Brussel moet een beetje inbinden

Na de Brexit lijkt ook de EU de regie kwijt. Commissie en regeringsleiders botsen. De discussie over CETA illustreert dat.

Betoging in Den Haag tegen TTIP, het beoogde vrijhandelsverdrag met de VS, afgelopen april. Foto Marten van Dijl/ANP

Geef ‘Brussel’ de schuld als iets mislukt, en prijs jezelf de hemel in als iets lukt. Het is een beproefd recept, ook na het Brexit-referendum. Terwijl het in Londen een komen en gaan is van politieke kopstukken, lijken Europese hoofdsteden zich op een eigen stoelendans te beraden, met de Luxemburger Jean-Claude Juncker als kop van jut.

De voorzitter van de Europese Commissie heeft te weinig gedaan om de Britten aan boord te houden, klinkt het. Hij is futloos. Kampt met gezondheidsproblemen. En hij is, nu het leed is geschied, lelijk aan het natrappen. Zo ontving hij vorige week de Schotse premier Nicola Sturgeon, fel tegen een Brits vertrek uit de EU . Europees ‘president’ Donald Tusk, die namens de EU-leiders spreekt, zag volgens ingewijden juist af van zo’n ontmoeting – de relatie met Londen is al explosief genoeg.

Volgens een door de Sunday Times geciteerde anonieme ‘Duitse minister’ ziet bondskanselier Merkel Juncker als „deel van het probleem”.

Waar ligt het zwaartepunt van Europa? Bij EU-instellingen zoals de Commissie of het Europese Parlement, of in de Europese hoofdsteden, bij nationale regeringen en parlementen? De discussie is al zo oud als de EU zelf, maar is door het Britse referendum in alle hevigheid opgelaaid.

De Duitse minister Schäuble (Financiën) liet er eerder deze week geen misverstand over bestaan: nu de Britten zich tegen van het Europese project hebben gekeerd en ook in andere landen de lokroep van populisten steeds luider klinkt, moet de Commissie een toontje lager zingen. Als Brussel tegenwerkt „zullen regeringen de zaken in eigen hand nemen en problemen onderling oplossen”.

Het Europees Parlement, deze week bijeen in Straatsburg, is laaiend over de kritiek. „Ik heb er geen enkel begrip voor”, zegt Manfred Weber, de leider van de Europese christendemocraten, de politieke familie waartoe ook Merkel behoort. De positie van Juncker staat wat hem betreft niet ter discussie. „Hij leidt de Commissie en doet dat sterk en zelfbewust.” Dat Juncker zich weinig met het Brexit-referendum heeft bemoeid, was nota bene een verzoek van de Britse regering zelf.

Zo machtig is die Commissie ook niet. In de praktijk doet zij alleen voorstellen en besluiten uiteindelijk de lidstaten zelf, samen met het Europees Parlement. Alleen over mededinging heeft Brussel volledige zeggenschap – en daar wordt trouwens zelden over geklaagd.

Europarlementariër Gianni Pittella, voorman van de sociaaldemocraten, zegt dan ook dat wat Schäuble wil al lang werkelijkheid is. Tijdens de eurocrisis en de vluchtelingencrisis eisten lidstaten de regie op. Met wisselend resultaat: de groei blijft achter en op het vluchtelingenvraagstuk is nog geen echt antwoord gegeven.

„De intergouvernementele methode is over de datum heen”, zegt Pittella. „Zij heeft weinig opgeleverd in het verleden, en zal weinig opleveren in de toekomst.” Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, vindt zelfs dat het tijd is om van de Commissie „een echte Europese regering” te maken. Zodat deze niet alleen echte besluiten kan nemen, maar daar ook – democratisch – op kan worden afgerekend. Maar in landen als Nederland en Duitsland, is dat een gotspe. .

En de Commissie zelf? Die maakte dinsdag ogenschijnlijk een knieval, door CETA, het handelsverdrag met Canada, zoveel mogelijk aan de lidstaten over te laten. Handelscommissaris Malmström besloot onverwachts om nationale parlementen te laten meebeslissen over dit verdrag, ook al volstaat juridisch gezien goedkeuring door regeringen en door het Europees Parlement. Juncker zei vorige week nog botweg dat hij dit niet van plan was, maar besloot na vooral Duitse en Franse druk tot een andere koers. Tot een beetje nederigheid.

Malmström legde dinsdag uit waarom: de Commissie heeft weliswaar een mandaat van EU-leiders gekregen om de deal te sluiten, maar constateert ook dat leiders in eigen land critici van de Europese handelspolitiek nauwelijks van repliek dienen. Nu nationale parlementen mogen meepraten, moeten ze wel. „Ze moeten leiderschap tonen.” Doen ze dat niet, dan mislukt CETA, maar ook TTIP, een soortgelijk handelsakkoord met de VS.

De Commissie is, kortom, niet van plan om zich tot het zwarte schaap te laten brandmerken, of het nou om CETA gaat of Brexit.