Mens en machine in de mode

Modetentoonstelling Het Metropolitan Museum in New York onderzoek de relatie tussen handwerk en machinaal gemaakte mode. Ook Iris van Herpen toont er ontwerpen.

Foto Metropolitan Museum

Handwerk is een magisch woord in de mode. En hoe groter de rol van technologie in de wereld wordt, des te meer waarde aan dat handwerk lijkt te worden gehecht; mode is per uitstek een gebied waar romantische gevoelens worden uitgeleefd.

Niet alleen haute-couturemerken laten hun kledingstukken borduren en op andere manieren met de hand versieren. Ook bij grote ketens als H&M en Zara is tegenwoordig volop handwerk te vinden. Nu we een groot deel van ons leven achter beeldschermen doorbrengen, lijkt er meer behoefte dan ooit aan mode met „iets menselijks, met een ziel”, zoals Hubert Barrère, de artistiek directeur van het beroemde Parijse borduuratelier Lesage, het een paar maanden geleden verwoordde.

Maar handwerk staat niet zo haaks op moderne techniek als vaak wel wordt gedacht, zo wordt duidelijk bij Manus X Machina, de nieuwe modetentoonstelling in het Metropolitan Museum, die ingaat op de rollen die handwerk en ‘machines’ spelen in de hogere regionen van de mode.

Manus X Machina opent met een bruidsjurk van Chanel uit 2014. De jurk heeft een renaissancemodel, maar is gemaakt van neopreen, een synthetische rubber die eigenlijk bedoeld is voor surf- en duikpakken. Hij lijkt eerder gegoten dan genaaid. De meer dan zes meter lange sleep is rijkelijk geborduurd in een ‘gepixeld’ bladerpatroon. Een pakje van Chanel uit de haute-couturecollectie voor najaar 2015, verderop in de expositie, lijkt van een afstand klassiek gewatteerd. Van dichtbij zie je dat het 3D-geprint is. Door de open structuur is de met goudkleurige pailletten bezette voering zichtbaar. Andersom kwam ook aan couturejurken uit het begin van de vorige eeuw vaak al de naaimachine te pas.

De 170 kledingstukken zijn onderverdeeld naar technieken: er is een zaal met borduurwerk, een met kleding met veren, plooi- en vouwwerk, kant, kunstbloemen, leerwerk. Alle zes klassieke haute couturetechnieken, oftewel métiers. Daarnaast is er aandacht voor toiles (proefmodellen) en ‘tailleur et flou’ (gestructureerde kledingstukken en ‘vloeiende’, die vaak in verschillende ateliers worden gemaakt).

Bij alle technieken worden oude en nieuwe vormen naast elkaar gezet. Bij ‘tailleur et flou' vormt de beroemde combinatie van getailleerd Bar-jasje met wijde rok uit Christian Diors legendarische New Look-collectie uit 1947 een duo met een elektronisch bestuurbare jurk van Hussein Chalayan uit 2007. Die is gedeeltelijk gemaakt van plastic en aluminium en veranderde op de catwalk totaal van vorm. Een met zijden bloemen versierde jurk van Christian Dior (1952) staat naast een set van Christopher Kane uit 2014, die machinaal is geborduurd en bezet met met de laser uitgesneden vrouwelijke voortplantingsorganen, die uitlopen in bloemen.

Op de tentoonstelling, die is vormgegeven door Rem Koolhaas’ OMA, klinkt hier en daar zachte muziek, maar er zijn geen films van catwalkshows, geen foto’s van celebrity’s of ontwerpers of andere dingen die zo vaak worden ingezet om mode tot leven te brengen. Louter kledingstukken op paspoppen, geplaatst in ruimtes die van elkaar worden gescheiden door schermen, en soms koepels, van transparant wit textiel die de expositie een rustige, bijna serene sfeer geven. Heel prettig: geen enkel kledingstuk staat achter glas.

Een prominente rol is weggelegd voor Iris van Herpen, de Nederlandse ontwerper die geldt als een van de grote modevernieuwers. In 2010 was ze de eerste ontwerper die een 3D-geprint kledingstuk op de catwalk liet zien, een top die inmiddels deel uitmaakt van de collectie van het Metropolitan – het museum kocht in de loop der jaren zes kledingstukken van haar aan. Hoeveel waarde Andrew Bolton, de modecurator van het museum, hecht aan haar werk, is niet alleen te zien aan de hoeveelheid kledingstukken die van haar te zien zijn (acht), maar ook aan de ontwerpen waarnaast ze zijn geplaatst. Een jurk die helemaal bezet is met veren en twee meeuwenschedels van siliconen wordt geflankeerd door een geheel met paradijsvogelveren bedekte creatie van Yves Saint Laurent uit 1969. Haar beroemde witte 3D-geprinte top staat naast twee witte zijden jurken van couturier Madame Grès (1903-1993), vermaard vanwege haar spectaculaire plooiwerk. Aan de top van Van Herpen is geen handwerk te pas gekomen, maar er zit maanden onderzoek in het stuk, waardoor veel ontwerpers op een nieuw spoor zijn gezet.

Manus X Machina laat zien dat aan handwerk en machines altijd hand in hand zijn gegaan, en dat machinewerk lang niet onderdoet voor handwerk. Bovenal is het een prachtig eerbetoon aan het ambacht van de mode, vroeger en nu.