Drie weken afzien als zomervakantie

Tour de France Adam Hansen (35) is bezig aan zijn vijftiende grote ronde op rij. De vorige veertien reed hij allemaal uit. Niemand deed hem dat ooit na.

Foto Tim de Waele/ Getty Images

Voor Adam Hansen is een grote ronde rijden als vakantie. Er wordt voor hem gekookt, hij slaapt in de mooiste hotels en reist de hele wereld over. Op verreweg de meeste actiefoto’s zit hij dan ook grijnzend op zijn fiets. Op de plaat die vorig jaar van hem werd geschoten, terwijl hij door de Nederlandse bocht op Alpe d’Huez fietste, is hij in zijn element: in zijn bidonhouder zit een blikje bier, aan de stand van zijn mond kun je zien dat hij iets feestelijks roept.

Een grote ronde is drie weken genieten voor de 35-jarige Australiër. En daarom rijdt hij ze al vijf jaar lang allemaal: de Giro, de Tour én de Vuelta. Als hij ook dit keer Parijs haalt, staat de teller op vijftien, iets ongelooflijks als je bedenkt dat het maar een kleine dertig renners lukte om alle drie de rondes in één jaar te rijden.

Het record heeft hij al lang. Toen Hansen vorig jaar de finish van de Giro haalde en zijn elfde grote ronde op rij uitreed, versloeg hij de Spanjaard Marino Lejarreta, die zijn reeks neerzette in de jaren negentig. Ja, je had nog een Spanjaard in de jaren vijftig, Bernardo Ruiz. Hij reed er twaalf. „Maar toen duurde de Vuelta nog twee weken”, zegt Hansen in het hotel van zijn ploeg Lotto-Soudal. „Dat telt niet.”

Na een grote ronde gaat Hansen terug naar het Tsjechische Frydlant nad Ostravici, waar hij een paar jaar geleden bleef hangen toen hij er een meisje ontmoette. Even doet hij het dan rustig aan, maar binnen een paar weken krijgt hij weer zin om te koersen.

10.000 kilometer per jaar

Tienduizend kilometer per jaar in grote rondes. En dan is hij ook nog knecht, altijd inzetbaar: hij kan sprinten voor André Greipel en mee omhoog met klassementsrenner Jurgen Van den Broeck. Het is Hansen niet aan te zien. Hij is niet overdreven mager (76 kilo bij 1,86 meter), heeft zelden pijntjes, is altijd vrolijk. En dat op zijn 35ste, een leeftijd waarop sommige wielrenners het welletjes vinden met hun carrière. Hansen: „Ik kan nog wel vijf jaar door.”

Hij begint te lachen. Laatst liep hij een Tsjechische sportschool binnen. Hij wilde er krachttraining gaan doen, en schreef zich in. „Het meisje dat mijn formulier aannam wilde me per se fysiek testen. Beleid op mijn leeftijd. Dus ik op zo’n apparaat. Toen de uitslag uit de printer kwam rollen, geloofde ze niet wat ze zag. ‘Je hebt de vetverbranding van een jongen van negentien’, zei ze. Ik mocht komen sporten.”

Dat is waarom hij dit zo goed kan, zegt sportarts Guido Vroemen van wielerteam Roompot. „Hij doet het grootste deel van zijn inspanning op vetverbranding. Dat betekent dat zijn lichaam zuinig is. Waar anderen gaan interen als ze ronde na ronde zouden rijden, tast hij niet in zijn reserves.” Michiel Elijzen, in 2011 en 2012 Hansens ploegleider: „Vergeet het mentale niet. Hij is een keiharde.”

Na nummer zes zeiden ze: moet je het niet gewoon proberen?

Adam Hansen

Dat bleek in de Tour van vorig jaar. In de tweede etappe naar Neeltje Jans smakte hij tegen het asfalt en schoot zijn schouder uit de kom. Hansen stond op en stapte gewoon weer op zijn fiets. Na afloop van de rit twitterde hij: ‘I eat pain for breakfast.’

Hansen is een multitalent: als tiener haalde hij het rugbyteam van de staat Queensland en ook op de cross (hardlopen) en de duatlon (lopen, fietsen) was hij actief. In 2004 en 2005 won hij de Crocodile Trophy, de zwaarste mountainbikewedstrijd ter wereld, in het onherbergzame binnenland van Australië. Op zijn 21ste verhuisde hij als triatleet naar Oostenrijk, om het onderdeel fietsen te verbeteren. Daar ontdekte hij dat het leven van een wielrenner bij hem past. In een reizend wielerteam voelt hij zich thuis. In 2009 werd hij prof. In 2013 won hij een etappe in de Giro, een jaar later een rit in de Vuelta.

Met de Vuelta van 2011 begon zijn bizarre reeks. „Maar ik was niet bezig met een record. Ik wilde eens in een jaar drie rondes rijden om te kijken hoe dat voelt. De ploeg vond het prima. Na nummer zes zeiden ze: moet je het niet gewoon proberen? Ik zei dat het onmogelijk was. Je kunt ziek worden, of vallen.” Maar pech bleef hem grotendeels bespaard.

Tegenwoordig rekenen ze er bij Lotto-Soudal op dat hij er staat. Ze selecteren hem bij voorbaat voor een grote ronde. Hoe houdt hij het vol? „Veel renners rijden het hele jaar wedstrijden. Steeds moeten ze op reis, racen, weer terug, rust, en weer op reis. Ik houd het rustig: een ronde duurt lang, maar ik ben daarna ook lang thuis. Tussendoor doe ik amper wedstrijden. Dan fiets ik ook niet veel: ik bouw mijn eigen meubels, of ik piel aan de mal van mijn wielerschoenen [hij maakt ze zelf, red.]. En ik let erg op mijn voeding. Denk je nou echt dat ik al dat bier van mijn fans opdrink? Geen druppel. Ik doe maar alsof.”