Recensie

Het Zafnath-Paäneah, waar mijn grootvader werd verzorgd, lag in een rustig deel van Buitenveldert.

Van een afstand zag het tehuis er ontoegankelijk en weinig aantrekkelijk uit, maar wie binnen in de half uit glas bestaande lift stapte, kreeg uitzicht op een schitterende patio. Ouden van dagen rustten daar in rieten ligstoelen onder sinaasappelboompjes geplant in halve tonnen, reden voor de bewoners om te spreken van Klein Jaffa.

Met de gordijnen dicht, diep weggedoken in zijn verstelbare fauteuil zat opa Ban naar een tenniswedstrijd op televisie te kijken. Al toen hij nog in zijn oude huis woonde, had hij een sportzender ontdekt die onafgebroken tennis uitzond, ook herhalingen van matches buiten het seizoen. Sindsdien bestond zijn leven voornamelijk nog uit het met kleine drijfogen achter brillenglazen volgen van een lichtgevend groene bal die over een blauw of steenrood tennisveld stuiterde.

‘Ah, Natan...’ Zijn verlegen glimlach verried dat hij aangenaam verrast was. Hij nam de afstandsbediening uit zijn schoot, en schakelde het geluid uit, niet het beeld: de bal moest zichtbaar blijven. ‘Ben je gekomen om Russisch met me te praten?’

‘Opa, wat betekent dat tennis voor jou?’

‘Anders zit je hier maar. Lezen...’ Hij kneep even zijn ogen halfdicht, en lette scherp op het beeld. ‘Lezen gaat niet meer. Dan val ik in slaap.’

‘Bij tennis niet?’

‘Ik wil zien hoe het afloopt.’

Onlangs was hij met een longontsteking in het ziekenhuis opgenomen, waar hij sterk verzwakt weer uit ontslagen was, nog lang niet de oude. Ineens drong tot me door dat hij ‘de oude’ ook nooit meer zou worden. Opa Ban werd later dit jaar honderdentwee – dat was de oude, die alleen maar ouder kon worden. Hij ontviel me in een uiterst langzame val.

‘Zullen we op de patio gaan zitten?’ stelde ik voor. ‘Dan laten we ons aan tafel bedienen.’

Hij schudde het blauwige hoofdje met de roestvlekken. ‘Ik moet mezelf ontzien. Frisse lucht is gezond, maar niet voor mij.’

‘Vanmorgen,’ zei ik in mijn beste Russisch, ‘heb ik mijn ouders naar het vliegveld gebracht.’

‘Ze gaan naar China,’ zei hij somber, gewoon in het Nederlands ‘Ik ben nog nooit in China geweest.’

Opa Ban sprak nog altijd, en misschien weer wat meer dan vroeger, met een Oost-Europees accent. Hij was geboren in een uithoek van de oude Donaumonarchie, in Lemberg, een deel van Oekraïne dat na de Eerste Wereldoorlog bij Polen werd getrokken, en kort voor de Tweede Wereldoorlog door het pact tussen Hitler en Stalin aan de Sovjet-Unie toeviel. Zo had Laban Stern nog voor zijn dertigste drie nationaliteiten gehad, zonder van zijn plaats te komen. Met het verkrijgen van een Russisch paspoort kwam daar spoedig verandering in: hij moest in het Rode Leger. Omdat hij zijn talen beheerste (Oekraïens, Jiddisch, Pools, Duits, Russisch), werd hij als tolk aangesteld.

Al jaren volgde ik conversatielessen Russisch bij hem. Op een middag durfde hij me te bekennen het Russisch eigenlijk helemaal niet zo’n mooie taal te vinden. ‘Zo ruw... Alleen sommige vrouwen, als die Roessiesj spreken, dat klinkt mooi. Roessiesj is gemaakt voor de damesstem. Zoals die de hoogte ingaat... dat opgeschroefde zingen... prachtvol gewoon.’ Hierna bleef hij een poos hoofdschuddend in gedachten verzonken. Was er een Russin in zijn leven geweest, voordat hij na de oorlog aan zijn vierde nationaliteit toe was, en met mijn grootmoeder trouwde?

‘Ik ga morgen zelf op reis,’ zei ik.

‘Naar Peking, je ouders achterna...’

‘Ik vlieg naar Tel Aviv, en neem daar de bus naar Gaza. Ik moet foto’s maken.’

‘Er is nu toch geen vliegverkeer op Tel Aviv... met al dat vuurwerk van Hamas in de lucht.’ ‘Israël heeft z’n eigen raketschild.’

‘Gaza is afgegrendeld. Je komt er niet in.’

Ik liet opa Ban mijn internationale perskaart zien. ‘Waarom Gaza?’ Als hij zijn bedenkingen had, klonk zijn stem alleen wat zangeriger. ‘Waarom is iedereen tegen Israël?’

‘Ik ben niet tegen Israël. Ik heb alleen iets tegen eenzijdige berichtgeving. In heel Gaza is geen Israëlische journalist te vinden. De Israëlische burger mag het doen met communiqués van het leger.’

Opa Ban keek op zijn horloge. ‘Bekka vliegt nu over mijn geboorteland... jij morgen naar het land van mijn oude droom. En een oude man laten jullie hier moederziel alleen in Buitenveldert achter.’