Column

Zoet

Tegenwoordig schijnen zoveel dingen verslavend te zijn dat iedereen op zijn eigen manier een junk kan worden genoemd; als het niet aan sport of verliefdheid is, dan wel weer aan crack. Alles waar ik zoveel van hield dat het mijn gezondheid schaadde, heb ik inmiddels uit mijn leven weten te gooien, op één ding na. En dit weekend had ik een zware terugval.

Van voormalig alcoholisten is bekend dat zij op een feestje precies weten waar de drank zich bevindt. Daar zijn ze dan ook de hele avond, liefst in hun hoofd, mee bezig. Ik heb dat ook, maar dan met snoep. Jaren geleden ben ik gestopt met suikers, dankzij een geliefde die het de Witte Dood noemde. Wat ook hielp was dat ik, door mijn gewoonte om met M&M’s te ontbijten en soms een hap uit de suikerpot te nemen, aardig aan het dichtslibben was. Na mijn dertigste verjaardag had ik genoeg rollen buikvet bij elkaar gegeten om er wapens tussen te kunnen smokkelen.

De eerste weken had ik zware afkickverschijnselen: trillende handen, hoofdpijn, maar daarna knapte ik op. Ik viel af, had voor het eerst sinds mijn elfde geen acné-aanvallen, en: ik kon opeens helder nadenken. Alsof de rook om mijn hoofd was verdwenen!

Maar met afkicken, creëer je ook de kans op een terugval en afgelopen weekend, toen mijn geliefde er niet was om me streng aan te kijken, rende ik naar de supermarkt en sloeg grof in: cake, taart, lollies, drop, pralines. Voor het eerst in jaren at ik suiker, en dat heb ik geweten: ik werd er zo hyper van dat ik niet kon stilzitten, een gedichtenbundel schreef, het hele huis opruimde, drie boeken en een atlas uitlas en het ene na het andere manische Facebookbericht eruit perste. Het leek wel toverdrank!

Ik merkte ook hoe vertrouwd hyper mijn bewustzijn werkte (wat niet zo gek is, als je nagaat dat ik de eerste dertig jaar van mijn leven door dat zoetoverschot de Jochem Myjer van de bloedsuikerspiegels had). De kalmte die de afgelopen vier jaar over me heen was gekomen was leuk, maar ook saai. Ik merkte dat mijn hoofd veel leuker was als ik suikers at!

En dat, lieve lezer, bleek dus de verslaving te zijn die even aan het woord was. De volgende dag werd ik wakker met een keiharde candy crush: houten kop, nieuwe mee-eterkolonie op mijn voorhoofd, droge mond, enorme buikpijn. Nog steeds voel ik me goed ziek. Dat het morgen Suikerfeest is, wil ik me al helemaal niet voorstellen.

Toen mijn geliefde vanochtend thuis kwam, zei hij: wat ruikt je adem zoet. Ik zei: dat is omdat je heel veel van mij houdt. Als een boer met kiespijn.