De taken van een meisje van veertien

Corrie was veertien toen haar vader doodging (longkanker) en haar moeder ziek werd. „Ik weet niet wat ze had”, zegt ze. „Maar ze ging in haar stoel zitten en kwam er nooit meer uit.” Het was 1965 en niemand keek ervan op dat Corrie van school werd gehaald. Zij ging het huishouden doen en haar twee jaar oudere zusje Annie werd uit werken gestuurd: schoonmaken bij mensen in Blaricum en Laren.

Na drie weken had Annie het wel gezien. Ze pikte 100 gulden uit de keukenla van haar mevrouw, kocht een brommer en vluchtte met haar vriend (17 jaar ouder) naar Amsterdam. „Het gekke is”, zegt Corrie, „dat Annie’s mevrouw dat geld nooit gemist heeft. Daar zit ik nog wel eens over na te denken. Misschien heeft die mevrouw Annie willen helpen.”

En hun moeder? Probeerde die Annie terug te halen?

„Welnee. Ze vond het wel best zo. Een mond minder om te voeden.”

Het gevolg was dat Corrie voortaan niet alleen het huishouden moest doen, maar ook Annie’s werk moest overnemen. De bijstand (toen net ingevoerd) was niet genoeg voor het gezin met acht kinderen, de andere zes waren jongens. Hun taken thuis gingen niet verder dan schoenen poetsen en vuilnis buitenzetten.

Als haar broer uit wenste te gaan, haalde hij haar uit bed om zijn overhemd te strijken

Twee mevrouwen had Annie, ze verdiende 25 gulden per week. Bij de een werkte ze op maandag, woensdag en vrijdag van acht tot twee. Bij de ander op dinsdag en donderdag. Thuis sopte ze de vloeren, zeemde ze de ramen, kookte ze het eten en waste daarna in haar eentje de borden en de pannen af. Als haar broer van achttien op zaterdagavond uit wenste te gaan, liet hij haar zijn kleren nog een keer extra strijken, en wee haar gebeente als er een valse vouw in kwam. „Soms”, zegt Corrie, „haalde hij me uit bed omdat zijn overhemd naar zijn zin niet strak genoeg gestreken was.” En dan deed ze het over.

Haar moeder had haar geleerd goed op te letten of haar mevrouwen haar niet in de val probeerden te lokken. „Dus als ik bij het stofzuigen ergens een gulden of een gouden ring zag liggen: meteen afgeven. Nooit in mijn schort steken, ook niet voor even.”

Deden haar mevrouwen dat soort dingen?

Corrie schudt nee en ze staart een poosje uit het raam. We zitten in haar rijtjeshuis, waar alles glimt en blinkt van properheid. „De eerste mevrouw bij wie ik werkte”, zegt ze, „vroeg me op een dag of ik mee wilde naar Londen, haar man had daar een baan gekregen bij een bank. Ik zou op de kinderen passen, maar ik mocht ook naar school.” Vond haar moeder niet goed natuurlijk.

Wordt vervolgd.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.