Alle hulpverleners faalden rond dood jongen Zoetermeers probleemgezin

Hulpverleners die betrokken waren bij een probleemgezin in Zoetermeer hebben allen gefaald, staat in een rapport van vijf inspecties die toezicht houden op de jeugdzorg.

Het tekenboek van Christiaan, helemaal vol met potloodtekeningen van zijn favoriete serie Flikken Maastricht. Foto Floren van Olden

De hulpverleners hebben de risico’s onderschat voor de kinderen in het gezin, van wie de oudste vorig jaar overleed na verwaarlozing. Dat stellen vijf inspecties die toezicht houden op de jeugdzorg in het rapport dat woensdag is verschenen.

Aanleiding voor het rapport was een publicatie van NRC in september 2015 over verwaarlozing in het gezin met verstandelijk beperkte kinderen. Tot aan het overlijden van de oudste zoon waren negentien hulpinstanties bij het gezin betrokken geweest. Niet één ervan greep adequaat in.

Lees ook onze reconstructie over hoe HET probleemgezin uit Zoetermeer pas hulp kreeg na de dood van de oudste zoon: Probeert u het eerst nog even zelf

Gebrekkige samenwerking hulpverleners

De inspectie concludeert dat “onvoldoende zorg en ondersteuning” is geboden. Signalen van verwaarlozing – ongewassen kinderen, stinkende kleren, een vies huis – kwamen vanuit school, huisarts, politie en het ziekenhuis. De inspecties noemen de verwaarlozing “een vorm van kindermishandeling” die gemeld had moeten worden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Dat dit niet gebeurde, wijt de inspectie aan gebrekkige samenwerking tussen de hulpverleners – zoals de huisarts, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en wijkcoach. Zij werkten langs elkaar heen en gingen er voetstoots vanuit dat stichting MEE, een instelling voor beperkten die al lange tijd bij het gezin betrokken was, de coördinatie op zich zou nemen. Dat was niet het geval.

Sterker, stichting MEE wist dat de ouders niet in staat waren tot het verantwoord opvoeden van de kinderen, maar deed te weinig met die kennis. Ook de gemeente Zoetermeer schoot tekort, aldus de inspecties. In theorie had er een gezamenlijke aanpak voor het gezin in werking moeten treden, maar dit gebeurde niet. Een overkoepelende analyse van de problemen bleef daardoor achterwege. Het beeld van het gezin werd pas volledig in de maanden ná het overlijden van de oudste zoon.

Lees ook: De hulpverlening faalde, zoon Christiaan overleed. Nu krijgt het gezin met vier verstandelijk beperkte kinderen volop ondersteuning. Te veel, vindt moeder. „We leven toch niet in een gevangenis?”

Eigen kracht werd overschat

De inspecties vinden dat de hulpverleners te veel zeggenschap hebben gegeven aan de ouders. Het zogenoemde ‘eigenkrachtbeleid’ van de gemeente Zoetermeer heeft als uitgangspunt dat het gezin zelf ‘eigenaar’ is van zijn hulp: het gezin formuleert zélf doelen voor de zorg. In dit geval had de hulpverlening echter niet moeten afgaan op de wensen van ouders die zelf als opvoeders tekortschoten. “Eigen kracht van gezinnen met chronische problematiek moet niet worden overschat”, aldus de inspecties, die erop wijzen dat alle 390 gemeenten in Nederland lering moeten trekken uit het onderzoek naar dit gezinsdrama.

Verantwoordelijk wethouder Mariëtte van Leeuwen (jeugdzorg, Lijst Hilbrand Nawijn) spreekt van “een schokeffect” en zegt dat Zoetermeer haar werkwijze inmiddels heeft aangepast. Zodra hulpverleners in de gaten krijgen dat een gezin kampt met een veelheid aan problemen, schakelen zij een zogenoemde ‘aanvoerder’ in, die de regie overneemt. Die ziet erop toe dat tijdig wordt ingegrepen. De jeugdwethouder voelt zich medeverantwoordelijk voor de gemaakte fouten, maar ziet in het inspectierapport geen reden om op te stappen. Van Leeuwen: “Chinezen hebben daar een mooi spreekwoord voor: Je hebt fouten nodig om je te ontwikkelen.”