Commentaar

Ook naar klokkenluiders moet nuchter worden gekeken

Met de opening vandaag van het Huis voor Klokkenluiders in Utrecht is Nederland een nieuwe inspectie annex rechtshulpverlener rijker. Het Huis kent strikt gescheiden afdelingen advies en onderzoek – of zoals senator De Graaf (D66) het noemde „rechter en advocaat” onder één dak. Een curieuze combinatie, waarvan nog moet blijken of dat gaat werken.

Degene die redelijkerwijs een misstand in zijn organisatie vermoedt door onbehoorlijk handelen of nalaten waarbij het maatschappelijk belang in het geding is, mag zich straks melden. Overigens pas nadat die eerst intern binnen zijn organisatie alle stappen heeft gezet – iedere organisatie waarbij meer dan vijftig mensen werken moet dan ook vanaf vandaag een interne meldingsprocedure op papier beschikbaar hebben. Dat zal voor velen nog een verrassing zijn. In elk geval is 10 procent van de gemeenten, voor wie een dergelijke verplichting al jaren geldt, er nog altijd niet in geslaagd zo’n interne procedure vast te stellen.

Het Huis zelf lijkt een hybride instelling, om niet te zeggen een paradijsvogel in het bos van ongeveer dertig inspecties dat ons land al kent. Het Huis beschikt immers over de bevoegdheid om aanvullend onderzoek te doen als dat door de bevoegde inspecties niet naar behoren zou zijn gedaan of geen effect had.

Dat opent onvermoede vergezichten voor al diegenen wier klachten elders niet gegrond bleken of geseponeerd werden. Aan het Huis de taak om het kaf van het koren te scheiden en niet te veranderen in de beroepsinstantie voor ál het toezicht dat in Nederland wordt verricht. Van de subjectieve en nergens gedefinieerde term ‘klokkenluider’ gaat het Huis nog last krijgen – niet ieder die een misstand vermoedt voldoet aan het profiel van Calimero en Clark Kent waar ‘klokkenluider’ voor is komen te staan. De heldhaftige underdog wiens klacht een ingebouwd voetstuk heeft.

De toegevoegde waarde van het Huis moet dan ook nog blijken, hoe hoog de verwachtingen in de politiek ook gespannen mogen zijn. In de Senaat stemde men uiteindelijk unaniem voor; het wetsvoorstel was een initiatief van de Staten-Generaal.

Wie straks door het Huis onderzocht wordt en per eindrapport zwaar kan worden bekritiseerd, heeft daartegen geen enkel rechtsmiddel. Wat behalve uniek ook ongewenst is. Net als de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, zouden die van het Huis der Klokkenluiders evenmin civiele of strafrechtelijke aansprakelijkheid vaststellen.

Dat kon nog wel eens een vrome wens blijken: alles wat het Huis straks hardop vaststelt, maakt deel uit van het publieke domein. Hou dat maar eens bij de rechter weg.