Rio de Janeiro is vlak voor de Spelen een optelsom van ellende

Vrijdag 5 augustus, over een maand, beginnen de Olympische Spelen in Rio. Er is een economische crisis, een gezondheidscrisis, een veiligheidscrisis en de metrolijn is nog niet af.

Met moeite manoeuvreert Renate Matoso (28) haar kinderwagen langs een enorme afzetting op de boulevard van Copacabana in Rio de Janeiro, waarachter een grote zandafgraving opdoemt. „De hele stad is een grote bouwput. Voor mij hoeven de Olympische Spelen niet”, moppert ze.

Het is zondagmiddag en de wegen rondom de stranden zijn zoals gebruikelijk deels voor verkeer afgesloten zodat de carioca (de inwoners van de stad) in een oase van ruimte kunnen skaten, fietsen en flaneren. Maar nu, slechts een maand voor de Olympische Spelen, wordt nog druk gebouwd rondom het strand. Tribunes worden opgetrokken, een enorme stalen constructie is vanaf de overkant van de weg tot aan het witte strand uit de grond gestampt.

Ook de boulevard van de naastgelegen strandwijk Ipanema krijgt nog snel even een make-over. Een speciaal voor de Olympische Spelen aangelegd fietspad langs de kust stortte onlangs in. Er vielen twee doden. En vorige week schrokken strandbezoekers op toen lichaamsdelen van hoogstwaarschijnlijk een slachtoffer van een drugsafrekening, aanspoelden op het toekomstige olympisch strand.

„Er gaat zoveel mis en er zijn zoveel problemen in Rio dat ik me afvraag of het wel door moet gaan”, zegt Renate Matoso die met haar baby een wandelingetje maakt in de middagzon.

‘Spelen worden grote ramp’

Rio de Janeiro, de stad met 7 miljoen inwoners, maakt zich op voor de eerste Olympische Spelen op Zuid-Amerikaanse bodem. Maar de optelsom van ellende waar de olympische stad mee kampt, is zorgwekkend. Er zijn zorgen over de veiligheid, en ook over de volksgezondheid, wegens het zikavirus dat hier sinds vorig jaar rondwaart, en over de ingrijpende economische en politieke crisis die Brazilië in de greep houdt. Komt het wel goed met de Olympische Spelen, vragen velen zich af.

De plaatsvervangende gouverneur van de staat Rio de Janeiro, Francisco Dornelles, was vorige week al duidelijk : „De Olympische Spelen worden een grote ramp. We hebben te weinig geld om veiligheid en mobiliteit goed te organiseren. Financieel is het een grote puinhoop”, waarschuwde hij. Maandagochtend demonstreerden politieagenten bij de luchthaven van Rio en waarschuwden toeristen met veelzeggende protest borden: ‘Welkom in de hel, Rio zal niet veilig zijn!’

De agenten dreigen met stakingen wegens achterstallig loon en hun onveilige werk: in een half jaar tijd werden meer dan vijftig agenten vermoord bij aan drugshandel gerelateerd geweld. Maar gemiddeld sterven ook vijfhonderd onschuldige burgers per jaar door extreem politiegeweld.

Toen Rio de Janeiro in 2009 de Olympische Spelen kreeg toegewezen, ging het veel beter met de stad dan nu. De economie bloeide, en voor de kust waren grote oliereserves gevonden. En eindelijk lukte het Rio ook om het imago van gevaarlijkste stad van Zuid-Amerika van zich af te schudden. In 2008 was begonnen met het schoonvegen van tientallen sloppenwijken die in handen waren van drugsdealers door het installeren van een speciale politie-eenheid, met een socialer gezicht dan de beruchte en gevreesde militaire politie.

Maar nu, jaren later en aan de vooravond van de Olympische Spelen, heeft de drugsmaffia de grip weer teruggekregen, met name in een aantal grote sloppenwijken. Vooral de situatie in Rocinha, de grootste sloppenwijk van Rio met 300.000 inwoners, baart grote zorgen. Deze wijk ligt namelijk zeer strategisch tussen het toeristische Copacabana en de westelijke wijk Barra da Tijuca waar het olympisch dorp en de sportstadions zijn gebouwd. Duizenden toeristen zullen zich straks langs hier verplaatsen op weg naar de wedstrijden.

‘Drugsmaffia is weer helemaal terug’

Vorige maand stormden zwaar bewapende manschappen van de gevreesde elitetroepen Rocinha op klaarlichte dag binnen met gepantserde trucks. Urenlang werd er geschoten in de wijk. Er vielen wonderbaarlijk geen doden, maar de schrik zat er goed in.

Inwoner Jean Ribeiro zegt dat hij het laatste jaar meer drugsdealers ziet, die hun macht weer verstevigen in zijn wijk. „Het is net als vroeger, ze zijn weer helemaal terug.” Door de economische crisis hebben ze vrij spel. Jongeren zijn makkelijk te ronselen. „De politieagenten wachten al maanden op loon van de overheid. Het geld dat de drugsdealers hun bieden in ruil voor de voortzetting van de drugshandel is welkom”, weet Ribeiro, die al zijn hele leven in Rocinha woont.

De economische crisis, de zwaarste sinds 30 jaar, treft Brazilië hard.

Financiële noodtoestand

De staat Rio de Janeiro zit in zulke grote geldproblemen dat ze onlangs failliet werd verklaard en gouverneur Dornelles de financiële noodtoestand uitriep.

Dalende prijzen van olie, waar deze staat op drijft, veroorzaken naast de algehele crisis in Brazilië, verdere neergang van Rio. Al maanden worden tienduizenden artsen, verplegers, leerkrachten en politieagenten niet betaald. Door het uitroepen van de financiële noodtoestand maakte de gouverneur de weg vrij naar een noodlening van 750 miljoen euro van de federale regering, maar dat geld was vorige week nog niet binnen.

Als eerste moet van dat geld metrolijn 4 met spoed afgerond worden. Deze lijn, waar al jaren aan gebouwd wordt, moet op tijd af zijn voor de Olympische Spelen om de massa’s bezoekers straks vanuit de toeristenwijken richting het olympisch dorp te vervoeren. De metrolijn is essentieel want de stad slibt dicht. De verwachting nu is dat de lijn pas één dag voor de openingsceremonie van de Spelen, op 5 augustus, opengaat. De testfase, die in juli gepland was, wordt daarmee overgeslagen – of dat verantwoord is voor dit grote infrastructurele project dat deels dwars door bergen en heuvels loopt, is de vraag.

De gemeente wil de extra lening ook gebruiken om de veiligheid te garanderen: 85.000 politiemensen en militairen worden ingezet tijdens de Spelen.

Na Spelen blijft Rio ermee zitten

Dat de gemiddelde olympische toerist straks iets zal merken van alle problemen lijkt niet waarschijnlijk. Maar hoe Rio na de Olympische Spelen uit de problemen komt is wel een zorg. Op de plek van het indrukwekkende olympische dorp, het grootste ooit, zijn torenhoge flatgebouwen met duizenden luxe appartementen gepland maar nog lang niet verkocht door de crisis.

„Natuurlijk komt er geld binnen van de sportfans”, zegt econoom Gilbert Braga die zelf in Barra da Tijuca woont. „Maar dat weegt niet op tegen de torenhoge schulden en de sociale problemen waar we mee blijven zitten na de Olympische Spelen.”

Renate Matoso kijkt op de late zondagmiddag naar sportende jongeren op het strand, terwijl haar baby in het zand wroet. „Laten we hopen dat onze Braziliaanse atleten hun best doen, zodat we nog een beetje trots overhouden aan de Olympische Spelen.”