‘Een giftig boek zou kleinzerig zijn geweest’

Hagar Peeters (44) won in juni de Fintro Literatuurprijs met haar debuutroman Malva, een verhaal over ontkende kinderen. ‘Via een omweg schrijf ik over mezelf. Misschien ben ik door het schrijven van dit boek wel minder boos geworden.’

Wanneer Hagar Peeters en ik elkaar treffen in het Amsterdamse Lloyd Hotel hebben we het kort over het interview dat ze vorige maand aan de Belgische krant De Standaard gaf. Het was een dubbelinterview, samen met haar vader – socioloog en schrijver Herman Vuijsje. Dat was logisch, omdat haar met de Fintro Literatuurprijs bekroonde roman Malva over ontkende kinderen gaat, en daarmee ook over Peeters’ eigen vader die de eerste elf jaar van haar leven deed alsof ze er niet was.

‘Veel literatuur gaat over daders. Slachtoffers zijn literair vaak niet interessant’

De kern van het boek wordt gevormd door Malva, de dochter van de Chileense dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda, die haar uit zijn bestaan wiste omdat ze een waterhoofd had (Neruda omschreef haar in een brief aan een vriend als ‘gedrocht’). Peeters vertelt vanuit Malva’s perspectief wat er gebeurd is. Ook andere ontkende kinderen komen aan het woord, zoals die van Arthur Miller en James Joyce. Net als Neruda hadden deze schrijvers een gehandicapt kind dat ze liever uit hun bestaan hadden gewist.

Op de achtergrond resoneert het verhaal van Peeters’ eigen jeugd. Als actief journalist in onder meer Zuid-Amerika was ‘hij nog niet toe aan het vaderschap’, legde Vuijsje in De Standaard uit. „Het is echt zo mooi geworden dat gesprek, zo fijngevoelig. Mijn vader wilde dat maar één keer doen.” Dat gezegd hebbende gaan we over tot een gesprek zonder vader, maar wel over vaders.

Wat vond hij van dit boek?

„Mooi. Aanvankelijk vond hij het iets te barok, maar dat wilde ik juist. Hij was ook trots. De roman deed hem denken aan Gabriel García Márquez. Dat ik dit boek kon maken terwijl hij nog leefde, vind ik ook heel bijzonder. Ik heb later begrepen dat hij er niet was voor mij vanwege het oorlogsverleden van zijn joodse familie, en dat dit verband houdt met mijn grootouders en hun zwijgen. Ik zie een relatie tussen dat verzwijgen van gevoelige onderwerpen in die familie en de onmogelijkheid om daarover te praten enerzijds en het ontkennen door mijn vader van mij anderzijds. Ik vind dat heel logisch. Hij heeft altijd tegenover zijn eigen ouders over mij gezwegen, om het ze niet nog moeilijker te maken. Mijn grootvader had veel familie verloren. Hij kon verder met zijn leven door te verdringen. Wat goed is, is dat mijn vader daarnaast eerlijk kon zeggen: ik was gewoon nog niet toe aan het krijgen van een kind.”

Dat verzwijgen vanwege het oorlogsverleden van zijn ouders snap ik niet helemaal. Dat jij er was, kan toch een geweldige aanvulling zijn wanneer veel familieleden zijn omgebracht?

„Dat zou je ook kunnen zeggen. Ik denk dat hij zich niet emotioneel kon binden, maar dat hij de menselijke verhoudingen wilde begrijpen in zijn journalistieke stukken via het verleden van zijn familie. Dat hij nooit zou kunnen zeggen: ik heb het niet geweten. De wereld laten weten wat er gebeurt, gaat nu eenmaal niet goed samen met een gezin stichten.”

Hoe vindt je moeder het dat je vader je zo lang ontkende?

„Ik heb het er met haar niet over gehad, ook niet na het verschijnen van het boek, dus ik wil er niets over zeggen. Mijn vader is de actor dus daarom heb ik hem ook beschreven. Mijn moeder is het slachtoffer van de situatie. Ik wil haar niet beschrijven omdat ze dan in een situatie terechtkomt waar ze niet om gevraagd heeft.”

In jouw roman gaat het juist om slachtoffers. Alle vergeten kinderen hebben een gebrek. Jij daarentegen hebt geen gebrek. Waarom koos je voor gehandicapte kinderen?

„Via een omweg schrijf ik over mijzelf, ik ben een klein onderdeel van dit universele verhaal. Juist omdat ik dat gebrek niet heb, heb ik het kunnen beschrijven. Dat is ook de literaire truc die ik uithaal: Malva vraagt mij zogenaamd uit het hiernamaals om haar verhaal op te schrijven. Ik zag ook een parallel in de geschiedenis van afwezige vaders die politiek links-geëngageerd waren en hun leven in dienst stelden van de stem die niet gehoord wordt, net als bij Arthur Miller bijvoorbeeld.”

Het was niet dat jij de rol van je vader op je wilde nemen door de minder bedeelden een stem te geven?

„Ik vind dat veel literatuur over daders gaat en daarom wilde ik een keer een krachtig slachtoffer aan het woord laten. Moordenaars, pedoseksuelen: ze krijgen allemaal een stem. Slachtoffers zijn literair vaak niet interessant, dus ik vind het literair een uitdaging om ze die stem wél te geven – een mooie omkering. Of neem Lolita van Nabokov. Dat vind ik prachtig, het gaat over een dader, maar ook over diens verlangen. Dat laatste wilde ik ook, schrijven over Malva’s verlangen om gezien te worden. Het is haar poging in taal om te overtuigen.”

Doordat Malva van bovenaf soms het woord tot je richt krijgt het boek iets magisch-realistisch. Vind je dat er in Nederlandse romans te weinig magisch-realisme is?

„Nee, ik koos er hier bewust voor, eigenlijk is het een beetje kitschy. Veel Nederlandse romans vind ik stilistisch niet boeiend. Het plezier in lange zinnen mis ik vaak. Ik zocht de speelsheid in de taal zelf, om alle associaties te onderzoeken. Lange zinnen zijn niet typisch Latijns-Amerikaans, magisch-realisme is dat wel. Ik blijf niet op de magisch-realistische tour gaan, maar in deze roman paste het bij wat Malva me vertelt. Het is magisch-realisme met een knipoog, Hollands magisch-realisme als het ware. Met die lange zinnen en die poëtische taal wil ze haar vader overtuigen. Ze wil laten zien hoe goed ze kan vertellen, hoe knap ze is. Ze doet constant haar best voor haar vader.”

Dit boek draait ook om ‘moral luck’: ‘genieën’ hebben het recht om moreel onjuist te handelen. Bestaat dat nog?

„Je kan het een beetje vergelijken met die BBC-presentator die kinderen seksueel misbruikte. Niemand durfde daar wat aan te doen, omdat je niet aan iemand met een bepaald statuur komt. Je wil in het gevlij blijven bij zo iemand. Nu kom je er niet meer mee weg. Dat is misschien het gevolg van meer democratisering.”

Of het einde van het moraal-loze genie?

„Ik denk dat je dat los moet zien. Wat iemand doet, staat los van zijn werk. Maar het is denk ik wel zo dat je nu niet meer onaantastbaar bent.”

Omdat je daden toch terugkeren in je werk? Je schrijft over Arthur Miller dat al zijn werk gaat over moraal en schuld. Dat impliceert dat een beslissing die je neemt, zoals het wegdoen van je zoon omdat hij het downsyndroom heeft, toch terugkeert in je werk.

„Ja, dat zag ik ook bij Neruda. Iedereen schrijft dat hij geëngageerd werd in zijn werk toen hij hoorde dat zijn vriend Lorca vermoord was. Dat valt echter samen met het wegstoppen van zijn dochter, waar hij zich geen raad mee wist. Vanaf dat moment wordt hij geëngageerd, ik zie dat als een vorm van willen compenseren. Dat zie je ook bij Miller. Dat hij aan de thema’s van schuld en moraal vasthoudt, is een soort overcompensatie. Dat je je goedheid wilt aantonen, terwijl je je geen raad weet met intieme verbanden. Dat je persoonlijke gevoelens alleen kunt sublimeren in intellectuele ideeën.”

Kunstwerken zijn soms dus minder autonoom dan wij willen?

„Absoluut. Bijna altijd.”

Ook in Peeters’ poëzie komt haar vader om de hoek kijken. Het duidelijkst is dat in het gedicht ‘Godbetert die vader van mij’, dat met deze regels begint: ‘Godbetert die vader van mij was altijd haantje / de voorste waar het onrecht betrof.’

Het gedicht lijkt bozer dan deze roman. Klopt dat?

„Ja, toen was ik nog een stampvoetend kind. Misschien ben ik door het schrijven van deze roman wel minder boos geworden. In een boek kan je niet echt boos zijn, dus ik heb mijn instelling aangepast aan mijn eigen boek. Als ik nu een rancuneus, giftig boek had gemaakt dan was het niet goed geworden, maar een kleinzerig boek.”

Een roman waarin je de keerzijde van het ontkende kind schetst, en zo boven de materie staat, getuigt misschien wel eerder van wraak dan van boosheid.

„Misschien, maar dan gaat het niet meer om wraak of boos zijn – dan gaat het om meer. Dan vind je de kern van wat je wil als verstotene, namelijk dat je gezien wordt. Malva is verzwegen en nu neemt ze zelf het woord. Ze kon niets en wist niets, maar nu kan en weet ze alles. Dat is eigenlijk de ultieme genoegdoening voor wie er niet mocht zijn. Toch?”

En jij doet dat door een barok boek te schrijven aan een vader die journalist was in plaats van vader?

„Dat zou ik vroeger gewild hebben, ten tijde van het gedicht. Vroeger probeerde ik met mijn vader te strijden en hem te overtreffen, maar nu niet meer.”