Dertien jaar na invasie is Irak een verscheurd en verwoest land

De binnenlandse strijd in Irak heeft al tienduizenden slachtoffers geëist. „Saddam is weg, maar we hebben nu duizend Saddams.”

Britten beginnen hun invasie in Irak. Foto Adam Sorenson / AP

Dertien jaar na de invasie is Irak een verscheurd en verwoest land. Van een snelle overgang van dictatuur naar democratie, zoals de Amerikaanse en Britse regering voorspelden, is niets terechtgekomen. In plaats daarvan is in Irak een meedogenloze machtsstrijd uitgebroken, die heeft geleid tot opmars van de meest gevreesde terreurbeweging ter wereld: Islamitische Staat (IS).

Veel Irakezen zijn verbitterd over wat er van hun land geworden is. De BBC zocht de man op die in april 2003 besloot om het bronzen beeld van Saddam Hussein in Bagdad omver te halen: Khadim al-Jabbouri. Het werd live door de internationale nieuwszenders uitgezonden. Al-Jabbouri groeide uit tot het symbool van de haat die veel Irakezen voelden voor de man die hun land 24 jaar lang met keiharde hand had geleid.

Dat had Al-Jabbouri aan den lijve ondervonden. Hij was eigenaar van een garage voor motorfietsen en repareerde de Harleys van Saddam. Maar nadat Saddam veertien van zijn familieleden had laten executeren, weigerde hij nog langer voor het regime te werken. Dat kwam hem op twee jaar celstraf te staan.

Dus invasie voelde als een persoonlijke bevrijding. Maar dat was van korte duur. „Saddam is weg, maar we hebben nu duizend Saddams”, zei hij tegen de BBC. „Het was niet zoals nu onder Saddam. Er was een systeem. We hielden niet van hem, maar hij was beter dan deze mensen. Saddam executeerde nooit mensen zonder reden. Er waren geen corruptie of plunderingen. Je kon veilig zijn.”

Een hopeloos disfunctionele democratie

Was het beter als Saddam aan de macht was gebleven? Moeilijk te zeggen. Zijn regime was wreed, zette gifgas in tegen de Koerden (Halabja, 3.000 tot 5.000 doden), begon twee desastreuze oorlogen (tegen Iran en Koeweit), wat leidde tot internationale sancties die vooral burgers troffen. Maar we weten niet wat er was gebeurd als hij was aangebleven.

We weten wel wat de bezetting heeft opgeleverd: een hopeloos disfunctionele democratie, mede dankzij het sektarische politieke systeem dat de Amerikanen en Britten invoerden. De door Saddam onderdrukte shi’itische meerderheid kwam aan de macht. De sunnitische minderheid werd gemarginaliseerd en kwam in opstand. Alleen de situatie van de Koerden is min of meer onveranderd.

De kosten in mensenlevens zijn hoog. Tijdens de invasie en de bezetting sneuvelden 179 Britse en 4.487 Amerikaanse militairen. Het Iraakse dodental is veel hoger: schattingen variëren van 90.000 tot 600.000.

Lees ook: De commissie-Chilcot deed onderzoek naar de Britse rol bij de invasie in Irak in 2003. Woensdag werd het rapport gepubliceerd. Weer zijn de Britten boos op Tony Blair

De financiële kosten zijn al net zo moeilijk te becijferen. De economen Joseph Stiglitz en Linda Bilmes deden een poging in hun boek The Three Trillion Dollar War: the true costs of the Iraq conflict (2008). Ze telden de directe kosten voor oorlogvoering, de kosten voor de samenleving zoals zorg voor gewonden en veteranen, de economische kosten, en allerlei indirecte kosten bij elkaar op. Het Verenigd Koninkrijk en Irak zelf lieten ze buiten beschouwing.

Nooit echt een eenheid

De ultieme prijs voor de invasie kan weleens het uiteenvallen van Irak zijn. Het land is vanaf zijn stichting door de Britten in 1932 nooit een echte eenheid geweest. Het werd na de onafhankelijkheid in 1958 bij elkaar gehouden door autoritaire leiders. De vraag is of Irak ooit nog een eenheid wordt. Daarvoor lijkt het wantrouwen tussen de drie grootste bevolkingsgroepen te groot.

De Koerden (20 procent) hopen op een eigen staat. De sunnieten (20 procent) roepen steeds harder om een verregaande vorm van federalisme. Alleen de shi’ieten (60 procent) reppen nog over de eenheid van Irak, al zullen velen genoegen nemen met de heilige steden Najaf en Kerbala en de olievelden in het zuiden.

Deze tragische historie lijkt de Britse ontdekkingsreiziger en archeologe Gertrude Bell, die als Oriëntaal Secretaris in Bagdad aan de wieg stond van het moderne Irak, al te hebben voorzien. Ze schreef in 1920: „En dit land, welke kant zal het opgaan met al die onruststokers om het te verleiden? Ik bid dat de mensen thuis zich realiseren dat de enige kans hier is om vanaf het begin de politieke ambities te erkennen en niet te proberen om de Arabieren in onze mal te passen.”