Vervangen van dierlijke vetten door plantaardige vetten verlaagt toch het sterfterisico

Wie minder verzadigd vet eet, en in plaats daarvan meervoudig onverzadigd vet, verlaagt zijn kans om voortijdig te sterven met een kwart. Het betekent dat de voedingsrichtlijnen in de meeste Westerse landen gelijk hebben: ban de vlees- en melkvetten (die zijn vooral verzadigd) uit het dagelijks menu en vervang die door plantaardige olies. Die bevatten merendeels onverzadigde vetten, met uitzondering van palm- en kokosvet, die juist veel verzadigd vet bevatten.

Onderzoekers van Harvard Medical School keren zich met hun maandag gepubliceerd onderzoek in JAMA Internal Medicine tegen een idee dat de laatste jaren hardnekkig de kop opsteekt: dat verzadigd vet helemaal niet zo ongezond is – dat het níet de kans op hart- en vaatziekten of vroege sterfte verhoogt.

Dat staat niet alleen in sommige populaire voedingsboeken en op voedingswebsites. Het was ook de conclusie van een spraakmakend wetenschappelijk artikel dat in 2014 verscheen in de Annals of Internal Medicine. De auteurs ervan veegden alle bestaande onderzoeken bij elkaar waarin van grote groepen mensen jarenlang werd bijgehouden wat ze aten, hoe ze leefden en of ze een hartziekte kregen. Hun conclusie was: er is geen duidelijk bewijs voor het advies om voor een gezond hart minder verzadigd vet te eten.

Die publicatie kwam onmiddellijk onder vuur te liggen. Sommige critici vonden dat het artikel moest worden teruggetrokken. Het tijdschrift publiceerde uiteindelijk elf brieven met commentaar. Het stuk werd gecorrigeerd. Maar dat verzadigd vet zo slecht is, daar was nog steeds geen bewijs voor, hielden de auteurs vol.

De kritiek blijft echter dat in dat onderzoek niet werd gekeken wat mensen in plaats van verzadigd vet eten. Wie in plaats van dat vet suiker en zetmeel eet is inderdaad even slecht af. Maar wie de calorieën als onverzadigd vet inneemt blijft gezonder.