Recensie

Zwerver en leerling-agent lossen samen moord op

In Springvloed moet een gewoon meisje een moord oplossen met een dakloze.

De dakloze Tom Stilton (Kjell Bergqvist) en agente Olivia Rönning (Julia Ragnarsson).

Een jonge, zwangere vrouw wordt aan de kust langs de vloedlijn ingegraven. Alleen haar hoofd steekt boven het zand uit. Dan wordt het vloed. Het is 1990 wanneer deze wrede moord wordt gepleegd op het Zweedse eiland Nordkoster. Niemand weet wie de vrouw is, waarom ze daar in het zand is achtergelaten, wat de reden was om deze aanstaande moeder te doden.

Vijfentwintig jaar later is daar ineens de jonge agente Olivia Rönning (Julia Ragnarsson) – een soort Zweedse Carice van Houten – die deze zaak als oefenmateriaal tijdens haar opleiding in de schoot krijgt geworpen. Fanatiek gaat ze op onderzoek uit. Ze blijkt al snel de hulp nodig te hebben van Tom Stilton, de voormalig hoofdcommissaris die destijds betrokken was bij het onderzoek naar de moord. Stilton blijkt echter op straat te leven en wil in eerste instantie niets meer met de zaak te maken hebben.

Dit zijn de voornaamste ingrediënten van het tv-drama Springvloed (Springfloden), bedacht door het Zweedse schrijversechtpaar Cilla en Rolf Börjlind en gebaseerd op hun gelijknamige boek. Geheel in de traditie van de huidige Scandi-thrillers – en daarmee in de traditie van Sjöwall & Wahlöö, de sociaal geëngageerde schrijvers van de Martin Beck-boeken – bestaat deze tv-serie uit een complexe vertelling waarbij diverse maatschappelijke kwesties aan de orde worden gesteld. In Zweden keken eerder dit jaar wekelijks zo’n 1,5 miljoen kijkers.

Zo is er sprake van een radicale groepering die daklozen afranselt en hiervan snuff-filmpjes online plaatst. Er is iets schimmigs aan de hand met een Zweedse multinational. En bijfiguren, zoals een commissaris en een ex-informant, houden er allerlei geheimen op na.

En uiteraard is, zoals wel vaker zien bij Nordic Noirs, hoofdrolspeelster Olivia Rönning het type onverschrokken vrouw à la Saga Norén uit The Bridge of Sarah Lund uit The Killing. Maar met een fundamenteel verschil. Ook al is Rönning vreselijk fanatiek, ze lijdt niet, zoals Norén, aan het syndroom van Asperger, evenmin is ze zo contactgestoord als Lund. Inderdaad, Rönning heeft haar vader – een voormalig agent die zich met dezelfde moordzaak heeft beziggehouden – op vroege leeftijd verloren en ze heeft last van bewijsdrang. Dat uit zich doordat ze af en toe wat bot doet tegen haar softe vriendje, en wel heel abrupt een gesprek kan afbreken. Maar verder is ze de typische girl next door.

Dat weet Ragnarsson met overtuiging te brengen. Het basisgegeven – wat naïef meisje probeert met een oude zwerver een moordzaak op te lossen – blijkt eveneens te werken. Zo wordt de saaie dynamiek binnen het politiebureau doorbroken en verandert deze crime-serie in een wijdvertakt, goed uitgedacht verhaal dat verder reikt dan Zweden.

Ook al mis je soms bij Rönning de gekte van Norén of Lund, en zijn sommige scènes wat traag, toch blijft Springvloed boeien. En dan is er die moord. Wie, wat en waarom? Het antwoord wordt lekker lang uitgesponnen.