Wees zuinig met de term fascist

Opinie Demagogen laten momenteel iets herleven waarvan we hoopten dat het voorgoed voorbij was. Maar scheld ze niet zomaar uit voor fascist. Daarmee verliest de Holocaust betekenis, meent Ian Buruma.

Staat het fascisme weer voor de deur? Je hoort het steeds vaker. Donald Trump wordt dikwijls fascist genoemd, Vladimir Poetin ook. En een schaar van demagogen in Europa. De laatste vlaag van populisme reikt tot de Filippijnen, waar de nieuwe president, Rodrigo (‘De Bestraffer’) Duterte, aankondigde dat hij misdadigers in de baai van Manila zal werpen.

Het probleem met termen als ‘fascist’ of ‘nazi’ is dat zij al zo lang, en zo losjes, worden gebruikt, dat zij nauwelijks meer enige betekenis hebben. Weinig mensen weten nog wat een fascist eigenlijk was. Het zijn scheldwoorden geworden die toepassing hebben op iedereen waar we een hekel aan hebben.

Het politieke debat gaat erop achteruit als we te gemakkelijk met dergelijke termen gooien, de historische herinnering vervliegt in trivialiteit. In 2012 vergeleek een Republikeinse senator belastingverhoging op onroerend goed met de Holocaust. De werkelijke massamoord heeft hierdoor nauwelijks nog enige betekenis. Hetzelfde geldt als we Trump vergelijken met Hitler.

Als gevolg verliezen we uit het oog wat de echte gevaren zijn van demagogie. Het is tenslotte niet zo moeilijk voor Trump, of Wilders, of ‘De Bestraffer’, om te weerleggen dat zij nazi’s of fascisten zijn. Stuk voor stuk misschien weerzinwekkend, maar tot nu toe is er nog geen sprake van gewapende bruinhemden, concentratiekampen, of de corporatieve staat. Poetin komt er nog het dichtste bij, maar ook hij is geen Hitler.

Nu is het ook waar dat populistische retoriek niet altijd is gespeend van historische echo’s, misschien uit onwetendheid. Niet lang geleden was er een dwaze video te zien van de nationale Schöngeist Thierry Baudet, waarin hij zijn antipathie te kennen gaf tegen de ‘grachtengordel-elite’. Die elite, namelijk, hield van alles in de kunst wat lelijk was, in plaats van de schoonheid die de gezonde burger meer zou aanspreken. Hij noemde atonale muziek als typisch voorbeeld van elitaire arrogantie. Nu is atonale muziek sinds de jaren twintig niet meer avant-garde. Maar je vraagt je af of deze gezonde burger überhaupt ooit gehoord had van entartete Kunst. Atonale muziek was precies wat van de nazi’s in de naam van de geestelijke volksgezondheid niet meer mocht.

Zo zijn er wel meer dingen in het huidige populisme die aan het verleden doen denken, dingen die niet zo lang geleden taboe waren. Haatzaaien, woedende aantijgingen tegen de pers of de rechterlijke macht, of pogingen om de massa op te zetten tegen intellectuelen, bankiers, of iedereen die meer dan één taal spreekt, dat bestond allemaal wel, maar alleen in de marges. Omdat de voorgeschiedenis nog fris in het geheugen lag.

De demagoog gebruikt graag en vaak het woord ‘verraad’

Ik denk niet dat historie de demagogen van vandaag veel kan schelen. Minder duidelijk is of zij beseffen dat zij bezig zijn iets te laten herleven, waarvan wij hoopten dat het voorbij was. Nu weten wij dat het alleen sluimerde, en weer kan ontwaken. Dit wil overigens niet zeggen dat populisten enkel onzin beweren. Rechtse stokebranden hebben gelijk dat de EU te ver afstaat van de burger, of dat bankiers vaak op onbeschaamde manier hun zakken vullen, of dat de grote partijen te weinig oog hebben voor mensen die zich benadeeld voelen door globalisering of immigratie.

De mainstreampartijen bleken niet in staat om deze problemen adequaat op te lossen. Dat is waar. Maar zodra populisten de schuld van al onze moeilijkheden schuiven op minderheden, of elites, dan beginnen zij verdacht veel te lijken op de vijanden van de democratie in de jaren dertig.

Een typische kenmerk van de anti-liberale demagoog is het gebruik van het woordje ‘verraad’: de kosmopolitische elites hebben ons in de rug gestoken; onze cultuur wordt ondermijnd door vreemdelingen; de natie kan weer groot worden, als we eenmaal van die verraders af zijn, als we hun stemmen in de media snoeien, en de gezonde burgers weer kunnen smeden tot eenheid. Politici en aanhangers die zo praten zijn misschien geen fascisten, zij spreken wel dezelfde taal.

Nazi’s en fascisten doken in de jaren dertig ook niet op uit het niets. Hun ideeën waren zeker niet origineel. De grond voor Hitler en Mussolini, en hun na-apers in kleinere landen, was al jarenlang voorbereid door schrijvers, journalisten, activisten, en geestelijken, die haat predikten. Sommigen konden zich nog steeds niet schikken in de seculiere democratie. Anderen hadden een obsessie met de vermeende wereldmacht van de Joden. En een keur van romantische dwaallichten was op zoek naar de pure essentie van natie of ras.

De meeste moderne demagogen hebben waarschijnlijk maar een vaag besef van deze intellectuele geschiedenis. Maar in landen als Hongarije, Oostenrijk, en ook Frankrijk, weten ze vaak maar al te goed waar de verbindingen liggen, en sommige populisten schermen daar openlijk met antisemitisme. In de meeste West-Europese landen is het evenwel gebruikelijk voor dergelijke figuren om hun warme steun aan Israël als alibi te gebruiken, en om hun haatgevoelens uit te leven op de moslims.

Het is nog te vroeg om de populistische leiders van vandaag te vergelijken met de bloedige dictators van een kleine eeuw geleden. Maar woorden hebben, zoals bekend, wel gevolgen. En een ding is zeker: onze huidige demagogen spelen in op dezelfde donkere sentimenten als hun voorgangers, en zij scheppen een klimaat waarin politiek geweld weer de heersende stroom zou kunnen worden.