Oprechte smeerlap

Column ‘Doet hij het of doet hij het niet’, zo gaat de platitude. Als variatie stel ik voor: ‘Doet hij het weer, of vindt hij het zo wel genoeg?’Het is maandagmiddag half twee. De live-uitzending van de Tour laat nog op zich wachten. Een liveticker op het internet leert me dat de naar aandacht smekende ziel Armindo Fonseca alleen op kop ligt. Het peloton volgt op zes minuten en vijfentwintig seconden. Ergo: het wordt een massasprint. Kittel, Greipel, of toch weer de afgeschreven Cavendish?

Zaterdagmiddag won Cavendish de openingsetappe. De eerste gele trui was ook meteen voor hem. Tijdens het finishinterview werd hij geëscorteerd door twee van zijn kindjes, allebei nog te jong om te snappen wat papa op de fiets allemaal uitspookt. Hoewel ik er niet van houd wanneer kinderen pontificaal worden opgevoerd als inspiratiebron van de winnaar, kan ik het van Cavendish toch hebben. De liefde is zo burlesk dat zelfs mijn tranen echt zijn.

Van alle sprinters uit de wielergeschiedenis die ik ken is Cavendish de meest oprechte smeerlap. En hij weet het van zichzelf. Wat hij ooit zei overs het sprintersvak als het er op aankomt tijdens de laatste meters: „There is no joy, no sadness, no fear, no want.” Kortom, tijdens de laatste meters heeft hij een enorme plaat voor zijn kop, hij is blind.

Tijdens de laatste meters heeft Mark Cavendish een enorme plaat voor zijn kop

Achteraf analyseert hij zijn sprints onthecht als een boeddhistisch meester, maar liever omschrijft hij zichzelf als weird. Want is het niet zo dat hij, de qua lichaamslengte afgezaagde en qua breedte samengeperste dwerg, veel minder objectieve watts op de pedalen overbrengt dan de met meer lichaamsmassa gezegende concurrenten? Hoe doet hij het dan?

Voor een deel zoekt hij het in de duikbootpose. Het is de natuurlijke sprinthouding waarmee hij geboren is: met de neus op het asfalt wordt de luchtweerstand geminimaliseerd. En voor de rest is het een kwestie van manoeuvreren. Dat hij niet als de meest hoffelijke sprinter de geschiedenis in zal gaan is hem bekend; maar is adequaat manoeuvreren niet het zilveren instinct van een dier in nood?

Terug naar zaterdag. De moeder van de twee zichtbare kindjes op het huldigingsschavot is het voormalige fotomodel Peta Todd. Als zij het over het karakter van haar Mark heeft, gebruikt ze vooral het woord „verlegen”. Met andere woorden, thuis is Mark is kneedbaar als klei. Thuis hoeft hij geen sprint te winnen. Zij is het die alle sprints wint. Thuis voelt Mark zich veilig als een diertje in zijn hol.

Toen Mark Cavendish na de finish op Utah Beach, met de twee kindjes op schoot, geëmotioneerd de gevallenen van WOII - the brave fighters for our freedom - met zijn overwinning eerde, geloofde ik hem onvoorwaardelijk. Al was het maar voor een minuut.