we ook onderzoeken’

De eenheid die matchfixing bestrijdt in het tennis kreeg kritiek. Maar bij onderzoek wordt volgens de directeur geen onderscheid gemaakt.

Scheidsrechters en lijnrechters overleggen op Wimbledon. Het Britse grandslamtoernooi maakte in april bekend meer geld uit te trekken voor het bestrijden van matchfixing. Foto Toby Melville / Reuters

Mark Harrison, woordvoerder van de Tennis Integrity Unit, staat buiten het Wimbledon-park te wachten. We hebben om 12.00 uur afgesproken met de directeur, Nigel Willerton. Maar hij is er niet. „Normaal is hij extreem stipt”, zegt Harrison. Lichte onrust, om 12.01 uur belt hij zijn baas. Een halve minuut later komt Willerton aanlopen – niets aan de hand.

Punctueel, nauwkeurig, strikt. Het tekent de werkwijze van de Tennis Integrity Unit, de anticorruptie-eenheid die matchfixing in het tennis bestrijdt. Discretie is hun codewoord.

„Ik hamer heel erg op vertrouwelijkheid”, zegt Willerton (56). Hij werkte 32 jaar bij de Londense politie, waar hij zich bezighield met complexe misdrijven. In 2010 werd hij onderzoeker bij de Tennis Integrity Unit (TIU), sinds drieënhalf jaar is hij daar directeur integriteit.

In januari kwam zijn organisatie zwaar onder vuur te liggen, na berichtgeving van BuzzFeed en de BBC. Zij schreven dat er sterke aanwijzingen zijn dat in de afgelopen tien jaar zestien spelers uit de top-50 zich schuldig maakten aan wedstrijdmanipulatie. De kritiek, voornamelijk van gokanalisten: de integriteitseenheid zou spelers op de radar hebben, maar er wordt onvoldoende gedaan om verdachte toptennissers aan te pakken. „Er lijkt sprake van een doofpotconstructie”, zei een Nederlandse tennisser in NRC.

De tennisautoriteiten stelden een onderzoek in naar „de effectiviteit” van het anticorruptieprogramma van de eenheid, met als doel het „publieke vertrouwen in de sport” te herstellen. Tennis is een sport die makkelijk te beïnvloeden is, slechts één speler hoeft omgekocht te worden voor een fix. Het rapport, met aanbevelingen, is op z’n vroegst februari volgend jaar klaar.

Vooral op lagere niveaus

Ladies changing room staat op de deur, we zijn in de kelder van een trainingscomplex tegenover Wimbledon. De TIU gebruikt de kleedkamer tijdens het toernooi als tijdelijke werkruimte, hun hoofdkantoor zit even verderop. Aan de muur hangt een afbeelding van Judy Murray, tennismoeder van de Britse hoop Andy. Aan een tafeltje zit Willerton. Gebruind gezicht, grijs haar, makkelijke prater, komt snel ter zake.

Het werkveld van de TIU is enorm. Jaarlijks worden er 120.000 profpartijen gespeeld verdeeld over tachtig landen, waarvan 96.000 op het laagste niveau, de Future-toernooien. Ook op die wedstrijden in de marge kan worden gegokt. De kans op fixing is daar het grootst: er zit amper publiek, spelers houden soms zelf de score bij, toezicht is ondermaats. Dit eerste kwartaal kreeg de TIU 48 meldingen van gokbedrijven over mogelijk verdachte partijen, 46 daarvan betroffen duels op de lagere niveaus – Challengers en Futures.

Sinds de oprichting in 2008 bestrafte de TIU in totaal 21 tennissers en officials, zeven van hen werden levenslang geschorst. De klacht is dat het vooral ‘kruimelaars’ zijn: bijna allemaal spelers buiten de top-150, zoals de Nederlander Yannick Ebbinghaus die in 2013 na een relatief klein vergrijp (gokken op andere partijen) drie maanden werd geschorst. Grote namen zijn tot nu toe niet gepakt.

Willerton weerlegt die kritiek. „Als de inlichtingen ons naar de nummer één, twee, drie van de wereld leiden, zouden we ze hetzelfde behandelen als de nummer vijfhonderd of zeshonderd in de wereld. Er is geen verschil in de manier waarop we onderzoek doen naar die of die speler.”

Ander kritiekpunt is dat de TIU onvoldoende middelen heeft om de stroom aan meldingen over mogelijke verdachte partijen – vorig jaar 246 – te kunnen verwerken. Willerton is het daar niet mee eens.

De omvang van de organisatie is gegroeid, als gevolg van de toename in het aantal meldingen over partijen. Hun budget is dit jaar 2,5 miljoen dollar, een stijging van 25 procent ten opzichte van 2015. Er is apparatuur aangeschaft waarmee ze data van laptops en telefoons kunnen downloaden en analyseren. En ze hebben extra mankracht: nu vijf onderzoekers. Die hebben allemaal een werkverleden bij de politie, vertelt Willerton: „We hebben meer dan tweehonderd jaar aan politie-ervaring binnen onze eenheid.”

Zaak rond krijgen is lastig

Doorgaans is een waarschuwing van een gokaanbieder over een afwijkend gokpatroon makkelijk te verklaren. „Je belt met de toernooidirecteur, en die zegt: die speler was duidelijk geblesseerd.” Als gokkers die informatie ook hebben, valt een ongebruikelijk gokpatroon te plaatsen en is verder onderzoek niet nodig.

Een matchfixingzaak rond krijgen is lastig. „Als je de speler niet kan linken aan de wedders, is het moeilijk om te bewijzen dat hij betrokken is bij het fixen van een wedstrijd.”

Matchfixing valt in veel landen onder omkoping en is strafbaar, zegt Willerton. Begin dit jaar gaf de Australiër Nick Lindahl in een rechtszaak toe dat hij in 2013 een partij weg gaf op de Toowoomba Future: hij lichtte een vriend in, die samen met een ander inzette op de tegenstander. Lindahl kreeg een boete van omgerekend 675 euro en geen celstraf. Willerton: „Dat was een zeer teleurstellende beslissing en geen krachtig afschrikmiddel voor andere spelers.”