Goedkopere windmolens dankzij ‘prijsdoorbraak’

Dong Energy deed het laagste bod voor de aanleg van een groot windpark voor de Zeeuwse kust, maakte minister Kamp dinsdag bekend. Het gaat een miljoen Nederlandse huishoudens van energie voorzien.

Een grote stap in de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening is genomen. Het Deense energiebedrijf Dong Energy gaat de komende jaren een groot windmolenpark voor de kust van Zeeland bouwen, maakte minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dinsdag bekend. Het bedrijf heeft de aanbesteding gewonnen van ‘Borssele 1 en 2’, een windpark met een vermogen van 700 megawatt dat straks een miljoen Nederlandse huishoudens van energie moet gaan voorzien. Het park komt 22 kilometer voor de kust van Walcheren te liggen.

Met zijn keuze voor Dong passeert Kamp acht andere bedrijven die hebben meegedaan aan de aanbesteding, waaronder het Duitse RWE, het Zweedse Vattenfall en een consortium van olie- en gasbedrijf Shell, energiebedrijf Eneco en baggeraar Van Oord.

Volgens Kamp deed Dong, dat grotendeels in handen is van de Deense overheid, het laagste bod van de negen gegadigden. Het bedrijf gaat straks stroom leveren tegen een subsidie van 8,7 eurocent per kilowattuur (kWu), inclusief de transportkosten. Met de subsidie dekt de overheid het verschil tussen de kostprijs en de marktprijs, die op dit moment onder de 3 cent per kWu ligt.

Kamp spreekt van een „prijsdoorbraak voor windmolens op zee”. De keuze voor Dong levert volgens de minister een kostenbesparing op van 2,7 miljard euro over vijftien jaar – de periode dat de Nederlandse overheid de subsidie garandeert. Het kabinet had begroot dat de subsidie voor windmolens pas veel later zou zijn gezakt tot het niveau van nu.

Volgens Kamp kon het tarief zo laag worden omdat er weinig risico’s zijn voor bieders. Verder zorgt de lage rente voor een gunstig investeringsklimaat en hebben offshorebedrijven vanwege de lage olie- en gasprijs „meer interesse” in duurzame energie. Dong zelf zegt dat het scherp kon bieden vanwege „schaalvoordelen” en de dalende kosten van windturbines. Ook zouden de natuurlijke omstandigheden in Nederland „gunstig” zijn: „stabiele en hoge windsnelheden en een geschikte zeebodem.”

‘Borssele’ is het eerste van vijf windmolenparken die het kabinet in de komende jaren wil bouwen voor de kust van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland. In totaal is hiermee maximaal 18 miljard euro aan investeringen gemoeid. De windparken zouden volgens Economische Zaken in 2023 alle vijf moeten draaien en dan energie kunnen leveren aan meer dan vijf miljoen huishoudens.

De windparken zijn nodig om de ambities van het kabinet voor duurzame energie te halen. Volgens het Energieakkoord moet in 2020 minimaal 14 procent van het energieaanbod duurzaam zijn. In Europa loopt Nederland spectaculair achter als het gaat om verduurzaming. Denemarken is juist een van de koplopers.

De keuze voor Dong is een streep door de rekening van het consortium van Shell, Eneco en Van Oord. Shell wilde via deze aanbesteding de markt voor duurzame energie betreden, Eneco en Van Oord werkten eerder mee aan windparken bij Noordwijk en Schiermonnikoog. Het drietal, door ingewijden schertsend de ‘Hollands Glorie-combinatie’ genoemd, speelde nadrukkelijk de Nederlandse kaart: Nederlandse bedrijven zouden voor flinke extra werkgelegenheid in Nederland kunnen zorgen.

De vraag is nu wat Kamps keuze betekent voor de volgende aanbesteding, die in augustus opent. De verwachting is dat Dong vanwege de opgedane ervaring in Borssele grote kans maakt om ook de andere windparken binnen te slepen. Maar de Denen zullen mogelijk niet opnieuw zo’n scherp bod willen plaatsen. Het Shell-consortium zal daarentegen het volgende windpark per se willen binnenhalen, en dus wel een lager tarief aanbieden dan deze keer.

Mogelijk resultaat: ‘Borssele 3 en 4’ worden straks tegen nóg lagere kosten aanbesteed.