Monsieur Cannibale

Monsieur Cannibale was weer in het nieuws, een actiegroep vond de Efteling-attractie racistisch. Begin dit jaar had Pieter van Os, nadat hij met zijn kinderen in het pretpark was geweest, dat ook al opgeschreven voor NRC.

Lees de voorspellende column van Pieter van Os: De kannibaal van Kaatsheuvel

Zelf was ik inzake Monsieur Cannibale ook ervaringsdeskundige, we hebben daar in familieverband in verschillende kookpotten heel wat rondjes rondom een zwarte man met dikke lippen en een pollepel door zijn neus gedraaid. We hadden toen helemaal niet in de gaten dat we racistisch bezig waren, het was gewoon de enige attractie zonder wachtrij waar mijn moeder niet bij voorbaat misselijk van werd. Mijn vader vond het vooral jammer dat we niet met z’n allen in een kookpot pasten.

We vierden de zoveelste trouwdag van mijn ouders. Mijn moeder had een openhartoperatie overleefd, mijn vader had kanker en wij – hun kinderen en kleinkinderen – konden het dus niet maken om dat feest te vergeten.

Het werd de Efteling, een aparte locatie, al de feestvarkens naarmate ze ouder werden lawaai en drukte steeds minder verdroegen.

Ik herinner me van die dag vooral het in de rij staan voor een vaartocht langs bloemenpracht en het geklaag over de drukte op het terras voor de poffertjeskraam. Met mijn vader heb ik nog in een zweeftreintje tussen het volk van Laaf gehangen, een groepje wezens waarin we beiden totaal niet geïnteresseerd waren. Een gesprek over leven en dood terwijl we in het smoelwerk van een vrouwelijke Laaf keken die in haar boomhut onvermoeibaar koeken bakte was achteraf bezien wel ons beste gesprek ooit.

We vonden elkaar in de treurige conclusie dat ze van het volk van Laaf de meeste dagjesmensen moeiteloos zouden overleven.

“Zullen we dan nog maar een keer in die kookpot?”, zei mijn vader toen we er later die dag weer een paar uur op hadden zitten.

We sjokten er naar toe en draaiden plichtmatig onze rondjes. Als ik daarbij al gedachten had dan draaiden die waarschijnlijk om de vraag hoe lang de dag nog ging duren. Van journalistieke opwinding was in ieder geval geen sprake, de schrijfdrang kwam pas gisteren met de opwinding over Monsieur Cannibale op twitter.

Ik herinnerde me vooral een wezenloze dag in een pretpark en dacht aan onderlinge verhoudingen die we wel wilden maar nooit hadden kunnen veranderen. Een raar gevoel overviel me: ik hoopte hevig dat iemand er nog foto’s van had, van ons allemaal in verschillende kookpotten bij ‘Monsieur Cannibale’.